Foto bij Verloren hoop

Een droom van twee jaar terug. De hele droom was in zwart/wit. Er was geen kleur aanwezig.

Ik zat in een cafe. Het was akelig stil hier. Iedereen dronk rustig zijn koffie, maar hun gezicht zei genoeg: er was iets aan de hand. Iets wat zo beangstigend was, dat zelfs de kinderen niet durfde te huilen. Ik staarde naar mijn warme kopje koffie. Met mijn handen hield ik mijn kopje stevig vast, als of dit mijn laatste kopje koffie was. Ik keek omhoog naar de persoon tegenover mij. Het was mijn moeder. Mijn moeder zag er vermoeid uit. Haar bruine haren waren langer en haar gezicht was meer getekend door rimpels.
'Wat moeten we doen? Pa is dood. Iedereen is weg. We hebben niemand meer over.' Zei ik verdrietig en in paniek. Ik nam een slok van mijn bittere koffie. Mijn ma pakte mijn hand vast op de tafel. 'Het is goed meid, we hebben niets om over zorgen te maken. Binnenkort zijn wij ook weg.' zei ze met een glimlach. Ik hoorde de angst in haar stem, maar ik kon haar niet gerust stellen. Ze had gelijk. Er was geen hoop, alleen het einde van ons allemaal.
Buiten hoorde ik een gegil, gevolgd door het geluid van een auto. Ik keek achterom naar buiten. Ik zag een oude auto rijden over de straat. Aan de bestuurderskant stond het raampje open. Het duurde niet lang, maar de bestuurder van de auto stak een wapen naar buiten en begon te schieten op de cafés en mensen buiten. Ik pakte mijn moeders arm en trok haar onder de tafel. De auto kwam dichtbij. De raam naast ons brak en viel op de grond. Het glas was tegengehouden door de tafel boven ons. Mensen in de café gilde massaal.. Ik keek naar links de café in. Ik zag een paar mensen neervallen op de grond, terwijl ze de grond vulde met hun bloed.
De auto reed ons voorbij. Nieuwsgierig kwam ik van onder het tafeltje vandaan. Ik keek uit het kapotte raam. Buiten op de straat zag ik puin liggen. Het waren bergen met bakstenen van de huizen. De auto reed in volle vaart tegen een berg bakstenen. De voorkant kreukelde in elkaar en de auto kwam tot stilstand. Ook de schoten waren gestopt. De arm van de bestuurder hing levenloos uit het raam. Mensen op de straat rende weg van de auto. Ze gilde de longen uit hun lijf, hopend dat iemand hen zou helpen, maar niemand zou komen.

'We moeten nu weg van hier!' schreeuwt mijn moeder tegen mij. 'Nee, ik wil hier blijven,' zei ik terug tegen haar. Mijn ma pakte mijn arm beet en ze trok mij mee naar buiten. Toen wij buiten waren begonnen we te rennen. We zagen meer mensen naar buiten komen. Iedereen rende voor zijn leven, maar voor wat?
En toen hoorde ik het. Ze kwamen vanuit de hemel en landde met een harde knal: bommen. Ik hoorde in de verte de bommen landen op de huizen. Elke bom maakte een harde knal en dat was goed te horen. De mensen waren daarentegen stil. Ze schreeuwde niet en ze zeiden geen woord tegen elkaar. Het was doodstil en ik hoorde ons alleen onze voetstappen. We rende naar de haven. Mijn moeder hield mijn hand beet en trok me naar voren. 'Ik ben moe, ik wil rusten.' zei ik tegen haar. Ze draaide haar hoofd om naar mij. 'We kunnen niet rusten. We moeten doorgaan.' Ik knikte en ze versnelde haar stap.
Op de weg naast de haven lag ook puin. De huizen hier waren al verwoest. Ik probeerde mijn voeten niet te bezeren op de kleine kiezelsteentjes op de weg. De zool van mijn schoenen waren dun, dus ik voelde elke steen onder mijn voeten. Ik hoorde de stenen kraken tegen het asfalt, terwijl wij er massale over heen liepen.
Plotseling hoorde ik naast me een knal. Ik keek naar het huis rechts van mij. Het huis kwam langzaam naar beneden. Ik keek naar mijn moeder en hield haar hand beet, terwijl het huis op ons viel. Ik keek terug naar mijn ma, terwijl ik voor het laatst haar gezicht zag. Ze glimlachte naar mij.
Vervolgens lag ik onder een muur. Ik kon niet bewegen. Ik zat vast. Ik voelde mij hopeloos. Ik zou hier nooit meer uitkomen. Dit was mijn einden, vast onder een muur. Mijn omgeving werd gehuld in een donker grijs. Het bracht een angstige leegte met zich mee. Een hopeloos gevoel. Dit was werkelijk het einde van mij, maar ook die van mijn familie. Niemand kon mijn helpen, ik lag hier alleen. Er was een kleine lichtstraal dat naar binnen viel. Ik kon naar buiten kijken. Ik zag mensen rennen. Ze gilde, maar maakte geen geluid. Er was iets achter hen aan en ze waren er angstig voor. Ik wist niet waar ze voor wegrenden, maar mij zou het snel vinden. Het grijs groeide veder. Dit was het dan, mijn einde en het einde van de wereld.

Reacties (1)

  • zwartepanter21

    Heb je dit echt gedroomd? Klinkt super heftig!

    Ik had ook wel eens een droom dat ik zag hoe iemand van een duikplank sprong en toen met zo'n klap in het water kwam dat zijn hoofd van zijn hoofd klapte en hij dood viel, maar dat was niet zo realistisch (gelukkig maar).

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen