||Forrest / Cave||




Ontkomen, uitgeput liet ik mij in een afgelegen grot op mijn achterste zakken. De hongerige donkere ogen, felle zwarte spoelen van mijn zus: Lily-June doemde nog steeds op mijn netvlies. De honger, het gezicht, de angst die ik in mij voelde borrelen dat mijn laatste minuten geslagen waren. Ik zou het niet snel vergeten, het was erg lastig om met een vampier samen te leven. Al wist ik dat ik er zelf ook een moest zijn, doordat ik ook op bloed kon leven. Het verdroeg net als het menselijke voedsel.
Een gaap verliet mijn mond, geritsel vulde mijn trommelvliezen, zo scherp als mijn oren werkte, had ik mij recht gedrukt.
Kneep ik mijn Mediumspringgreen gekleurde kijkers tot dunne kleine spleetjes, na nog een ritsel kwam er een klein grijs konijntje tussen door gehupst. Zo snel als mijn ogen scande, rekende mijn hersenen en hadden mijn handen het dier al aan zijn oren gegrepen.
Spartelend, piepend, schreeuwend probeerde het dier zich los te spartelen uit mijn stevige steen vaste greep. Met een smak had ik het dier zijn nek gebroken, plaatste mijn scherpe tanden in de nek van het levenloze konijn en begon het leeg te drinken.
Eenmaal het konijn leeg gedronken had, ontdeed ik het dier van zijn bont en hing ik hem aan zijn pootje aan een draad zodat hij kon rusten.
In de avond zou ik hem klaarmaken, braden op een kleinschalig kampvuur, het was precies voldoende voor één maaltijd.
Mijn oudere kleinere zus: Lily-June was nog altijd niet terug gekomen van haar jacht. Rekening met haar houden, hoefde ik niet op gebied van menselijk voedsel. Ze kon het niet verdragen, verteren en moest het nadat ze het naar binnen had gewerkt er minder smakelijk uitwerken. Bedachtzaam, bezorgd om mijn oudere kleinere zusje liet ik mijn blik weer af dwalen naar buiten.
Nam een diepe teug lucht en snoof de geur van de omgeving op.
Lily-June was in de buurt, ik kon haar ruiken. Ze was nog altijd op jacht, mijn zusje was een veelvraat zoals ik al is eerder had gemeld. Wanneer ze eten zag, rook, en of maar zou krijgen had ze geen rem meer. Zou ze net zolang blijven doorgaan tot er echt niets maar dan ook werkelijk niets meer zou zijn.
Haar steeds te wijzen op dingen die ze niet mag doen had blijkbaar geen nut, want ze voerde ze toch wel uit.
Zoals, mensen dode ze, zonder er ook maar iets voor en of bij te voelen.
Dieren, dronk ze zonder genade dood, net zoals ze bij de menselijke mensen deed. Twee zonde had ze al begaan, onze wachter, verzorger had ze het leven van genomen en het persoon van het bos, die ik niet kende. Ik wist dat je voor bepaalde zonde gestraft werd, dat de straffen niet mild zouden wezen.
Hoofdschuddend drukte ik de gedachtegang van mijn netvlies.
Lily-June zou zich vast wel gedragen, ze zou niet zomaar een of andere stad in een bloedbad veranderen. Daarvoor waren we toch echt te ver weg voor, ja we woonde soort van dicht bij een dorp. Een half uitgestorven dorp waar veel ouderen zich leken te vestigen. Jeugd was mij nog niet opgevallen en al zouden ze die wel hebben, zou ik er nog niet op af stappen.
De kans was te groot, dat ik herkend zou worden vanuit de krantenkoppen, nieuwsbladen, problemen had ik geen zin in. Bleef ze liever voor of vermeed de problemen, soms waren er te grote uitdagingen, waardoor je door de mand zou klappen. En met zo'n impulsief, naïef zusje was het al helemaal geen strak plan om het dorp, stad en of zelfs maar reservaat in te gaan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen