Foto bij H.70.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Wat is er aan de hand?’ vraagt hij.
Een beetje verward kijk ik hem aan.
Ik kan niet helder nadenken, sta nog stijf van de medicijnen, maar ik weet dat ik die tekening niet kwijt wil, dat ik Ammay niet kwijt wil.
‘Ik wil het getatoeëerd hebben.’ zeg ik, bijna smekend.
Hij lijkt te twijfelen.
‘Je moet eigenlijk thuis gaan rusten.’ zegt hij onzeker.
Ik klem mijn kaken even op elkaar, probeer de tranen terug te dringen.
‘Evan. Alsjeblieft ik... het... dit is het laatste wat ik nog van haar heb.’ ratel ik en ik haal eventjes gaperig ademt.
Dan slikt hij, gevolgd door een weifelende knik.
‘Oké.’

Als we bij Evans huis zijn aangekomen, eist hij van me dat ik direct naar bed ga.
Mijn enige voorwaarde is dat hij zelf ook gaat slapen en uiteindelijk stemt hij ermee in.
Ik ben zelfs nog eerder wakker dan hij, maar heel lang lig ik wakker, met teveel pijn om me te bewegen.
Uiteindelijk beslís ik gewoon om op te staan en negeer ik de bijtende pijn door heel mijn lichaam.
Ik heb er keer op keer mee moeten leven en ditmaal is niet anders.
Moeizaam loop ik de trap vanaf de logeerkamer af, struikel de laatste trede af en kan mij maar nog net vastgrijpen aan de leuning.
Gedesoriënteerd knijp ik mijn ogen dicht, hoop dat het draaien ophoud.
Dan gaat de deur van Evans kamer open.
Blijkbaar heb ik hem gewekt.
Ondanks dat hij net wakker is geworden rent hij redelijk snel de trap af, legt zijn handen in mijn nek.
Zijn haar zit in de war van de slaap, maar zijn ogen zijn klaarwakker.
‘Ben je gevallen? Alles oké?’ zegt hij zenuwachtig.
Ik voel hoe het duizelt, hoe ik onmogelijk mijn evenwicht op één plek kan houden.
‘Ja, nee. Het is niets. Gewoon...’ ik stoot een half zucht en half kreun uit,’ duizelig.’
Hij vouwt zijn armen om mij heen.
‘Je moet gewoon weer naar bed.’ zegt hij, maar ik schud mijn hoofd, ook al doet dat pijn.
‘Nee. Ik wil niet. Ik heb genoeg geslapen.’
Hij twijfelt even.
‘Oké.’ zegt hij dan, maar nog steeds niet heel zeker.
Ik kijk hem kort aan.
‘Ik kan wel voor mezelf zorgen. Volgens mij is dit sowieso de eerste keer dat je geslapen hebt sinds...’ ik murmel de zin half af met niet bestaande woorden.
Alles om maar niet dat te hoeven zeggen.
‘Met mij gaat het prima’, drukt hij me op het hart, maar ik weet gewoon dat hij zich sterk houdt voor mij.
Ik ben niet de enige die een trauma heeft opgelopen.
Hij escorteert mij haast maar de bank en gaat zelf in een soort grote fauteuil zitten, mij nauwlettend in de gaten houdend.
En ik staar alleen maar naar de muur, de hele dag door.
Onder het soort van verband om mijn huid tegen onder andere de zon te beschermen, doet mijn verse tattoo zeer, maar ik reageer er niet op.
Na een uur of twee staat Evan terug en brengt me een klein pakje yoghurt met een glas water.
En daarnaast een stapeltje pillen.
Ik reageer er niet eens op, blijf gewoon voor mij uitstaren, zou dat voor eeuwig kunnen doen.
Als ik nu iets zou doen, als is het maar de kleinste taak, breek ik, barst ik in tranen uit, zal ik mij nooit meer bijeen kunnen rapen.
Na een half uur of iets loopt Evan naar me toe, knielt voor mij neer.
Hij vangt mij blik, maar die blijft even leeg als daarvoor.
‘Neem tenminste je medicijnen.’ zegt hij en zijn stem trilt, is smekend.
Ik kijk hem aan, negeer zijn verzoek, maar begin wel te praten.
‘Je moet verdwijnen.’ zeg ik resoluut.
Hij fronst, schudt verward zijn hoofd.
‘W-waarom?’ stottert hij en hij ziet eruit alsof de grond onder zijn voeten weggeslagen wordt.
Hij pakt trillend mijn bovenramen vast, alsof hij me tegen wilt houden, bang is me kwijt te raken.
‘Ze gaat niet ophouden. Ik... ze gaat me achterna komen. Ik heb haar... ik heb haar verraden. Evan, begrijp het dan. Ze gaat niet ophouden. En als jij bij me bent... dan’, ik schud mijn hoofd, alsof ik mijn gedachten helder wil krijgen,’ Ik wil niet dat jou iets overkomt.’
Hij kijkt me gekweld aan.
‘Gioa... nee.’ brengt hij uit en ik onderbreek hem net wanneer hij weer iets wilt zeggen.
‘Natuurlijk gaat ze me achterna komen. Dat is logisch. En als jij er bent, vermoordt ze jou ook. Ze heeft haar éígen... haar eigen dóchter vermoord om mij te straffen. Wie zegt dat ze bij jou niet hetzelfde zal doen? Evan... ze is gestoord. Ze zal alles doen om wraak te nemen; zelfs als ze er zelf door ten onder gaat.’
Hij trekt me tegen zich aan, alsof hij hoopt me zo over te halen.
‘Maak je nou maar geen zorgen om mij.’ mompelt hij in mijn haar.
Ik begint te huilen, zonder geluid; alleen ik die opgesloten zit met mijn pijn en tranen.
‘Al mijn veiligheid is weg, Evan. En jij bent het enige wat ik nog over heb’, ik druk me dichter tegen hem aan,’ Ik kan jouw leven niet riskeren.’

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    (Sorry weer niet gepast, maar...)

    ZOENEN! ZOENEN!

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Der pudding is kn de war

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen