||Airport/Airplaine||



Ik wist niet hoelang ik in het vliegtuig gezeten had, stil had gezeten zoals de man met zijn prachtige kostuum mij bevolen had. Het vliegtuig voelde ik traag gaan zakken en verbaasd rezen dan ook mijn wenkbrauwen. Vragend kantelde ik mijn hoofd naar het raampje, en voor mij zag ik het vliegveld verschijnen. Het vliegtuig waarin we zaten liet zijn wielen uit zakken en raakte een paar keer schokkend het asfalt waarover hij zich liet uitrollen. Ineens voelde ik stevige ijskoude marmeren handen mijn ribbenkast omsluiten.
Verbaasd draaide ik mijn hoofd van het raam naar de persoon die mij gestoord had in mijn gedachtegang.
Het was de spierbundel, die niet doorhad dat hij mij alle kleuren van de regenboog kneep. Piepend, probeerde ik met een hand zijn vingers losser te maken. Maar de stenen grip die de man op mijn ribben gelegd had, leek niet te minderen. Hij liep zoals we het vliegtuig binnen gingen door een vreemde gang en kwam zoals ik ook al eerder gezien had bij verschillende winkels, gangen en bij hopen mensen uit.
"Zit is stil, en verroer je niet" snauwde de man, mij kwaad aankijkend.
"Regenboog, auw" begon ik te piepen.
"Stil zitten, nu" gromde de man, kil.
Het leek de man geen moer te schelen, hij zette het op het lopen achter de heren aan met hen zwarte mantels.
Fronsend, keek ik rond mij, de snelheid die we aannamen was nog sneller dan dat ik gelopen had, voor mijn gevoel. Het vliegveld lieten we ver achter ons en vanaf de arm van de spierbundel kon ik goed zien dat de zon met een klein uurtje hoog aan de hemel zou rijken. Het land zou gaan verwarmen en de pracht van zijn stralen probeerde te uiten.
Nog voordat de zon de aarde kon likken, doemde er voor ons een groot steen oud kasteel op.
Mijn ogen verwijdde kort, waarop mijn mond open zakte.
Woonde deze personen hier, in dit mega grote ouden kasteel?!
Een vinger voelde ik mijn kin raken en mijn mond dicht drukken.
De spierbundel liep achter de drie heren aan, door de dikke grote eikenhouten deuren. Gekraak, geknars en geschraap vulde mijn trommelvliezen.
Binnen in het kasteel was het vele malen donkerder, verschillende vreemde vlammende fakkels hingen er aan de stenen wanden. Ver uit elkaar verspreid stonden verschillende grote brede standbeelden. De grond voelde ik onder mij verschijnen en een ijskoude marmeren sterke hand voelde ik mijn achterhoofd raken. Stappend, werd ik vooruit gedrukt, rond mij kijkend naar de vele pracht die het kasteel bezat.
Bij twee grote dikke brede eikenhouten deuren hield ik halt.
De man met zijn zwarte lange haren: Aro, draaide zich naar mij toe.
"Dimitri zal je zijn kamer wijzen, wij hebben nog wat zaken af te handelen" sprak de man, bedachtzaam, kil.
Hij drukte mij naar de man met zijn oude kostuum: Dimitri.
De man begon op een versneld tempo te lopen, en dat was voor mij het teken de man in zijn oude kostuum te volgen. Rennend probeerde ik bij de man in de buurt te komen, na zo'n vier trappen leek de man is te wachten op mij. Keek mij kort afkeurend, kil aan, waarna hij zijn pas vervolgde.
"Alstublieft" piepte ik gapend, "u loopt zo snel" piepte ik, pruilend.
"Menselijke" snoof de man, mij met een vreemde grimas aankijkend.
"Nou, nou ben je - je huisdier nu al zat" werd er ineens gesneerd door de blonde vrouw, die mijn zus vermoord had.
Een grom vulde mijn trommelvliezen en de grond voelde ik ineens onder mij verdwijnen.
In een paar seconden waren we een aantal verdiepingen gestegen en leek de man: Dimitri halt te houden voor een vreemde grijze houten deur. Hij stak zijn sleutels in het slot, drukte het houten voorwerp open en drukte mij vervolgens naar binnen.
"Ga maar wat slapen, uitrusten" was zijn volgende verklaring.
Hij trok de deur in zijn slot, geknars van sleutels vulde mijn trommelvliezen. Hij had dus de deur in zijn slot gedraaid. Ik zat opgesloten in een wildvreemde kamer!!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen