Foto bij 14 Nacht

“Dat was…indrukwekkend.” Ik knik wat. Ik was al doodop en dat is nu niet echt verbeterd. Helemaal niet, ik voel me flauw en duizelig en Liams dichte nabijheid helpt daar niet bepaald bij.
“Ik ben blij dat ik je kon helpen.” Liam glimlacht voorzichtig. Ook hij is doodop; dat bewijst het glas dat hij naar zijn lippen brengt. “Wat drink je?” Mijn keel is ook enorm droog… Zijn drankje is waarschijnlijk iets minder geschikt voor mij.
“Whisky met bloed. Tegen de pijn en de honger.” Ik knik en richt mijn blik op de ruimte die ik iets verderop zie: zijn slaapkamer. Er lijkt een groot bed in te staan en dat lijkt heel erg verleidelijk. “Je kan echt beter gaan slapen.”
“Zoals ik al zei: ik kan niet slapen.” Ik zucht zachtjes en laat me voorzichtig met mijn rug tegen de lederen leuning vallen. Mijn benen bengelen erover aan de andere kant. Liams ogen staan nog wat onzeker door de recente genezing. “Ik voel me de hele tijd bekeken. Als ik mijn ogen sluit, denk ik dat er iemand naast me staat die me weer meeneemt, of me bijt of…” Liam knikt, hij heeft precies oprecht begrip voor wat ik vertel.
“Als het je geruststelt: dit is een privéblok, van mij. Enkel mijn beste en trouwste krijgers bevinden zich hier. Je kan nergens veiliger zijn.” Dat klinkt…overtuigend. Ik grijns kort om mijn gedachten.
“Maak dat mijn stomme hoofd maar wijs.”
“Jouw hoofd is helemaal niet stom.” Hij meent het. Dat was een heel directe en heel eerlijke zin. Ik glimlach er ongemakkelijk van. “Je weet dat als je hier niet wilt zijn, je mag vertrekken.” Ik reageer daar niet op. Het is een vriendelijk voorstel, maar het is er eentje die ik niet zal kunnen accepteren.
“Ik ben graag bij jongens als jij in de buurt.” Liam lacht kort waarna hij zijn gezicht kort verrekt.
“Heb je nog pijn?”
“Mentale pijn.” Hij lijkt het te sussen. Mijn handen hebben zich toch al op zijn onderbuik gezet. Ik duw er zachtjes, hij reageert niet. “Abbey, het is oké. De magie moet mijn systeem nog volledig verlaten.” Ik knik uiteindelijk en laat zijn onderbuik met rust voordat er andere dingen wel reageren…
“Waar komt de mentale pijn vandaan?” Liam schudt zijn hoofd en spant zijn bovenbenen kort op… Dit is een onwelkom gesprek.
“Herinneringen… Het is echt te laat voor een niet-vampier. Ik stel voor dat we naar de slaapkamer gaan?” Mijn hartslag is zonet met dertig slagen gestegen. Het doet Liam overduidelijk grijnzen. “Of wil je alleen een poging doen om te slapen?” Misschien schud ik net iets te snel mijn hoofd. Ik voel mijn wangen rood worden en sta dan maar snel op.
“Niet alleen zijn, kan mogelijk helpen.”
“Misschien moet ik dan een andere jongen dan ik halen?” Hij plaagt me duidelijk en lacht als hij mijn boze blik opvangt. “Oké, ik denk dat ik de boodschap begrepen heb. Ik zit vast aan je.” Nog steeds die plagende toon. Ik volg hem doorheen de gekke indeling tot in de slaapkamer. Hij heeft een gigantisch bed en een strak interieur.
“Enkel omdat je dat wilt.” Dat doet hem zwijgen, oeh. “Heb je trouwens wat om te drinken?” Ik zeg de reden niet, dat is niet nodig. Het is wel duidelijk dat een ‘wonderbaarlijke genezing’ veel krachten vergt.
“Euh… Je kan van de kraan drinken in de badkamer.” Liams ongemakkelijke blik doet me lachen.
« Dat volstaat. » Ik begeef me dan maar naar de badkamer om mijn halflange haar vast te houden en de kraan open te draaien. Het drinkt traag en moeilijk, maar zowel mijn keel als mijn hoofd is blij met deze actie. In mijn jogging en shirt wandel ik terug doorheen het complex naar de slaapkamer. Liam draagt nu ook een jogging en…net een trui. Ik kom net op tijd om een stukje van kei harde buikspieren te aanschouwen. Ik probeer het te negeren en leg me dan maar op het reusachtige bed. De slaap lijkt weer ver te zoeken… “Wat ga je doen?”
“In die stoel zitten zodat jij kan slapen.” Liam is doodserieus, mijn angst is dat ook.
“Je gaat echt niet voor mij in die stoel zitten. Je bed is gigantisch!”
“Doe geen moeite om mij in bed te krijgen… Het is beter zo. Mijn honger is nog lang niet gestild.” Dat doet pijn. Ik zeg niets meer en trek het tamelijk dunne laken tot aan mijn kin. “Slaapwel.” Dat is weer dat zachte stemgeluid van een zachte Liam. In een vlotte beweging doet hij de lichtschakelaar… Het is pikdonker. Mijn hart gaat meteen tweehonderd per uur. Ik probeer niet kinderachtig te doen, maar het lijkt alsof iemand me bekijkt. Iemand hier rondloopt. Iemand me komt halen.
“Liam, wil je terug een lamp aandoen…” Ik probeer niet bang te klinken, maar mijn hartslag heeft me vast al verraden.
“Is dat nodig? Ik zie je perfect. Geen redenen om bezorgd te zijn.” Het is veel erger dan bezorgd zijn. Ik zwijg kort en draai me op mijn zij. In dit gigantische bed voel ik me helemaal misselijk. Liam kan perfect op het andere eind zitten en ik zal het nooit weten. In mijn oren is er een flauwe pieptoon aanwezig en ik hoor verschillende voetstappen. Wat… Het licht is aan. Liam geeft me een blik, ik glimlach flauwtjes en probeer niet te doen alsof mijn hartslag geen honderddertig is. “Beter?” Ik knik en geef hem kort een dankbare blik. Misschien is dit nog erger. Nu is het echt duidelijk hoe Liam vanuit zijn stoel perfect zicht op mij heeft. Ik negeer dat en draai me met mijn rug naar hem toe: klaar om te slapen.
Slapen is onmogelijk. Het licht is te licht, maar het kan ook echt niet uit! Ik kan enkel maar aan slechte scenario’s uit het verleden denken, soms denk ik aan mijn toekomst en zie ik niets. Het is beangstigend. Ik woel, ik draai, doe alsof ik slaap. Ik heb geen idee of Liam wakker is. Hij maakt geen geluid en als ik mijn ogen opendoe weet hij dat ik wakker ben. Wat maakt het uit? Ik kan niet meer. Eigenlijk wil ik gewoon opstaan en mijn hoofd tegen een harde muur bonken. Ik draai me op mijn rug en open voorzichtig mijn ogen. Liam leunt met zijn hoofd in zijn hand. Hij heeft kleine oogjes en kijkt dan voorzichtig op. Hij heeft dus wel alles gezien. Ik glimlach heel ongemakkelijk door de situatie.
“Moeten mensen niet goed zijn in slapen? Je doet het nog slechter dan ik.” Het is vriendelijk gebracht.
“Ik ben geen mens.” En dat is ook met een glimlach gebracht. Liam snuift en trekt zijn rechtermondhoek omhoog. Hij verzet zich wat en geeft me dan een blik.
“Vind je het erg als ik wel een poging tot slaap doe, in het bed?” Ah.
“Ik dacht dat ik je niet in mijn bed kreeg?”
“Het is ook mijn bed.” De blik in zijn ogen verraadt kort dat hij die steek wel degelijk doorheeft. Terecht, dat was niet lief van hem eerder. We zijn duidelijk aan het ronddraaien rond onze status en dan sneert hij zo naar dat uit. Zijn lange lichaam doet de matras zwaar indrukken. Ik heb geen idee wat zo’n gespierde bonk van een kerel weegt, maar het moet vast veel zijn. “Mag het licht dan wel uit?” Ik twijfel… “Ik ben vlak bij je.” Weer die glimlach. Hoe kan ik dan nog nee zeggen? Ik schud twijfelend mijn hoofd in de ja-richting. Meteen gaat het licht uit en is het super donker. Hoe lang zou het duren voordat het licht wordt en dus morgen is? Mijn lichaam herinnert zich veel te eenvoudig terug die koude cel. “Kom tegen me aan liggen, relax.” Een koude hand trekt me stevig naar zich toe. Ik dacht dat hij honger had? Oké… Ik weet niet goed wat het ergste is, maar Liam vertrouw ik meer dan mijn eigen gedachten. Mijn zij bevindt zich snel vlakbij die van hem. Het is ongemakkelijk, zeker omdat ik niets zie. “Je weet hoe je moet ademen?” Ik knik en zucht. Misschien moet ik me opnieuw proberen om te ontspannen. Liam draait zich half op zijn zij. Ik voel ineens een stuk schouder en borstkas onder mijn schouder. “Concentreer je nu eens op mijn hartslag. Ontspan. Enkel dat geklop. Keer op keer.” Het is raar om uit te voeren wat hij doet, maar mijn vermoeidheid staat het me toe. Ik sluit opnieuw mijn ogen en probeer het geklop te vinden. Het gaat…traag. Heel rustig, heel regelmatig. Op een of andere manier voel ik mezelf ontspannen. Ik kan hem nog net een kneepje in zijn hand geven voordat ik geen controle meer over mijn lichaam heb en wegzak in een slaap.

SCHAT-TIG

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen