De dagen daarna slopen tergend langzaam voorbij. Mijn focus had ik beperkt op twee dingen; studie en Luca’s verhaal. Het waren de enige twee dingen die voorspoedig leken te gaan in mijn leven. Gigi en Kate had ik nauwelijks gesproken sinds donderdag. Ik had die donderdagavond de bibliotheek pas laat verlaten, waardoor Gigi al lag te slapen bij mijn terugkomst. De volgende ochtend was ik vroeg naar college vertrokken, waardoor Gigi nog niet op was gestaan. De hele dag had ik me in de rechtenfaculteit begeven. Avondeten had ik overgeslagen, waardoor de confrontatie met Gigi vermeden bleef. Mijn mobiel had ik uitgezet, geen behoefte aan belletjes of bezorgde berichtjes. Het was nu zaterdag, wat betekende dat het weekend net begonnen was. Ik kon niet zeggen dat ik er van genoot. De korte nachten, het gebrek aan etenslust en mijn wanhopige poging naar een beetje grip op mijn eigen leven zorgden ervoor dat ik me een geest voelde. Al mijn handelingen voerde ik op de automatische piloot uit. Mijn gedachtes waren naar de achtergrond verdwenen. Ik dacht niet meer. Ik at niet meer. Slapen deed ik nauwelijks. Bijna betwijfelde ik of ik nog leefde, maar mijn ademhaling en het bonzen van mijn hart vertelde me dat ik voortleefde. Ik wilde naar mijn ouders, maar ook weer niet. Ik wist dat mijn ouders me nauwkeurig in de gaten zouden houden. Ik wist dat mijn moeder me ontzettend warm en liefdevol zou ontvangen. Het was voorspelbaar dat mijn vader gestrest en verdrietig werd van mijn pijn. Ik wilde het ze niet aandoen. Als ze me niet zagen, kon ik ze ook niet meeslepen in mijn pijn. Londen was mijn schuilplaats. Het was mijn veilige plek. Niemand kon me meeslepen naar een kliniek, psycholoog of een dergelijke instelling waar ik de afgelopen jaren had doorgebracht. Er was niemand die merkte hoe slecht het met me ging. Er was niemand die zoveel om me gaf, dat ze ook daadwerkelijk iets aan de situatie wilde veranderen. Om mezelf tegen de buitenwereld te beschermen appte ik niemand meer. Sarahs berichten liet ik onbeantwoord. Ze had de media ook gelezen. Het stond overal. Ik vroeg me af wanneer de media bij mij zou aankloppen om een reactie. Drie maanden hadden ze ons altijd samen gezien. We hadden interviews afgelegd en de voorpagina meerdere malen gehaald. De media zou mijn kant van het verhaal willen horen, maar ik kon ze niets vertellen. Zij wisten het immers eerder dan ik. Zij wisten eerder dan ik dat Harry Styles vreemd ging met een Kardashian. Ik had geen behoefte en geen zin om te lezen wie de ‘gelukkige’ was. Het enige wat ik wilde was verdwijnen. Ik nam mezelf de hele situatie kwalijk. Ik nam mezelf kwalijk dat ik een zwak voor de popster had gehad, al vanaf het moment dat hij tegenover mij in de grote stoel had gezeten. Ik was al geïntrigeerd door hem, op het moment dat ik mijn eerste vraag zenuwachtig had gesteld en hij me geamuseerd toe had gelachen. Hij had me vanaf dag één betovert en nu had hij de betovering verbroken, alsof er nooit iets gebeurd was. Ik weigerde zijn telefoontjes op te nemen. Ik was bang voor het gesprek dat los ging barsten. Het was klaar. Ik wilde geloven dat Harry onschuldig was, dat dit weer een fictieve roddel was. En ik was ervan op de hoogte dat het een mogelijkheid was. Vreemdgaan was immers niet iets wat ik van Harry verwacht had. En al helemaal niet zo snel. Diep vanbinnen wist ik dat deze roddel mijn kans was. Ik kon Harry laten gaan met een reden. Ik kon hem kwijtraken met een reden. Het was makkelijker om hem te laten gaan uit mijn woedde en gebroken hart. Het gaf me een reden om op te geven. Het was makkelijker om de roddel de schuld te geven dan mezelf. Ik kon niet zonder hem. Ik had niet genoeg aan een belletje of een berichtje. Mijn lichaam, mijn hart, verlangde naar hém. Niet zijn stem of zijn foto, maar naar zijn lichaam, naar zijn aanrakingen, naar zijn energie en aanwezigheid. Het was een onmogelijke wens. De roddel kwam aan als een wonder. Ik had een reden gekregen om Harry te haten. En ik had gehoopt dat het werkte. Dit was niet het geval. Geen cel in mijn lichaam haatte de Britse jongen. Zelfs als de roddel waar was, kon ik hem niet haten. Zelfs als Harry me zou vertellen dat het waar was, zou ik hem niet kunnen haten. Ik zou hem vergeven, zonder twijfel. Ik zou hem vergeven, omdat ik zwak was. Het zou allemaal niks uitmaken, omdat hij mijn zwak was. En juist daarom moest ik deze afzijdigheid volhouden, ook al sleurde ik mezelf daardoor de diepte in. Ik moest deze jongen vergeten, zelfs als dat mijn eigen leven voorgoed veranderde. Harry was een droom. Zo’n eentje die je zelden beleefde. En wanneer je die droom beleefde, je niet de kracht meer had om aan de droom te ontsnappen. Harry was dat. Maar hij was niet langer een droom waar ik gerust van ontwaakte. Hij was getransformeerd naar een nachtmerrie, mijn grootste nachtmerrie. Hij was het boegbeeld voor onbereikbaarheid en onvermogen. Hij was zo ver weg en tegelijk zo dichtbij. Hij was alles en gelijkertijd was hij niks. Hij maakte mij gelukkig en tegelijkertijd doodongelukkig. Ik werd er gek van. Ik kon zo niet doorleven. En daarom had ik besloten deze roddel te omarmen en te geloven. Harry Styles was vreemdgegaan. Hij had de relatie verbroken. Of het waar was of niet. Ik was het slachtoffer. Het was makkelijker zo. Ik haatte mezelf voor wat ik hem en mezelf aandeed, zelfs als hij daadwerkelijk de eerste stap had gezet. De pijn die ik voelde, er was niemand anders verantwoordelijk voor behalve ikzelf. En gek genoeg luchtte dat me op. Ik had mezelf gebroken, ik had mezelf verwoest. Harry had die macht niet gehad, hoewel hij indirect toch de reden was.
Stoïcijns liep ik over de campus, richting mijn residentie. Al mijn opdrachten voor de komende week had ik voorbereid, waardoor mijn weekend daadwerkelijk begonnen was. Het eerste wat ik wilde doen was een diepe slaap. Ik was moe. Al mijn energie was uit mijn lichaam gevloeid. Het zonnetje dat mijn lichaam verwarmde, voelde ik nauwelijks. Ik had geen oog meer voor mijn omgeving. Het getsjirp van vogels gleed aan me voorbij. Het gelach van de studenten en diens argwanende en meelevende blikken negeerde ik. Niemand durfde op mij af te stappen. Er hing een onzichtbare muur om me heen en niemand waagde het om deze omver te duwen. Ze lieten me mezelf naar binnen keren. Niemand weerhield me van het bouwen van een schild. In twee dagen was dat goed gelukt. Luca was destijds de enige geweest die mijn muur tergend langzaam had weten te slopen. Hoe ze het had gedaan wist ik niet, maar dat ik haar naam eer aan wilde doen, werd met de dag duidelijker. Het nalezen ging voorspoedig. Ik voorspelde het boek aan het eind van de maand klaar te hebben. Via Universiteit Leiden en andere connecties had ik uiteindelijk een uitgever gevonden, die bereid was mijn boek na te lezen en eventueel te publiceren. In November had ik een afspraak met ze, waarin we een contract zouden opstellen en duidelijkere afspraken zouden maken. November had ik gekozen, omdat ik dan toch in Nederland zou zijn. Harry’s concert was dan. En het benefietgala - dat ik met mijn goede-doelencommissie in Leiden organiseerde - vond dan plaats. Allemaal activiteiten waar ik niet langer naar uitkeek. Ik was bang voor het thuiskomen. Ik kon me niet voorstellen hoe het voelde om mijn vrienden en vriendinnen weer te zien. Sarah zou vragen naar mijn gezondheid, naar mijn emoties en naar mijn relatie met Harry. Mijn huisgenoten zouden gelijk opmerken dat ik verandert was. Laat staan mijn ouders, zij kenden me als geen ander. De Londense campus gleed aan me voorbij. De zon stond hoog in de lucht, maar had de typische sterkte van een nazomerse zon. Het was ongetwijfeld een heerlijke dag. Ik genoot er niet van. Mijn enige sprankje energie vloeide uit mijn lichaam bij het zien van de gestalte voor de residentie. Eleanor had zichzelf op de trappen neergezet. Haar benen had ze tegen haar lichaam opgetrokken, terwijl ze verveeld voor zich uit leek te staren. Mijn verschijning deed haar soepel overeind veren en standvastig op me af stormen. Naarmate ze dichterbij kwam, des te bezorgder haar ogen gingen staan. Ik zag de twijfel in haar ogen. Haar vastberaden stappen kregen iets onzekers. Ik stopte met lopen en wachtte tot ze voor mijn neus stond. Haar bruingroene ogen boorden zich in de mijne. Ik zag dat ze naar woorden zocht. Haar ogen flitsten zenuwachtig heen en weer. Vervolgens opende ze haar mond.
‘Waar ben je mee bezig?’ De woorden hadden geen aarzeling of onzekerheid in zich. Haar vraag was standvastig, alsof ze er al dagen mee rondliep. Misschien was dat ook het geval.
‘Met mijn studie, rechten,’ beantwoorde ik haar schuchter. Een diepe zucht en oogrol volgde. Vervolgens greep ze mijn pols en trok me achter zich aan. Ik liet me gewillig meevoeren, mijn lichaam was immers te slap om zich te verzetten. Vier dagen ronddwalen met een voedingswaarde van maximaal één maaltijd eisten zijn tol op. Zonder iets te zeggen duwde ze me in haar auto en reed met volle vaart weg. Ik staarde stug voor me uit. Niks zeggend.
‘Je bent afgevallen,’ concludeerde Eleanor na tien minuten te hebben gereden. Ik wist waar ze me heen ging brengen, maar ik verzette me niet. Het had geen zin. Eleanor was niet van haar stuk af te brengen en springen uit een rijdend voertuig was geen ideaal idee. Ik antwoorde niet op haar conclusie, aangezien liegen geen zin had. Iedereen kon het ziet. Ik had het ook al gemerkt aan mijn broeken. Vier dagen had ik nauwelijks gegeten, hooguit één maaltijd per dag. En als ik meer had gegeten dan dat, dan was de inhoud diezelfde dag nog in de toilet beland. Ik wist hoe snel het op die manier kon gaan. Bovendien zat ik ook nog elke dag in de sportschool. Dat ik gister was flauwgevallen in de bibliotheek vertelde ik Eleanor dan ook niet. Ook Gigi en Kate had ik dit niet verteld. Aiden had me geholpen, aangezien hij als een van de weinige ook in de bibliotheek had gezeten. Hij was bezorgd geweest, maar had niets gevraagd. In plaats daarvan had hij me getrakteerd op een broodje. Ik had het dankbaar opgegeten, niet vertellende dat ik liever zo min mogelijk at.
‘Stap uit,’ beval Eleanor me. Ze had de auto geparkeerd voor een grote villa. Ik herkende het huis niet, maar had een vermoeden wie de eigenaar was. Zwijgend stapte ik uit het voertuig en liep richting de voordeur. Eleanor stak de sleutel in het slot en trok haar jas wild uit. ‘Maak je geen zorgen, Louis is er niet.’ Ze zette haar schoenen netjes onder de kapstok en liep me voor naar de woonkamer. Opnieuw beval ze me plaats te nemen op de bank. Ik volgde haar bevelen vrijwillig op. Haar manier van handelen deed me op een gekke manier goed. Ik hoorde Eleanor in de keuken thee zetten. Mijn ogen gleden over de meubels in de woonkamer. Louis’ huis was bijna net zo mooi als die van Harry, al vond ik Harry’s huis meer sfeer hebben. Met twee dampende koppen thee kwam Eleanor de woonkamer weer in gelopen. Ze zette de kop thee voor mijn neus neer, waarna ze plaatsnam op de stoel tegenover me. Haar strenge blik was verdwenen. In plaats daarvan keek ze bezorgd.
‘Fé, dit werkt niet. Je bent voor niemand bereikbaar. Je neemt je telefoon niet op.’ Ik voelde een gevoel van schuld opborrelen. Dat ik Harry niet wilde spreken was één ding, maar dat ik ook mijn vriendinnen negeerde was een tweede. ‘En dan ben je ook in een veel te korte tijd aanmerkelijk afgevallen. Hoelang ben je hier nu? Zes dagen. Dat kan toch niet.’ Ik hoorde de paniek in Eleanors stem. Opnieuw voelde ik me schuldig. Zwijgend sloeg ik mijn ogen neer, niet wetend wat ik moest zeggen. ‘Je weet dat Harry niet vreemd is gegaan, toch?’ Deze keer sprak Eleanor aarzelend, alsof ze het haast niet durfde te zeggen. Ik klemde mijn kaken strak tegen elkaar, vechtend tegen de tranen. Met mijn waterige, blauwe ogen keek ik mijn enige goede vriendin aan.
‘Ik denk het te weten,’ mompelde ik. ‘Maar ik kan het niet El,’ piepte ik naar adem snakkend. ‘Ik kan het niet. Hij appt niet, hij belt nauwelijks en hij leeft een totaal ander leven dan ik. Ik kan er niet mee omgaan.’ Paniekerig keek ik haar aan. ‘Ik wil er voor hem zijn en ik wil hem steunen en helpen, maar dat kan niet. Ik kan hem niet helpen. Ik kan geen rol in zijn leven spelen. En hij al helemaal niet in de mijne. Het voelt alsof ik een relatie heb met een geest,’ fluisterde ik, bang dat iemand me kon horen. Eleanors groene ogen staarden me onderzoekend aan. Ik voelde een traan over mijn wang stromen. ‘Het is makkelijker zo.’
‘Jezelf uithongeren?’ Haar reactie klonk ongelofelijk bot, maar ik wist dat ze het niet zo bedoelde.
‘Nee, Harry uit mijn leven bannen.’ Mijn stem zwierf weg in een pijnlijke stilte. Ik zag haar verwoed met haar ogen knipperen, waarschijnlijk dacht ze aan onze stilzwijgende belofte. We zouden elkaar door deze pijn heen helpen. Ik zou haar opvangen als het met Louis misging, zij zou mij steunen als Harry en ik ten onder gingen. Het was haar beurt om als eerste de belofte na te komen. Ik beet hard op mijn lip, waardoor ik bloed proefde. Eleanor zei nog altijd niks. Wat moest ze ook zeggen? Ik gaf het op.
‘Moet je het hem niet op zijn minst vertellen?’ Aarzelend keek ze me aan. ‘Hij houdt van je, Fé.’ Eleanors stem trilde. ‘Hij heeft ook gevoelens.’ Ik zag dat Eleanor bang was om iets fout te zeggen. Ik ontspande en trok mijn benen op.
‘Dat kan ik niet El. Zodra ik zijn stem hoor… Ik ben bang dat ik dan breek. Ik ben bang dat ik dan terugkrabbel. Dat ik het dan nog wil proberen, terwijl ik weet dat dat geen optie is.’ Ze leek na te denken, maar er kwam geen antwoord. Vijf minuten zaten we zwijgend tegenover elkaar.
‘Het is laf.’ Haar woorden drongen tot me door. En hoewel ze me kwetste, wist ik dat ik dit gesprek nodig had. Iemand moest boos op me worden. Iemand moest me doen inzien dat ik me gedroeg als een ontzettend klote wijf. Iemand moest me doen beseffen dat ik Harry niet waard was. Eleanor was op de goede weg. ‘Maar ik steun je. Dat heb ik beloofd.’ Vastbesloten keek ze me aan en knikte me toe. ‘Alleen beloof me dan dat je weer gaat eten, dat je doorgaat met leven. Harry kan het aan. Hij is sterk.’ Ze glimlachte kleintjes. Ik sloot mijn ogen. Het werd realiteit. Ik maakte het uit met de onschuldige jongen, zonder het hem te laten weten. ‘Maar beloof me dat je hem dan ook met rust laat. Geef hem de ruimte en tijd om je te vergeten. Bel hem niet, neem niet op, app hem niet en reageer niet. Misschien is het beter als je hem blokkeert.’ Eleanor klonk haast zakelijk. Ik knikte, ze had gelijk. Als ik Harry de kans wilde geven om me te vergeten, moest ik er ook voor zorgen dat ik uit zijn leven verdween. Het zou schrijnender zijn als ik zijn berichtjes bleef lezen en zijn oproepen bleef negeren. Ik kon beter niet meer bereikbaar zijn. Alsof ik nooit bestaan had. Ik wist dat ik zijn hart ging breken, waarschijnlijk. Ik was bang voor zijn reactie. Boven alles was ik ongelofelijk gepijnigd door deze beslissing, maar het was de juiste. Het ging niet meer op deze manier. Het brak me op. Het deed me pijn. Deze beslissing maakte ik uit zelfbescherming. Ik moest me behoeden voor de pijn, voor het vermoeiende contact en voor de pijn die elk gerucht zou opleveren. Ik had geen keuze.
‘Ja, zal ik doen.’
‘Beloof me weer te eten. Alsjeblieft, laat het het waard zijn. Als je opgeeft, doe het dan goed. Ga alsjeblieft door.’ Eleanor klonk smekend. Ik snapte het. Ik brak het hart van de liefste jongen op deze aarde en niet omdat ik niet meer van hem hield. Juist omdat ik van hem hield moest ik hem laten gaan. We moesten verder, zonder elkaar. Ik kon dat alleen als ik al het contact verbrak. En zoals Eleanor al concludeerde, Harry zou zich wel redden. Hij was sterk. Hij had kracht. Hij had alles wat ik niet had. Hij had niet opgegeven. Ik daarentegen wel. En niet omdat ik niet meer van hem hield. Ik gaf op, omdat ik niet wilde dat hij zijn leven op zou geven. Zijn dromen moesten realiteit worden. En ik zou dat nooit willen verpesten. Zelfs niet als dat betekende dat ik mijn grote liefde moest opgeven.


Sorry, sorry, sorry!!! Het was even druk met studie, pasen, tentamens en alles wat tussendoor komt!
Hopelijk genieten jullie opnieuw van dit stukje. Zoals jullie merken en laten weten via reacties, gaat het niet voorspoedig met Feline!
Ik zal snel verder schrijven en jullie hopelijk verrassen met alles wat komen gaat (:
Tips en ideeën of fantasieën zijn altijd welkom; hoe zou Harry bijvoorbeeld - naar jullie mening - terug moeten komen in het verhaal?
Let me know (:
Xx

Reacties (8)

  • GossipGirl21

    mooi ze

    5 maanden geleden
  • Paulson

    NO DON'T DO IT PLS

    9 maanden geleden
  • FollowYourDream

    Wat heftig! En.wat mooi van Fe dat ze Harry opgeeft om hem en haarzelf te beschermen! Wauw!
    Ergens heb ik het gevoel dat Adam ook weer gaat terugkomen in dit verhaal..
    En Harry heeft Fe niet bedrogen! Zo blij dat te horen!

    Ik ben echt benieuwd hoe je Harry weer terug in het verhaal brengt. Ergens hoop ik dat Harry als verrassing naar haar toe komt, omdat zij hem heeft geblokkeerd. Dat ze dan alles uitpraten en goede afspraken maken. Mja, ik vrees dat dat een beetje te hoopvol is van mij (:

    Xxx

    1 jaar geleden
  • Smexy

    Wow, zo heftig dit, maar aan de andere kant ook weer heel begrijpelijk.
    Ergens heb ik het gevoel dat als ze het hem gaat vertellen dat hij naar haar toe gaat komen en misschien gaat smeken om het niet uit te maken. Ik hoop zo dat ze eruit kunnen komen en er iets op kunnen vinden.

    1 jaar geleden
  • Manonxxx

    Ohw! F*ck!
    Dit komt zo hard bij mij binnen.
    Ik heb mijn liefde ook laten gaan. Terwijl we beiden zoveel van elkaar houden. Maar ik kon het niet aan, net zoals Fé.

    Een ding weet ik wel, als Harry net zoveel van Féline houd, als zij van hem dan komt alles wel weer goed.

    Snel verder! X

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen