||Forrest||




||Subject V2: Yinxy Minxy Laine.


De man die mijn hand gegrepen had voelde oud als hij van perkament gemaakt was aan. De sterke stenen armen van de persoon die mij vast gegrepen had, leken strakker rond mijn middel te krullen. Piepend probeerde ik zijn stevige marmeren grip te minderen, nog even en hij zou mijn ribbenkast alle kleuren van de regenboog knijpen.
"Laat haar maar los" was de vreemde oude stem van de man met zijn zwarte lange haren en zijn zwarte lange mantel. Verbaasd niet begrijpend keek ik de man nieuwsgierig, argwanend aan. Nog altijd hing mijn zus aan haar enkels in de lucht, de brede spierbundel leek er zelfs plezier in te hebben dat ze wild rond zich heen probeerde te slaan maar nog altijd niet los leek te komen.
Gegrom en gegrauw kwam uit haar keel zetten, woester en woester dan ze al was.
Wanneer mijn zus: Lily-June haar zin niet kreeg was ze een kreng en nog zelfs wel erger dan een kreng.
"Dat is vast erg lastig" was ineens een vraag.
Nog verbaasder keek ik op, recht in de bloedrood gekleurde ogen van de man met zijn zwarte haren. Ik fronste mijn wenkbrauwen op, kantelde mijn hoofd schuin, waar had die meneer het over? Een schuine grijns sierde zijn lippen, afwachtend keek de man mij aan.
"Op groeien in zo'n situatie" verduidelijkte de man zijn eerdere vraag.
"Ja" piepte ik niet begrijpend, of ik wel helemaal meekwam was mijn vraag, of ik wel een juist antwoordt gaf was mij ook maar de vraag.
"Wat is je naam" was gelijk de volgende vraag die de man stelde.
"Dat daar die aan haar enkels aan het bungelen is, is mijn oudere zus: Lily-June, en ik ben Yinxy" sprak ik stilletjes, blikkend naar mijn zus die alleen maar wilder begon te spartelen.
"En jullie zijn alleen" constateerde de man met zijn blonde haren, snerend, bot.
"Ja" piepte ik opnieuw, niet begrijpend.
Ik voelde dat er een duister kantje aan de heren zat, maar het echt plaatsen kon ik nog niet. De duistere kant wat ik voelde bezat mijn zus idem.
"En waar komen jullie dan wel niet vandaan" sneerde de blonde man verder.
Zijn gehele houding beviel me niet, hij deed net alsof ik heel erg gevaarlijk was, alsof ik een of ander gek monster was, wat niet hoorde te bestaan.
Angstig keek ik naar de grond, mijn zus zou er geen antwoordt op geven, ze zal hooguit zeggen dat ze het heeft opgegeten, omdat ze zo graag alles wilde proeven, overal haar tanden in zetten.
"Rustig broeder" was ineens de man met zijn zwarte haren.
Hij had zijn hand op de schouder van de blonde man gelegd en keek mij waarschuwend aan.
"Zijn jullie weg gelopen" was ineens een vriendelijke aardige, warme mannelijke stem. Haast fluweel zacht, aanlokkelijk.
Geschrokken van de nieuwe stem, keek ik op.
Recht in een paar goud gekleurde ogen, een man met brons kleurig haar, keek mij afwachtend, peilend alsof hij dwars door mij heen kon kijken aan.
Ik wilde niet antwoorden, het zou alleen maar voor problemen zorgen.
Ze zouden ons terug brengen, iets waar ik liever niet meer zou zijn.
Waar ik net als nu voortdurend mijn leven op het spel zette om voor mijn zuster te zorgen. Niet eens dat ik begreep wat ik echt moest doen, en maar deed wat ik dacht dat ik het was, toch voelde het verkeerd. Ik was geen volwassene, was een kind van amper vijf jaar uit, al zag ik er bij langer na niet zo uit. Vele malen ouder, toch was ik echt nog maar vijf.
Een zucht rolde stilletjes over mijn lippen, een grommend knorrend geluid van mijn maag doemde op.
Beschaamd sloeg ik mijn armen om mijn rumoerige, rommelige maag om het geluid te dempen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen