Foto bij 15 Fel licht

“Liam, wat doet dat meisje in jouw bed?” Het is de zwaardere stem van de blonde kerel…Niall. En hij roept. Waarom roept hij?
“Fijn, nu is dat meisje, die trouwens Abbey heet, ook wakker.” Liam klinkt lichtjes geënerveerd. Als ik mijn ogen open, zie ik hem ook in zijn ogen wrijven en kort zuchten. Hij ziet er slecht uit…en hij heeft vast nog honger. In ieder geval heeft hij mij niet opengereten, dankjewel daarvoor. Ik rek me voorzichtig uit terwijl de mannen in de gang op een lage stem verder discussiëren. Moet ik wachten tot ze klaar zijn voordat ik uit bed kom of niet? Ik besluit dat wel te doen. In de verte is er echt, vers zonlicht dat de ruimte maar deels verlicht. “Sorry, Niall maakt altijd veel lawaai, maar eigenlijk is het een softie.” Ik knik en haal mijn schouders op.
“Is oké. Hoe gaat het met jou?” Die vraag lijkt tamelijk onverwacht aangezien hij wat verraste bewegingen maakt, zoals zijn handen in zijn zakken steken en zijn blik kort afwenden.
“Goed genoeg. Ik zou je wel aankleden en douchen voordat je gaat eten beneden.”
“Waarom douchen?” Stink ik zo? Oh nee, hij heeft toch niet de hele nacht naar mijn stank zitten…geuren?
“Je ruikt naar mij, heel erg.” Hij glimlacht liefjes en draait zich dan om richting de gang. “Oh ja, als je me nog eens zoekt, sms me gewoon. Ik heb het tamelijk druk met jouw ontvoerders.” Ik knik een beetje verbaasd en weg is hij. Dan zeg ik al niets meer, vermoed ik.
Iedereen lijkt druk bezig met allerlei taken. Halverwege de dag vind ik Caleb en Galeno in de keuken; eindelijk een beetje gezelschap.
“Kom erbij zitten.” Galeno glimlacht vriendelijk terwijl ik me naast Caleb aan tafel zet. Hij lijkt echter een beetje van de wereld en glimlacht laat. “Negeer Caleb, hij is mensen aan het afluisteren.” Mensen, wezens, vampiers… Maakt het veel uit? Voor Galeno blijkbaar niet.
“Daar kan ik niets aan doen als er zoveel lawaai is.” Ik hoor echter niets en Galeno lijkt er ook het zijne van te denken.
“Je hebt tenminste iets te doen dan.” De bruine ogen van de man vinden de mijne, hij knikt.
“Ik ben blij dat ik eindelijk iets kan doen.” Caleb was een mens, als ik dat goed opgevangen had…
“Wij allemaal.”
“Wrijf het er maar in, wezens.” Ze lachen om mijn beteuterd gepraat en geven me dan wat ik niet nodig heb; medelijden.
“Het heeft lang geduurd voordat ik mezelf nuttig kon maken. Ik weet waar je over praat.”
“Bedoel je dat als mens of als vampier?” Caleb haalt zijn schouders op. Beseft hij hoe belangrijk de vraag voor me is? Galeno doet dat wel, ik heb geen idee of hij in mijn hoofd zit. “Galeno, blijf uit mijn hoofd.” De man knikt braaf en schuift zijn stoel verdedigend een beetje naar achteren.
“Vooral als vampier. Een mensenleven lijkt zo relatief in vergelijking met dit leven. Al duurt het even om de ommekeer te maken.” Dat is dus relevante info. Galeno blijft me maar geïnteresseerde blikken geven, hij heeft het menszijn te veel door en dat is een beetje irritant.
“Wat maakt deze wereld minder relatief?” Nu verbinden de ogen van Caleb zich met de mijne; alsof hij het ook doorheeft. Als hij het doorheeft, is dat niet erg. Ik moet ergens aan informatie komen en dat weten zij ook.
“Wij beschermen de mensen. Onze levens zijn elk moment veel intenser en dan ook nog eens oneindig lang. Het zou me nu niet meer aanspreken om elke dag die routines te doorlopen als hier elke dag een nieuw drama is.” Ben ik een drama? Caleb glimlacht voorzichtig, zijn haren springen letterlijk alle kanten uit doordat ze lang zijn. Zijn ogen veranderen kort van groen naar paars.
“Je…ogen. Mag ik weten welke kleur wat betekent?” Galeno geeft me een blik, opnieuw, nog steeds. Ik geef hem een blik terug. Hij weet wat ik aan het doen ben, en blijkbaar bevalt het hem wel.
“Dat zou ik eerst aan Cap moeten vragen.”
“Nee, doet dat maar niet. Ik vraag het hem zelf wel.”
“Kom op Haarbol, ze is enkel nieuwsgierig.” Galeno is over de tafel heen gebogen en heeft Calebs pols vast. We weten allemaal wat hij nu kan doen. Hij kan de informatie gewoon uit de man trekken, of die het wil of niet.
“Ik zou niet…” Caleb zwijgt abrupt terwijl Galeno een donkere blik in zijn ogen krijgt. Hij is aan het lezen, dat is overduidelijk. Hij leest de ziel, kennis en gedachten van ‘Haarbol’. Ineens laat Galeno, Calebs pols los. De vampier schiet uit zijn stoel en staat op.
“Haarbol, dat is net wat ik niet vroeg…” Caleb is duidelijk boos en beent de kamer uit. Galeno is minstens even gefrustreerd. Ik voel me een beetje wanhopig. Dit was niet de bedoeling.
“Caleb?” Mijn hart klopt plotseling luid terwijl ik de wegrennende man wil tegenhouden door mijn arm uit te…
Een vreselijk geluid vult heel de kamer.
Calebs lichaam bevindt zich schreeuwend, kronkelend op de grond, maar dat is niet het enige. Ik hoor doorheen heel het gebouw beestig geschreeuw, geroep, stemmen. Ik zie de mensen doorheen het gebouw, waar ze zijn, hoe… De waas voor mijn ogen stopt als een hand mijn arm raakt. Ik adem in één teug heel hevig in en laat mijn ogen zoekend rondgaan. Caleb staat weer overeind. Mijn hart bonkt in mijn borstkas terwijl ik opzoek ga naar lucht. Mijn heel lichaam trilt door wat er net gebeurd is. Dat betert niet wanneer er ineens vijf nieuwe figuren in de keuken staan en mijn trillende lichaam bekijken. Een breder figuur duwt zich doorheen de massa. Zijn donkerbruine ogen vinden snel de mijne; Liam.
“Allemaal uit deze keuken!” Liam moet het niet herhalen, de vampiers verdwijnen onmiddellijk terwijl hij voor me neerknielt. “Abbey, rustig. Kijk me aan.” Hij neemt mijn trillende handen vast en laat zijn blik op Caleb en Galeno vallen. Is dat woede? “Ik kan ze nog geen uur alleen laten?” Technisch gezien ben ik al veel langer alleen, maar mijn lichaam blijft schokken terwijl ik probeer lucht binnen te krijgen en te kalmeren. De bezorgdheid in Liams ogen is zo oprecht dat mijn hart wil smelten, maar andere gevoelens zijn te overheersend. Angst voor wat er net gebeurd is, wanhoop omdat mijn lichaam helemaal overstuur is, verwarring. “Sh, er is niets gebeurd.” Caleb en Galeno bekijken me vanaf een afstandje terwijl Liam hen voortdurend blikken geeft, zonder iets te zeggen.
“Blijkbaar toch wel.” Het is een schrale fluistering van mijn lippen terwijl mijn vingers blijven trillen. “Het is mijn schuld… Ik…” Liam schudt zijn hoofd al, maar ik wil wel echt mijn verhaal doen. “Ik vroeg iets aan Caleb die zich a-aan de regels hield. En toen was er een beetje ruzie en liep hij weg. Ik wou hem alleen maar tegenhouden en toen…” Liam sust me opnieuw om de woordenstroom te doen stoppen, en waarschijnlijk ook de tranen die door de mix aan gevoelens over mijn wangen stromen. “Heb ik jullie pijn gedaan?” Liam schudt lichtjes zijn hoofd, het is niet overtuigend.
“We gaan naar boven, kom.” Hij helpt mijn lichaam, dat volledig overstuur is, overeind en wacht dan kort. “Ik wil niemand tegenkomen op weg naar mijn complex.” Na enkele wankele passen verlaat een schrikgeluid mijn lippen als ik in Liams armen zit. Hij beweegt niet snel naar boven, nee, het is traag en bezorgd om mijn toestand.
“Ik heb jullie pijn gedaan. Ik hoorde zoveel geschreeuw en ik zag hoe mensen naar de grond toe gingen e-en…” Het geschok van mij stopt niet doordat ik mentaal in een gekke crisis zit en mijn tranen maar blijven en blijven stromen. Mijn schouders schokken, mijn vingers trillen en ik voel niets buiten angst en genegenheid naar Liam toe. Hij zet me boven in zijn lederen stoel neer en zakt door zijn knieën tot op ooghoogte.
“Abbey, kalmeer alsjeblieft.”
“Ik wil dat niet kunnen.” Ik weet niet of hij mijn gepanikeerd gemompel kan verstaan, maar zijn ogen vertellen dat hij dat wel deed.
“Ab…” Hij streelt voorzichtig door mijn haren terwijl ik maar niet kan stoppen met wenen.
“Allemaal omdat ik wil weten wat jullie oogkleuren betekenen…”
“Het was er sowieso ooit uitgekomen, shh.” Zijn ruwe duim streelt verzorgend over mijn gezicht. Het zou me doen kalmeren, maar ik voel me als een bange peuter.
“Omdat…ik graag bij je ben en sinds we hier zijn lijk je alleen maar meer afstand van me te nemen. Ik kan je niet inschatten en dat…” Zijn blik doet me zwijgen. Zijn ogen flitsen tussen blauw en goud. Het is een prachtige combinatie.
“Ik…” Hij heeft het duidelijk liever over mijn huidige toestand dan onze situatie. Zijn duim stopt met strelen, met genegenheid te tonen. “Ik ben minstens even graag bij je, maar samen zijn betekent dat we een zwakke plek zijn van elkaar. Een zwakke plek voor vampiers als jouw ontvoerders.” Hij meent het oprecht. Mijn gehuil is gestopt, mijn vingers trillen nog steeds.
“Je ziet me als een zwakke plek?”
“Abbey… Zo kunnen…” Ik schud mijn hoofd en doe hem daarmee zwijgen. Mijn vingers blijven trillen terwijl ik weiger hem aan te kijken, ook al is dat heel moeilijk wanneer hij bij je neergeknield is. Hoe kan hij dat zeggen? We hebben elkaar al meermaals duidelijk laten weten dat we elkaar graag hebben; waarom zegt hij dat dan? “Ik ben echt een idioot.” Nu kijk ik hem wel terug aan, omdat hij me doet glimlachen door mijn geflipte crisis. “Ik denk dat je wel weet waar ik bang voor ben…”
“Dat maakt mij niets uit. Ik ben veel banger van mijn ‘gaven’.” Nu begrijp ik waarom Galeno en Liam dat woord telkens zo gek uitspraken. Het heeft niet altijd een positieve connotatie, op dit moment maakt het me bang. Ik heb vele vampiers pijn gedaan, hun geschreeuw gehoord en hun kronkelende lichamen gezien.
“Dat is normaal…in het begin. Je moet ze leren beheersen. En dan zijn ze misschien wel positief in te zetten, maar dat beslis je zelf dan.” Liam neemt heel voorzichtig mijn vingers vast, alsof hij zich afvraagt of ik hem nog wel wil. Mijn tranenmeer lijkt uitgedroogd dus maak ik de overbrugging naar hem. Liam vangt me vlotjes op in zijn sterke armen en wrijft troostend over mijn rug. Ik wil geen drie speciale moedervlekken hebben. Dat betekent dat ik drie gaven heb, nog één te gaan. Ik voel me zo triestig, maar ook best gelukkig hier in Liams armen.
“Kunnen we ook beslissen of ik je nu eindelijk mag kussen?” Ik zie Liams gezicht niet, maar zijn spieren blijven even ontspannen. Ik voel zachte lippen op mijn slaap en ga opzoek naar zijn gezicht; hij glimlacht.
“Ik zou als man die zin graag herformuleren, maar niet hier.” Ik rol met mijn ogen, spelend, maar ook een beetje verveeld. Waarom wil hij het volgens oude tradities doen? “Ik ben een oude man, Ab.” Hij grijnst waardoor ik hem met tegenzin ook een glimlach gun.
“Oké, maar ik blijf niet eeuwig wachten op mijn prins.” Zou Liam een paard hebben? Vast niet. Hij knikt en kust de knokkels van mijn hand voorzichtig.
“Begrepen.”


Wie raadt de derde gave?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen