Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Dus met tegenzin laat ik hen het middel toedienen en ik voel mijn bloeddruk dalen.
Ik ga bewusteloos raken.
Ik weet het meteen.
Het is teveel.
Paniekerig kijk ik naar Evan.
Ik voel me te vreemd, alsof ik in een deurpost sta.
Niet hier en niet daar.
Gewoon iets ertussenin.
Hij legt voorzichtig een hand op de mijne.
‘Niet weggaan’, fluister ik smekend,’ Alsjeblieft. Niet weggaan.’
Hij slikt.
‘Ik ga nergens heen.’

Ik word wakker met een kleine schok, haast onopmerkbaar, maar het zorgt er voor dat de nodige verwarring door mijn lijf raast.
Als ik de ruimte scan zie ik dat Evan op een stoel naast mijn bed zit, voorovergebogen, zijn hoofd in zijn handen.
Ik beweeg mijn hand naar hem toe, maar schrik dan van de infusen en staak abrupt mijn beweging.
‘Evan?’ vraag ik zachtjes.
Hij kijkt op.
Zijn gezicht is rood, vlekkerig, vermoeid, deegachtig.
Het lijkt alsof hij of de hele tijd gehuild heeft, of de hele nacht wakker gebleven is.
Misschien wel allebei.
‘Gioa? Je bent wakker.’ zegt hij opgelucht en ik zie haast een last van zijn schouders glijden.
‘Je moet slapen’, ratel ik zenuwachtig,’ Wanneer heb je voor het laatst geslapen? Ik-‘
Zijn voorzichtige hand op de mijne laat de woorden in mijn keel stokken.
‘Je moet je geen zorgen over mij maken.’ probeert hij mij gerust te stellen.
Ik kijk hem met een droeve glimlach aan.
‘Ooit zal er een dag komen waarop je je realiseert dat ik mij nooit geen zorgen over je zal maken.’
Hij weet niet precies wat hij daarop moet zeggen en valt stil.
Mijn blik valt op alle infusen, alle monitoren.
‘Wat... heb ik precies? Heb ik iets gebroken?’ vraag ik aarzelend, niet helemaal zeker of ik het antwoord wil weten.
Hij slikt.
‘Je hebt een hersenschudding. Geen lichte, maar ook geen extreme. Je hebt links ergens een gekneusde rib en wat hechtingen bij je wenkbrauw. En verder gewoon... heel veel... kleine dingen, of hoe je het ook wilt noemen. Blauwe plekken, sneeën, schaafwonden; zulke dingen.’ aan de ene kant klinkt het ingestudeerd en aan de andere kant maar wat halfslachtig.
Ik knik.
‘O.’ zeg ik, weet niet precies wat ik anders zou moeten zeggen.
Een van ons twee zal het onderwerp aan moeten snijden.
Het is maar een kwestie van wanneer, niet of.
‘Mijn moeder’, begin ik dan,’ hebben ze haar al gevonden?’
Hij kijkt naar beneden, naar waar hij zijn handen op zijn schoot heeft gelegd.
‘Nee’, murmeld hij,’ nog niet.’
Ik knik, weet niet precies wat ik verwacht had.
Pijnlijk bijt ik aan de binnenkant van mijn wang.
‘Oké.’ prevel ik na een tijdje.
Hij gaat verzitten, alsof hij elk moment op wilt staan.
‘Ik moet waarschijnlijk gaan melden dat je wakker bent.’ zegt hij, maar ik schud haast smekend mijn hoofd, kijk hem wanhopig aan.
‘Alsjeblieft. Nog even niet. Ze komen er waarschijnlijk zelf wel achter dat de waarden van de monitoren veranderen.’ breng ik uit.
Hij wacht even en knikt dan, gaat weer achterover zitten.
Heel lang is het stil, vecht ik zwijgend tegen alle herinneringen en gevoelens die ik niet toe wil laten.
‘Hoe gaat het?’ vraagt hij dan.
En ondanks al mijn verwoede pogingen het tegen te houden, ontvlucht de eerste traan mijn oog.
Ik veeg hem verwoed met de muis van mijn hand weg.
Ik weet niet hoe ik kan antwoorden, weet niet welke woorden kunnen omvatten wat ik voel.
‘Ze is weg.’ stoot ik dan uit.
Hij slaat zijn ogen neer.
‘Ik weet het.’
De stille tranen gaan, ondanks mijn inzet om sterk te blijven, over in snikken en Evan komt op de rand van het bed zitten, schuift naar mij toe.
Hij kan door alle infusen en bedrading niet zijn armen om mij heen slaan, dus pakt hij heel voorzichtig mijn hoofd vast, draait mijn gezicht naar hem toe.
De vingertoppen van zijn rechterhand strijken voorzichtig de tranen van mijn wangen en ik val stil.
Even ben ik bang dat hij gaat zeggen dat het allemaal wel goedkomt, maar dat wil ik niet horen, want dat klopt niet.
Dit hier gaat niet goedkomen, want hij kan het niet ongedaan maken.
Het enige wat kan gebeuren is dat het op een gegeven moment minder pijn zal gaan doen.
Daarom ben ik opgelucht als hij dat niet zegt.
‘Gioa, ik beloof je dat je dit niet alleen hoeft te doen.’ zegt hij en bijna geloof ik hem, maar dan herinner ik mijzelf er weer aan dat ik dit alleen wíl doen, dat ik hem er niet bij wil betrekken.
Want ik weet één ding zeker:
Mijn moeder is op oorlogspad uit.
En Evan is mijn zwakke plek.

Hey, lezers.
Ik kom even vertellen dat in plaats van op woensdag en zaterdag, er nu hoofdstukken drie keer per week geactiveerd zullen worden met ingang van nu. Dit zijn de dinsdagen, donderdagen en zaterdagen.
Heel erg bedankt voor het volgen!

Reacties (5)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Ik was nogal druk de afgelopen dagen, maar deze story was de eerste die ik checkte zodra ik weer online kwam.

    2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Leuk om te weten dat het je bevalt!

      2 jaar geleden
  • Luckey

    Die moeder en vader zijn de problemen!!
    Als evan ook weg valt die ik je iets aan!!

    2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Evan doe ik niets aan. Of wel??? Mwuhahaha!

      2 jaar geleden
    • Luckey

      Als je hem ook dood laat gaan !! Op welke manier dan ook!! You are next

      2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Oké, oké. Begrepen. Ik vermoord Gioa wel. Nee, grapje. Of toch niet?(A)

      2 jaar geleden
    • Luckey

      (N)(N)(N)(N)

      2 jaar geleden
  • TropiaXL

    Ik ben ook heel erg benieuwd!

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Cool hoofdstuk. En leuk dat je vaker gaat activeren! Ben benieuwd hoe dit gaat lopen!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen