'Nu nu?' vroeg Alexander, verbaasd door de directheid en vastberadenheid van de aloude. 'En waarom ik nu precies?'
      'Ja, nu, nadat ik je nog wat laatste uitleg heb gegeven. Je bent voorbestemd voor het doen van grootse dingen. Veel heb je dan ook al voor elkaar gekregen, zoals het verkrijgen van een gigantisch rijk. Je bent een goede strijder en een ultiem strateeg. Ondanks dat jullie humani niet in de monsters die er zijn willen geloven, wordt er soms wel strijd geleverd tussen de twee partijen. De humani hebben voorvechters nodig die hen verdedigen en helpen in die strijd. Mensen zoals jij. Daarom wil ik jouw krachten wekken, zodat je die kan ontwikkelen. En ik zal je vervolgens onsterfelijk maken. Uiteindelijk zal je je magie kunnen combineren met je kennis en vaardigheid en zo een geweldige beschermer der humani worden. Zij hebben je nodig. En ik heb je nodig, want iemand moet in mijn naam hen beschermen, iemand moet het vertrouwen in mij verspreiden en intact houden. Ik zal soms dingen van je vragen, maar verder ben je betrekkelijk vrij te leven zoals jij dat wilt. Zolang je maar niet te bekend wordt. Weeral een wereldrijk opbouwen zal niet mogelijk zijn, noch een koning zijn over mensen. Je onsterfelijkheid zal teveel opvallen, je zult in de schaduwen moeten leven. Heb je dat ervoor over?'
      Weer viel een stilte waarin Alexander nadacht over de woorden van Zeus. Hij zou onsterfelijk worden, waarschijnlijk ook over krachten bezitten die hij eerder nooit voor mogelijk had gehouden. Eigenlijk kon hij ze nu nog steeds nauwelijks voorstellen. Maar hij moest zijn drang naar macht grotendeels laten varen. Macht in de trant van heersen zou hij waarschijnlijk daarna nooit meer bezitten. Maar eeuwig leven? Dat moest heerlijk zijn. Hij zou de hele wereld kunnen afreizen, overal ter wereld de bibliotheken en wijzen bezoeken en de kennis die zij bezaten tot zich nemen. Wat zou dat toch geweldig zijn.
      Maar, vrienden nu zouden uiteindelijk sterven. Hephaistion zou sterven. Kon hij Zeus niet overhalen om hem ook onsterfelijk te maken? Niet nu, dat zou te voorbarig zijn, Zeus zou zijn verzoek waarschijnlijk nooit honoreren. Maar later misschien, als hij zichzelf bewezen had. Hij kon Hephaistion in dit alles meetrekken, zodat ook hij zichzelf kon bewijzen. Zodat ook hij onsterfelijkheid gegund zou worden. Eeuwig samenzijn met zijn geliefde, dat moest wel het beste op de wereld zijn. Samen alles ontdekken.
      'Ik heb het ervoor over,' zei hij uiteindelijk. 'Ook tijdens mijn gewone leven zullen mensen sterven, dus een paar meer kan ik vast wel aan.'
      'Als jij het zegt,' luidde slechts Zeus antwoord daarop. 'Maar dan zal ik nu je krachten wekken. Volg nauwkeurig mijn bevelen, gezien dat van groot belang is.' Alexander knikte en ging vervolgens naar de aanwijzingen van Zeus rechtop op de ligbank zitten. De aloude ging achter hem staan, legde zijn handen op zijn schouders en begon te spreken. Ondertussen gloeide zijn aura blauwgrijs op.
      'Alexander, zoon van Philippus en Olympias, van de clan der Macedoniërs, van het humaniras. In jouw maak ik deze kracht wakker, de kracht die bij de humani lang geleden niet meer als van sprekend geldt.
      Om te kunnen zien met scherpheid.'
Ondanks dat Alexander zijn ogen op Zeus aanwijzing had gesloten, gloeide het zwakke licht in de ruimte plots op voor zijn ogen, terwijl de aloude sprak.             Tevergeefs probeerde hij zijn ogen extra dicht te knijpen tegen de plotseling felle gloed.
      'Om te kunnen horen met helderheid.'
      Hoe verder Zeus kwam met zijn woorden, hoe duidelijker en helderder en harder Alexander ze kon horen.
      'Om te kunnen proeven met puurheid.'
      Zonder dat hij het wist, hadden verschillende smaken van een slagveld zich in zijn mond vastgezet en plots proefde hij opeens alles tegelijk. Stof, bloed, zweet. Smerige smaken die hij liever niet wilde proeven.
      'Om te kunnen voelen met gevoeligheid.'
      Plots voelde hij zijn kleding en zijn wapenrusting zwaar op zich drukken. Hij wist dat zijn wapenrusting zwaar was, maar had nooit geweten dat kleding zo ruw op zijn huid kon voelen.
      'Om te kunnen ruiken met intensiteit.'
      De geuren overweldigden hem. De geur van zweet en bloed die nog om hem heen hing van na de veldslag, maar ook de frisse geuren van zijn tent. Hij wilde altijd dat zijn vertrekken lekker roken, maar de geur ervan maakte hem nu misselijk.
      Zeus nam zijn handen van Alexanders schouders en hij zakte in elkaar. De Ontwaking had hem uitgeput. Hij was sterk en Zeus wist dat ook, anders had hij zijn krachten nooit gewekt, maar het hakte er wel flink bij hem in.
      'Het is nu belangrijk dat je goed rust. Ieder mens dat de Ontwakening doorgaat is vlak erna uitgeput. Rust is nodig om je overprikkelde zintuigen te laten wennen. Terwijl je slaapt zal ik je met magie helpen alles een plek te geven. Met een beetje geluk heb je morgenochtend geen erge last meer van die overprikkeling.' Alexander humde dat hij het begrepen had, ook dit klonk hem veel harder in de oren dan eerder, en kwam wankelend weer overeind, nog half verdoofd door zijn versterkte zintuigen die hem overwelmden.
      'Als ik jou was zou ik wel één van je generaals op de hoogte brengen van dat je voor de rest van vandaag niet meer tevoorschijn zal komen. Dan zijn je mannen ervan op de hoogte en kunnen je generaals de belangrijkste dingen voor je regelen.'
      'Hephaistion,' mompelde Alexander, hardop spreken klonk te hard in zijn eigen oren. Hij wankelde naar de ingang van de tent en Zeus liep op hem af om hem te ondersteunen. Dankbaar knikte Alexander naar de aloude. Eenmaal bij de ingang vroeg hij één van zijn wachten om Hephaistion te halen, maar hem verder niet te storen.
      'Ik weet niet precies wat de relatie tussen jullie is, maar ik zou hem niets vertellen. Geen van de andere mensen. Ze zullen het niet snappen, misschien zelfs jaloers worden en proberen je te vermoorden. Zelfs als je eenmaal onsterfelijk bent, ben je nog niet onkwetsbaar.'
      'Hephaistion zal me nooit verraden. Hij zal het uiteindelijk wel begrijpen.'
      'Vertel het hem alsnog niet nu,' zei Zeus streng en loodste ondertussen Alexander naar zijn bed toe.
      'Maar wat moet ik dan zeggen? Hij zal willen weten waarom ik opeens zo moe ben.'
      'Je hebt een plotselinge ineenstorting. Je kon het gewoon even niet meer aan na de veldslag.'
      'Ik weet niet of hij dat zal geloven. Hij weet dat ik tegen veldslagen kan, dat ik er normaal niet zo heel erg onder lijd.'
      'Hij zal het wel geloven, daar zorg ik persoonlijk voor.'
      'Maar hij mag niet weten dat jij er bent? Dat maakt het alleen maar verwarrender.'
      'Maak je geen zorgen, het komt goed.'

Reacties (2)

  • SonOfGondor

    Ah, overprikkeling, relatable

    2 jaar geleden
  • Altschmerz

    Ik vind het best wel awesome dat overgevoelig zijn in je verhaal wordt neergezet alsof je een badass Godenkind bent. Me likes.:Y)

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen