20.

(2024)

Onderweg naar het bureau ging Styles' pieper af. Hij zette zijn auto aan de kant, toetste een code in en kreeg Helene van de centrale.
      “Hé, kanjer, we hebben een lijk, een vreemd geval. Echt iets voor jou.”
      “Ik dacht dat ik hier was om er eens tussenuit te zijn.”
      “Nee, mop, je bent hier voor de vrouwen.”
      Styles grijnsde. Hij kon de opgewekte lach van Helene zo voor zich zien. Ze was achter in de veertig, getrouwd, had volwassen kinderen en bemoederde elke agent in het district. “Hoe kan het dan dat ik zo eenzaam ben?”
      “Voor zover ik heb gehoord, ligt het niet aan gebrek aan interesse van de dames.”
      “Hé, ik heb heus wel eens een date.”
      “Schat, als je een date hebt, is de avond niet om negen uur afgelopen, als je snapt wat ik bedoel.”
      “Hoe weet je dat?”
      “Je collega Leo. Een zeer teleurgestelde Leo, mag ik wel zeggen."
      “Ik verbroeder me niet met collega’s...”
      “Oh, noemen ze het zo waar jij vandaan komt?”
      “...en ik klap niet uit de school. Bovendien kom ik hier vandaan, oorspronkelijk.”
Helene grinnikte opgewekt, en vervolgens klonk er een zachte klik op de lijn toen ze hem door verbond met de commandant.

Er zoemde een wolk van vliegen boven het lijk. De insecten roken het van mijlenver weg, nog voordat het begon te stinken, en dit lichaam had de hele nacht en een groot deel van de dag buiten gelegen.
      Toen Styles arriveerde, hadden surveillanten het gebied al afgezet en was de technische recherche paraat. De vrouw was voor een deel omwikkeld met het soort standaard pvc-kofferbak voering dat overal verkrijgbaar was. Haar hoofd en benen staken eruit. Nadat Styles schoenhoezen en dunne latex handschoenen had aangetrokken, liep hij het gras over en tilde de flap op die het bovenlichaam bedekte.
      Growner kwam achter hem aan en maakte een kokhalzend geluid. “We zullen kapjes nodig hebben.”
      “Als je gaat kotsen, doe dat dan alsjeblieft een eindje verderop.”
      Zelfs na jaren bij de moordbrigade kon Styles niet objectief naar een slachtoffer kijken, wat de leeftijd of het geslacht ook was. Naar zijn mening was de dood nooit flatteus.
      Naast zijn schouder klikte en zoemde een camera, en hij schoof opzij terwijl Rowan vanuit alle hoeken opnames maakte.
      De vrouw had verschillende steekwonden, en de bloeduitstortingen op haar onderlijf wezen op een verkrachting. De plekken rond haar hals duiden erop dat ze waarschijnlijk door verwurging om het leven was gekomen, maar het meest verontrustende aspect was dat haar haren waren verwijderd, samen met de hele hoofdhuid.
      Ze was blank, slank en redelijk gespierd. Niet jong meer - vroeg in de veertig zo te oordelen - en gebruind, alsof ze onlangs vakantie had gevierd aan het strand. Het witte streepje om de ringvinger van haar linkerhand suggereerde dat ze getrouwd was en het sieraad pas kort geleden was afgedaan. Er zat ook een bleke strook op haar linkerpols, waarom ze een horloge moest hebben gedragen, en ze had kleine gaatjes in haar oren. Het was moeilijk vast te stellen, gegeven het geweld waaraan ze was blootgesteld, maar de afwezigheid van naaldprikken, tatoeages en piercings wees erop dat het eerder om een vrouw uit de middenklasse ging dan om een prostituee.
      Als ze getrouwd was en een baan had, maakte dat de identificatie eenvoudiger, want dan zou haar verdwijning worden opgemerkt. Het kon het proces echter evengoed ingewikkelder maken, want ze had waarschijnlijk geen strafblad, dus haar vingerafdrukken zouden niet in het AFIS-systeem staan. Als het slachtoffer alleen had gewoond en niemand de moeite had genomen om haar als vermist op te geven, zou het vaststellen van de identiteit heel lastig worden, zo zonder kleren, documenten en haar op haar hoofd.
      Styles maakte aantekeningen en stapte opzij terwijl er monsters en vingerafdrukken werden genomen. De schouwarts arriveerde om de officiële plichtplegingen uit te voeren en de vrouw dood te verklaren. Volgens de voorlopige inschatting lag het tijdstip van overlijden al minstens achtenveertig uur achter hen - lang genoeg om het ontbindingsproces te laten beginnen. De lijkbleekheid wees erop dat ze niet in dit open landschap was omgebracht; ze was ergens anders vermoord en vervolgens hier neergelegd, vol in het zicht van iedereen die over de weg reed of liep.
      De dader had geen poging gedaan zijn slachtoffer te verbergen; hij had blijkbaar gewild dat ze vlug werd gevonden. Styles wandelde naar de plek waar Alex Willer, de eigenaar van de boerderij, het lijk had ontdekt. In het gras waren geen bandensporen te zien, wat betekende dat de moordenaar langs de kant van de weg was gestopt, zijn kofferbak had geopend en het lichaam het veld in had gedragen. De kans op duidelijke voetafdrukken was gering, doordat zowel Willer als zijn hond over dat stuk grond waren gelopen. In elke geval was het onwaarschijnlijk dat ze een bruikbare afdruk zouden vinden, want de bodem was te droog om diep te worden ingedeukt, en het gras was lang, dempte elke stap.
      Hij liep naar Willer, die over zijn hele lijf trilde en werd opgevangen door een agent. Zijn vrouw en hij hadden de boerderij gekocht om er rustig hun oude dag te slijten. Ze hielden een paar koeien, maar het ging hun niet om de verdiensten; ze wilden alleen maar een vredig plekje waar de buren niet over de hond zouden klagen, en waar de familie op bezoek kon komen.
      Styles liet de man zijn hart luchten tot hij ontspannen genoeg was om een slok koffie te nemen, en ging toen vrijwel onmerkbaar op het verhoor over. Een half uur later had hij alle informatie die Willer hem had kunnen geven, wat bar weinig was.
      Hij gaf de man zijn visitekaartje. “Als je nog iets te binnen schiet, bel me dan even. Soms komen de details pas later weer boven.”
      De man nam het kaartje met bevende vingers aan.
      Styles beoordeelde zijn lichaamstaal. Willer was automatisch een verdachte, en ze zouden hem natrekken, maar hij geloofde geen moment dat hij de dader was. Wie het ook was die de vrouw had vermoord, hij was moraalloos en berekenend geweest. De locatie was zorgvuldig doordacht, het lijk bijna tentoongesteld. Het lukte Willer amper zijn koffie binnen te houden, laat staan dat hij koelbloedig genoeg was om in zijn eigen achtertuin een vrouw te verkrachten en te vermoorden.
      De bewijstechnicus, Tamara, stapte om Rowan heen, een sporttas vol met instrumenten in de ene, verscheidene plastic zakjes in de andere hand.
      Styles tilde het afzetlint op en dook er onderdoor. “Iets bruikbaars?”
      Tamara zette de tas neer, groef in haar zak, haalde de autosleutels eruit en opende de kofferbak. “Geen afdrukken. De kofferbak voering ziet er gloednieuw uit, zo uit de verpakking, maar…” ze hield een papieren zakje omhoog; op het etiket stond dat er een plukje haar in zat. “Ik ga ervan uit dat dit van een bijzonder iemand is.”
      “Heb je ook een monster van Willer genomen?”
      “Zelfs van de hond.” Ze trok haar wenkbrauwen op. “Die sputterde minder tegen.”
      “Laten we hopen dat zijn DNA in het systeem zit.”
      Tamara grijnsde. “Droom jij maar fijn verder. Het is een labrador. Kijk, als het nou een rottweiler was.”

Later die avond ontving Styles bericht dat het slachtoffer aan de hand van vingerafdrukken was geïdentificeerd. Doordat ze in haar jeugd een licht misdrijf had gepleegd, zat ze in de database.
      De tweeënveertig jarige Mischa Waltman was een vertegenwoordigster uit Wisconsin. Ze was een week geleden verdwenen, nadat ze naar Washington was gevlogen voor een conferentie. Haar man beweerde dat ze simpelweg nooit thuis was gekomen.
      Derek Waltman werd inmiddels verhoord, maar ondanks het feit dat hij volgens zijn buren legio redenen had om zijn vrouw dood te wensen - waaronder haar veelvuldige ontrouw - stond hij niet op de lijst van hoofdverdachten.
      Waltman was eigenaar van een schoenwinkel in Wisconsin, en zijn schoonmoeder was voor de week bij hem ingetrokken om op de twee schoolgaande kinderen te passen. Hij had voor zowel thuis als voor zijn werk een geloofwaardige alibi. Gegeven het feit dat hij die avond samen met zijn schoonmoeder had gegeten en tv met haar had gekeken, had hij onmogelijk in Lassiter kunnen zijn op het moment waarop de moord had plaatsgevonden. Alleen al de vlucht duurde uren, en de dader had geen haast gehad. De verschillende stadia van de kneuzingen en de gedeeltelijke granulatie van de wonden in aanmerking genomen, was het een langgerekt proces geweest.
      Na uitputtend onderzoek hadden ze een voorlopig psychologisch profiel, een kruisreferentie met een bizarre reeks oude, onopgeloste moorden - dankzij het verwijderde haar en chemische sporen op het gezicht van het slachtoffer - maar geen hoofdverdachte.
      Styles telefoon ging af. Zonder zijn blik van zijn notities af te halen, reikte hij naar de hoorn. Er knaagde iets aan hem, maar het lukt hem maar niet de vinger erop te leggen.
      “Hé maat.”
      Hij onderdrukte een kreun. Damian Campbell van de Lassiter Daily, net wat hij kon gebruiken. Damian was een witte creool met aan één kant een oorringetje, een charmante grijns en een fijne neus voor misdaadverhalen. Hij deed zich vriendelijk voor, maar als het aankwam op het achterhalen van details was hij een haai. “Slapen jullie daar nou nooit?”
      “We hebben veel gemeen, Styles. Vierentwintig uur per dag beschikbaar voor een flitsende baan, we strijken elke maand een fortuin op, en het publiek is dol op ons.”
      Styles mondhoeken krulden op. “Niet dat ik weet.”
      “Nou ja, bij wijze van spreken dan. Ik hoor dat jullie nog steeds bezig zijn. Wil je er iets over kwijt.”
      “De commandant geeft morgenochtend een verklaring uit voor de pers.”
      “Hm, eens kijken, dat zou dan gaan over een vrouw van halverwege de veertig, verkracht, vermoord … en gescalpeerd?”
      Geërgerd blies Styles zijn adem uit. “Hoe kom je daaraan?”
      “Van de kaboutertjes.”
      “Je bedoelt dat je iemand in het mortuarium wat hebt toegestopt.”
      “Ik mag mijn bronnen niet prijsgeven.”
      “En ik mag geen details ontkennen of bevestigen.”
      “Het is een afgrijselijk misdaad voor Lassiter, rechercheur. De mensen zullen willen weten wat er aan de hand is.”
      “Dat krijgen ze ook te weten. Morgenochtend.”

Reacties (1)

  • Manonxxx

    Vind dit echt het meest indrukwekkende verhaal op q wat ik ooit gelezen heb.

    Snel verder?! Xx

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen