||Forrest / Cave||




||Subject V2: Yinxy Minxy Laine.

Verscholen tussen diepe grote stenen probeerde ik mijn hartslag en mijn ademhaling onder controle te krijgen. Ik was nu al zo'n vijf dagen voor mijn zus: Lily-June op de vlucht. Ze was bezeten geraakt van het bloed, het vele bloed wat ze tot zich had genomen. Kon de controle er niet meer op krijgen, en had blijkbaar in haar hoofd gehaald mij als haar maaltijd te nuttigen.
In de grot die ik eerder gevonden had met mijn zus: Lily-June, was ik nu ook niet meer veilig.
Mijn zus had een erg goed jagers instinkt voor een meisje van negen dat zich gedroeg als een meisje van vier.
Het gebonk van mijn hart voelde ik in mijn keel, de zoete sterke geur van mijn zus: Lily-June, walmde mijn neusgaten binnen. Ze was close, heel erg close, als ze zich zou concentreren zou ze me kunnen vinden. Op dat, schoot ik tussen de diepe grote stenen rotsen uit en schoot met een aardig geritsel tussen de struiken door.
Gelijk hoorde ik de zachte versnelde voetstappen van mijn zus achter me.
Ze zat me op de hielen, en ik, dat al minstens vijf dagen niet gegeten had was uitgeput.
De grote panter die ik haast gevloerd had, had ze zo voor mijn neus weggekaapt. Opgeslokt alsof ze nog langer na niet vol zou raken.
Piepend stoof ik tussen de dikke bomen heen en sprong ik over struiken, rotsen, en stammen. Doordat ik zo moe was, merkte ik dat ik ook trager begon te lopen. Mijn zus: Lily-June hoefde nog maar een paar honderd meter en ze kon mij zo grijpen. Tranen welde op in mijn ogen, mijn laatste uren zouden geslagen zijn. Er was niets dat ik eraan kon doen haar te stoppen.
Het was al een hele opgave om vijf dagen lang uit haar hongerige klauwen te blijven.
En ik denk dat geen een menselijke dat ooit zo lang heeft volgehouden.
Vanuit mijn ooghoek zag ik een hert grazen, zo snel ik kon sprong ik er naar toe. Kraste met mijn nagel in zijn harige lange nek zodat het begon te bloeden. Dit liet mijn zus: Lily-June, stoppen en gelijk van cours veranderen. Van in plaats dat ze mij achter na zat, zat ze nu het gewonde hert achterna. Een teug lucht nemend, begon ik het op het lopen te zetten.
Moest er nu voor zorgen een aantal kilometer van mijn zus uit de buurt te zijn.
Daarna als de wiedeweer, opzoek naar een heerlijk maaltje om weer een beetje op krachten te komen.
Hoe ik met mijn zus: Lily-June moest gaan dealen wist ik nog niet.
Ze was levensgevaarlijk, in het begin had ik haar goed onder controle, ze luisterde en leek alles op te volgen was moest. Maar nu ze zelf op jacht was gegaan, waarschijnlijk meer schade gemaakt heeft dan dat ik weet. Liepen we groter gevaar als anders. We konden gevonden worden door de laboranten van het laboratorium, en dat was een plek waar ik niet naar terug wilde.
Op zo'n 15 kilometer van mijn zus vandaan besloot ik te gaan jagen.
Een konijn, haas of vos, het zou mijn niet uit maken. Het dier moest zwak wezen, niet te snel en sterk.
Na even had ik een konijnenhol gevonden, kort geklauwd met mijn handen in de hol, had ik het spartelende dier beet en zette ik zonder pardon mijn tanden in zijn nekvel. Het bloed, wat gelijk mijn keel binnendrong, voelde verkoelend, dorstlessend. Sneller dan verwacht was het konijn leeg, trok zoals ik al eerder gedaan had zijn bont van zijn lichaam en hing hem aan zijn poot aan een draad.
Dat moest het doen voor de volgende maaltijd.
Ik voelde me wat sterker, energieker, maar ik wist dat ik ook moest gaan slapen om echt weer vol energie te zitten.
En dat was iets, wat absoluut niet kon. Zodra ik zou slapen, zou ik een prooi wezen voor ieder wild dier hier in het bos.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen