Foto bij H.64.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Haar lichaam schokt zachtjes en de tranen die ik zo wanhopig binnen probeerde te houden rollen over mijn wangen.
Ik doe niet eens meer de moeite het te verbergen.
En dan zie ik het in haar ogen.
Misschien was het er al eerder, maar nu zie ik het en ik wil het niet zien en ik zou willen dat het er niet was.
Ze gaat dood.
En ze is niet bang meer.
Maar ik wel.

Ik moet het verkeerd hebben.
Ik wil het verkeerd hebben.
Ze mag niet doodgaan.
Niet voordat ze fotografe is geworden en naar de Enchanted river is geweest en nog een laatste keer naar me gelachen heeft.
Ze mag niet doodgaan.
Niet door mij.
Paniek golft door mijn lijf en mijn hand trillen aan de zijkanten van haar hoofd.
Ik wil zeggen dat het goedkomt, maar dat zou liegen zijn.
Dan zou ik liegen.
Mijn laatste woorden tegen haar zouden leugens zijn.
‘Er komt een ambulance aan. En politie.’ zegt Evan en als ik mij omdraai zie ik in zijn blik dat hij dat alleen zei om mijn aandacht te krijgen en vragend kijkt hij me aan.
Het wilt weten of het goedkomt.
En ik moet nee zeggen.
Ik kijk hem met overlopende ogen aan en schud dan zachtjes mijn hoofd.
Meteen draai ik mij terug naar mijn langzaam leegbloedende zusje, voordat ik zijn reactie kan zien, voordat ik die paniek weer kan voelen.
Ik moet haar loslaten.
Ik heb haar niet kunnen beschermen en nu moet ik haar loslaten.
Ik draai mij weg en sla een hand voor mijn mond, bang dat ik anders moet schreeuwen, dat ik dan leegloop.
Maar dan voel ik haar hand op de mijne.
‘Niet jezelf iets aandoen.’ zegt ze dan moeizaam en als ik naar haar kijk, zijn haar ogen groot, bang, maar haar stem is heel zacht.
Hoe wist ze het?
Hoe wist ze dat dat - ook al ben ik er niet trots op - het eerste was wat in mij op kwam toen ik besefte dat ze dood zal gaan.
‘Oké.’ zeg ik uiteindelijk.
Haar greep verstevigd heel even, al is ze nog steeds zo ontzettend zwak en zal ze nooit meer sterker worden.
‘Beloof... beloof het me.’ hijgt ze bijna.
Ik bijt even op mijn tanden.
‘Ik beloof het.’
Haar hand verslapt en haar ademhalen wordt regelmatiger.
Ze is gerustgesteld.
Zelfs nu denkt ze aan mij in plaats van haarzelf
Au.
Au au au au au.
‘Gioa?’ vraagt ze en haar stem is paniekerig en ze begint koortsachtig te ademen, bijna wanhopig,’ Niet weggaan. Ik wil niet alleen zijn.’
Zacht snikkend buig ik voorover en met haar hand in de mijne leg ik mijn voorhoofd tegen de hare.
‘Ik ben hier’, murmel ik, net zacht genoeg dat ik mijn stem onder controle kan hebben,’ Je bent niet meer alleen. Mama is weg. Ik ben hier nu. Je hoeft niet alleen te zijn. Niet meer.’
Ze slik, haar lichaam schokt zachtjes.
‘Ik kan niet meer goed zien.’ haar stem klinkt heel hoog en ze haalt een aantal keer onregelmatig adem, snakt een maal naar lucht.
Ze begint te huilen.
‘Dat is niet erg. Het is goed.’ zeg ik, maar ik weet wat het betekend.
Ik kijk in haar glinsterende ogen.
Ze zijn bruin.
Ammay vond dat altijd stom en wilde mijn groene ogen, omdat ze die krachtig vond, omdat die haar deden laten denken aan het bos, maar niets is zo mooi als haar kleur bruin.
Ammays bruin is met bepaald licht een beetje rood en dat kleine, haast gouden vlekje in haar linkeroog, naast haar iris.
Het bestaat niet uit één kleur, maar uit de miljoenen tinten van haar lach.
Ze geven licht, maar dat licht gaat doven, want ze gaat sterven.
Maar mijn moeder heeft haar vermoord en dat is mijn schuld.
‘Gioa?’ vraagt ze dan en haar stem is heel zwak, heel zachtjes.
Het gaat niet lang meer duren.
Ik voel minder bij die gedachte dan ik had gedacht.
Nu heeft ze pijn; zometeen niet meer.
‘Ja?’ zeg ik en mijn stem beeft, kruipt onvast door de lucht.
‘Wil je voor me zingen?’
Mijn borstkas lijkt haast te verkrampen en voor mijn handen geldt bijna hetzelfde, maar ik kan die nog net stoppen als ik mij realiseer dat ik haar nog steeds vasthoud.
Ik knik, te snel, te vluchtig, te koortsachtig.
‘Ja’, ratel ik,’ ja, natuurlijk.’
Mijn stem klinkt hol en leeg wanneer ik na wanhopig moed verzamelen de woorden van het lied eruit pers.
‘You are my sunshine.
My only sunshine.
You make me happy...
When skies are grey.
You’ll never know, dear...
How much I love you.
Please don’t take my sunshine away.”

En net op dat moment begint haar ademhaling anders te worden, zwaarder, maar heel onregelmatig.
Ooit en ergens - waarschijnlijk in de biologieles - had ik gehoord dat de laatste paar ademhalingen voor de dood anders zijn en ik herken het meteen, weet dat voordat ik het mij kan beseffen, Ammay voor altijd verloren zal zijn.
Ik span al mijn spieren aan om mij die laatste seconden nog bijeen te houden, maar als ik zeker weet dat ze weg is, voor eeuwig en altijd, komt er een schreeuw van pijn uit mijn mond.

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Nee! Omg! Nee! Neee! Ammay is alles voor Gioa!

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Omg!!
    Nee nee nee!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen