||Bio-Vam Lab||




||Frank Travis.

Een grote grijns sierde mijn lippen, na een paar nutteloze dagen zonder resultaat, was daar het verlossende goede nieuws. De vermiste proefpersonen: Subject V1 & Subject V2 waren gelokaliseerd. Op een afstand van zo'n 450 kilometer, van ons laboratorium vandaan. Ik had gezegd niet op ze af te gaan, wilde de missie zelf leiden. Zou mijn proefmonsters terug krijgen al was dat het laatste wat ik deed.
Mijn collega's hadden gelijk, en al waren we maar met zijn vijven, toch wilde ik ze nog altijd niet ombrengen.
Had nog zoveel testen die gedaan konden worden, wilde nog zoveel meer erover te weten komen.
Mijn werk zou niet verloren gaan, ik zou ze terughalen.
"Frank" weerklonk de trillerige stem van Simons, ik fronste mijn wenkbrauwen, "weet u wel zeker dit te gaan doen" was zijn nutteloze vraag.
"Dat weet ik heel erg zeker" sprak ik bitter, bruusk, en vooral nors.
"Ze zijn ontsnapt, hebben Pieters gedood, wat nu als ze jouw straks te grazen nemen? Je weet dat Subject V2 er alles aan zou doen haar zuster te beschermen. In de buurt van haar komen zal heel moeilijk, lastig gaan. Nu ze waarschijnlijk haar gave ontdekt heeft, en waarschijnlijk ook onder controle heeft. Vergeet niet ze groeit als kool, en we weten niet wat we zullen aantreffen" ratelde de man zijn bevindingen op.
"Simons maak je nu toch niet zo druk" mopperde ik.
"Daarbij ik heb ze niet bedreigd met de dood, maar jullie" sprak ik hoofdschuddend.
"Ze zullen mij vast zien als hen vader, hen verzorger" knikte ik bedenkelijk, al vroeg ik me af of Subject V2 echt wel zo over mij zou denken.
Van Subject V1 hoefde ik me niet te veel zorgen te maken, ze had geen denkvermogen, had een verschrikkelijke drang om bloed te willen blijven drinken. Haar lokken met bloed was misschien wel erg makkelijk een peulenschil. De vraag was echter hoe close de zusje geworden waren nu ze hier verdwenen waren uit het laboratorium. Of, Subject V1, haar jongere zus nog niet leeggedronken had.
"Maak mijn spullen klaar, ik wil voor het donker in het bos zijn" riep ik, commanderend.
"Simons, jij ook" riep ik fronsend.
"Wat" riep de man ontgoocheld.
"Ja jij gaat ook mee" knikte ik, "samen staan we sterker" glimlachte ik.
"Ik wil niets met die monsters te maken hebben, ik weiger" protesteerde de man.
"Weiger gerust je gang, maar jij gaat mee of je het nu wilt of niet. Dood of levend" sprak ik grijnzend, kil.
De man was nooit eens geweest met mijn behandelingen, onderzoeken en wilde me al helemaal niet financieel steunen.
Daarom was ik ook zo blij met eens in de zoveel tijd een fundraiser, maar als mijn monsters er niet waren kon ik moeilijk zo iets organiseren om de wereld te laten zien wat ik gemaakt had. Waar ik achter gekomen was, dat er zeker nog na het menselijke leven, een leven was.
Gebrom van Simons vulde mijn gehoor.
"Bel je vrouw dat je met mij mee bent op missie" sprak ik fronsend, na de man zijn gezicht gezien te hebben.
"Ja, wie weet wel me laatste keer" sprak de man sarcastisch.
"Het hoeft niet zo te zijn, als je maar doet wat ik je zeg" mopperde ik mijn tas in de auto gooiend.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen