Home > Stories > Enlighten Me × SOTY > Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

Door: Azriel
Onderdeel van: Enlighten Me × SOTY
Laatst bijgewerkt: 1 maand geleden
Geactiveerd op: 3 maanden geleden

breed | medium | small

Het is vandaag de derde maandag van de maand.

Mijn moeder komt mijn kamer binnen lopen en fronst diep als ze me onopgemaakt op bed ziet zitten. In plaats van me aan te spreken loopt ze naar mijn kast toe en trekt er een mintgroene, lange jurk uit. Deze gooit ze met een veelbetekenende blik op mijn schoot. "Wil je dat ik het zeg, of je vader?"
      Ik zucht diep en sta op met de jurk in mijn handen terwijl mijn moeder mijn kamer weer verlaat. Met tegenzin was ik mezelf in de badkamer en hijs me in mijn jurk. Mijn blonde haren bind ik samen met één van de vele linten die op de wastafel liggen. Vandaag kies ik voor een roze. Als moeder weer terug komt, is het duidelijk te zien dat ze opgelucht is dat ik al klaar ben en ze vader niet hoeft te halen. "Kom gauw, ze zijn al begonnen," zegt ze en loodst ze me mijn kamer uit, de trap af richting mijn vaders werkkamer. Voor de deuropening blijf ik stilstaan en kijk mijn moeder smekend aan. "Kan ik deze keer alsjeblieft overslaan?"
      Moeilijk kijkt ze me aan. Ze weet hoe vreselijk ik dit vind. "Alleen de middag dan, dit is erg belangrijk voor je vader."
      Ik verstijf als ik gelach hoor aan de andere kant van de deur. Moeder heeft het blijkbaar ook gehoord en slikt, maar weet dat ze nu de knoop door moet hakken. Toch geeft ze me een zetje in mijn rug om aan te tonen dat ik naar binnen moet gaan. Ik zucht luid en probeer mezelf moed in te praten terwijl ik naar binnen stap. In gedachten doe ik snel een schietgebedje.

Vader lacht zelfingenomen als ik zijn kantoor binnen stap. Hij laat zijn blik over mij heen glijden en knikt goedkeurend als hij ziet dat ik mijn nette jurk aan heb getrokken.
      “Goedemiddag vader,” mompel ik en ik druk een kus op zijn wang als ik langs hem loop naar mijn plek aan het einde van zijn bureau. Ik voel vaders afkeuring in mijn rug branden om mijn gemompel maar probeer het me niet te laten kwetsen. Ik ben hier alleen maar om de perfecte dochter te spelen voor de buitenwereld, niet omdat hij trots op me is of zo veel van me houdt.
      Naast vader zit meneer Daws met zijn neus in de administratie. Ik vind hem maar een nare man, net als moeder. Als vader niet thuis is noemt zij hem ook wel vaders schoothondje. Al vind ik dat hij meer van een rat weg heeft met zijn lange, gele tanden en spitse neus. Meneer Daws doet altijd alles om vaders hielen te likken. Ik kan het hem niet kwalijk nemen: vader is een van de rijkste bailiffs in County Limerick. Toch ben ik zijn rattenkop liever kwijt dan rijk.
      “Meneer O’Connor,” piept meneer Daws terwijl hij de volgende naam uit het boek voorleest. Mijn entree is alweer vergeten en de twee Engelsen richten zich nu weer op wat werkelijk belangrijk is: de pacht. Vandaag komen alle Ieren naar hun bailiff toe om te betalen voor het stukje land dat zij van vader pachten.
      Voor ons staat een man van eind dertig samen met zijn tienerzoon. Beide hebben ze hun beste kleren aangetrokken. Ze willen immers niet slecht in de smaak vallen bij hun bailiff. De zoon, hoogstens twaalf, trekt nog even snel zijn jasje recht. Ik vraag me af of hij het niet even had kunnen laten stomen: het zit vol met vlekken.
      Vader knikt en de man stapt naar voren met zijn buideltje. Deze overhandigt hij aan vader, die het ongeduldig leegschudt boven de tafel. De munten rollen met veel geklingel over het hout heen en een enkele valt over de rand. Snel duikt de Ierse boer erop af om deze terug op tafel te leggen. Hij zou er niet aan moeten denken om een penny te weinig te betalen.
      Met één beweging schuift vader het kleine muntgeld opzij naar meneer Daws toe. “Tot volgende maand,” zegt hij nors als acceptatie, en gooit het leren buideltje voor de Ier op de grond. “Dankuwel, bailiff,” antwoordt de Ier met onvaste stem en grist het zakje van de vloer om vervolgens met zijn zoon aan zijn arm naar buiten te snellen.
      Gniffelend stopt meneer Daws het muntgeld tergend langzaam in het ijzeren kistje naast hem. Hij geniet van de autoriteit en macht die hij heeft in zijn positie. Het is overduidelijk dat vader en hij hoger op de sociale ladder staan en daar maken ze met alle liefde misbruik van. Ik heb vader het Ierse volk al meerdere malen voor ongedierte uit horen maken.
      Wanneer de volgende pachter de ontvangstkamer in stapt, slaat op hetzelfde moment de tussendeur naar ons huis met een klap open. Een jongeman met donkerblonde krullen stapt naar binnen en eist zo alle aandacht op. Het hout van vaders werkkamer kraakt onder het gewicht van zijn gepoetste, bruine, leren laarzen. Ze lopen achter het bureau langs naast de enige vrije plek in de kamer: naast mij.
      “Vader,” groet hij met de stem van een man.
      “Zoon,” bromt vader zonder hem een blik waardig te keuren.
      Dan komt hij bij mij aan en drukt een natte kus op mijn wang. Tergend langzaam zakt hij terug naar achter. “Dag lief zusje,” zegt hij, zijn woorden gedoopt in honing, “Wat fijn dat je ons vandaag vergezelt.”
      Ik antwoord echter niet en staar hem slechts aan met een kille blik terwijl hij achter me een nonchalante houding tegen de muur aanneemt. Uit zijn zak haalt hij een glanzende, rode appel en neemt er luid een hap van.
      De Ier, die lang vergeten in de deuropening staat, zet onzeker een stapje naar voren. Gelijk richtten alle blikken zich op hem en springt hij van schrik weer achteruit, tot vaders ongenoegen. Ik zie de afgunst van hem afdruipen en voordat hij iets kan snauwen naar hem zeg ik: “Kom binnen.”
      Onzeker kijkt de man van vaders leeftijd mij aan. Ik zie de afweging die hij maakt in de luttele seconden waarin hij een keuze maakt: moet hij luisteren naar een vijftienjarig meisje, of naar zijn bailiff, van wie hij het land pacht waar zijn vrouw en kinderen van leven? Ik glimlach bemoedigend en de man stapt toch naar voren. Dan wendt hij toch nors zijn blik van mij af en zie ik iets van woede terug in zijn gebalde vuisten. Er steekt iets binnen in mij, maar ergens weet ik dat ik niet anders had moeten verwachten. Hoe goed ik het ook bedoel; ik ben en blijf een Engelse voor hem.
      Achter me hoor ik mijn broer grinniken en geërgerd sluit ik mijn ogen. Ik haal diep adem en leg mijn handen, die de rok van mijn jurk krampachtig vasthouden, in een kommetje op mijn schoot.
      Ik haat de derde maandag van de maand.

Bailiff is Engels voor Baljuw.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

  1. Texel
    Texel 3 maanden geleden

    Sterk begin! Ik kijk uit naar de rest (:

  2. Pixielisje
    Pixielisje 3 maanden geleden

    Oeh, super! Je belicht heel erg mooi de spanning tussen de Ieren en de Engelsen!
    Ik vind het standpunt van jouw ik-personage echt goed gekozen om dit te doen.
    Pluspunten voor de terminologie die je gebruikt! Doe zo verder!

    Azriel
    Azriel 3 maanden geleden

    Dankjewel!

Details

19 (0 | 0)

12+

1205

91 (0)

Share