Foto bij Scar 8

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Zij was mijn zusje en ik haar grote broer, acht jaar ouder dan zij. Toen ze ‘s nachts nachtmerries had kwam ze naar mij toe en ik had haar beloofd dat ik haar altijd zou beschermen. Toen ze haar arm brak toen ik met haar naar de speeltuin ging, beloofde ik haar dat het goed zou komen. Toen ze op school gepest werd had ik haar beloofd nooit alleen te laten en de pestkoppen goed duidelijk te maken dat ik niet bang was voor een beetje geweld. Ik had haar de hele wereld beloofd. De wereld en de ruimte.
En moet je nu eens zien wat er van al die beloftes overgebleven is.
En moet je nu eens zien wat er van mij overgebleven is.
Aan wie moet ik me voor verontschuldigen: aan wie ik ben geweest, of aan wat er van me over is?
Waar moet ik spijt van hebben: van wat ik wel heb gedaan, of van wat niet?

De deur van de auto opent. Paige rijkt me de warme beker koffie aan. Onze vingertoppen raken elkaar kort aan wanneer ik hem aanpak en het voelt alsof er een elektrisch vonkje tussen ons overspringt bij de aanraking.
Na Blueberry’s dood moet ik toegeven dat ik - ondanks dat ik er niet trots op ben - een tijdje het foute pad op raakte en daarbij ook haast elke avond een andere vrouw mee naar huis nam. Daarna had ik een half jaar een vriendin, Nola, waarmee het uitging omdat ik in een dronken bui vreemd was gegaan. Ik hield niet van haar. Misschien wilde ik niet alleen zijn, of was het goed voor mijn ego, of misschien liet zij me beter voelen over mijn eigen miserabele leven, maar ik hield niet van haar. Je verwoest de mensen waar je van houdt niet. Dat doe je gewoon niet.
Dat - elk van die relaties, hoe kort ook - was natuurlijk veel intiemer en toch voelt die kleine, onbedoelde aanraking van Paige als zo veel meer. Als zij me aanraakt, bewust of onbewust, betekent het zo veel meer. Betekenisvoller is misschien niet het juiste woord, maar in ieder geval ben ik me er veel meer bezonnen op. Ik schud de gedachte weg, wil niet eens beginnen met nadenken waarover die vandaan komt. Dit is gewoon dom en naïef. Ik ben niet de hoofdrolspeler in een soapserie. Ik moet wel een béétje professioneel blijven. Ik ben gewoon nog emotioneel en in de war van mijn breekpunt van gisteravond. Dat zal het wel zijn.
Met haar eigen beker in haar hand manoeuvreert ze zich weer in de passagiersstoel van de politiewagen en klikt haar gordel vast. Vandaag moesten we een hele korte patrouille maken en wilde de commissaris - ik weet niet eens meer of ik hem gewoon Marco kan blijven noemen nu hij gepromoveerd is - ons spreken over wat we de rest van de dag moeten doen.
Ze blijft aan haar haar zitten, telkens weer, maakt keer op keer op een nieuwe manier haar staart vast, alsof het een zenuwtrekje is. Nu ik erover nadenk, heb ik haar dit eerder zien doen. Misschien is het ook wel echt een zenuwtrekje.
Iedereen heeft zijn eigen zenuwtrekje. Marco draait altijd zijn trouwring om zijn vinger. Mijn moeder peuterde altijd aan haar oorbel. Mijn vader kauwde op de binnenkant van zijn wang. Ik duw zelf altijd mijn ene nagel een stukje onder de andere. En Blueberry deed alle dingen die je maar kon bedenken bij elkaar. Misschien zijn we gewoon allemaal een zooitje.
‘Hoe laat moesten we terug zijn?’ vraagt ze na een tijdje en neemt een slok koffie terwijl ze op haar antwoord wacht, ook al denk ik dat ze dat zelf ook wel weet en gewoon de stilte wilt verbreken.
‘Half een. Uiterlijk,’ reageer ik dan.
Ze buigt voorover, naar de klok in het dashbord.
‘En het is nu...’ zegt ze zachtjes in zichzelf terwijl ze de cijfers afleest, ’...kwart voor elf.’
Dan kijkt ze me nerveus aan.
‘Waarom denk je dat hij ons wilt spreken?’ Haar stem klinkt alsof ze de woorden eruit perst. ‘Heb ik iets verkeerd gedaan...?’
Ik schud snel mijn hoofd.
‘Nee! Echt niet. Natuurlijk niet. Je doet het geweldig. We moeten waarschijnlijk vandaag... weet ik veel... onderzoek naar iemand doen of zo. Een zaak bekijken. Het gebeurt wel vaker,’ stel ik haar gerust en ze lijkt te ontspannen, maar nog steeds blijft ze met haar vingertoppen de punten van haar haar aaien.
'Ja?' vraagt ze onzeker.
'Ja.'
Ik zet de auto weer in beweging en we rijden in stilte door de straten.
Op een gegeven moment verstijft ze opeens en voor een paar seconden let ik niet op de weg, wat ondanks dat er niets ergs gebeurt, erg dom is.
‘Wat is er?’ vraag ik.
Ze schudt haar hoofd. 'Niets ernstigs.'
Ik geloof haar niet.
‘Wat is er?’ herhaal ik, indringender dan eerst.
Ze bijt kort op haar lip.
‘Gewoon... Chris liep daar. Blijkbaar heeft hij vrij vandaag. Echt, het is niets... het is gewoon... niet mijn type mens,’ brengt ze met licht bevende stem uit.
Chris. Chris, die gisterenochtend bij het koffieapparaat zo dichtbij haar kwam. Chris, die haar intimideerde omdat hij dat grappig vindt en dacht haar zo op een date te krijgen. Chris, die ik wel duizend maal in elkaar kon slaan toen ik de angst door Paiges lijf zag opvlammen.
Hij gedroeg zich als een eersteklas eikel, maar niet zo erg dat ze nu nog in paniek zou moeten raken als ze hem nu ziet. Iets klopt niet. Ze heeft een verleden. Ze heeft een verhaal. En ik weet zo ontzettend zeker dat “het voelde als het juiste om te doen” als reden om agent te worden, maar een halve waarheid is. Ik zou haar bij haar schouders willen pakken en de antwoorden uit haar willen schudden, maar dat doe ik niet, ook al blijft het de hele tijd in mijn achterhoofd jeuken.
Iets klopt niet. Ze is bang. En ik wil haar beschermen, omdat ik dat bij Blueberry niet gedaan heb, omdat ze dat verdient. Maar ik zou niet weten waar te beginnen.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Blueberry lijkt me een leuk persoon... jammer dat ze niet op kan staan uit de dood...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen