Foto bij 30/05/2077

30/05/2077 – Tobias

Emilia keek hem kritisch aan en Tobias kromp een beetje in elkaar. Het kostuum dat hij moest dragen, zag eruit alsof hij rechtstreeks uit de hoogste klasse kwam. Dat was vermoedelijk ook de bedoeling, want in dit restaurant kwamen enkel mensen die er genoeg geld voor neerlegden. ‘Heb je al eens eerder in de horeca gewerkt?’ Ze liet haar blik minachtend over hem heen glijden. ‘Laat niets vallen. En onthoud: klant is altijd koning. Ook al is de klant een klootzak. Dus, wees vriendelijk – altijd en overal.’
      Dat laatste advies leek niet al te makkelijk. Tobias raakte redelijk goed weg met het dragen van drie borden op één arm – zo goed dat Emilia hem zelfs een compliment had gegeven. De klanten werkten echter niet in zijn voordeel. Een man klaagde over het feit dat er te veel peper in zijn soep zat. Tobias bezorgde hem een nieuwe portie soep, dit keer met minder peper. Nog geen vijf minuten later klaagde de klant dat er te weinig peper in zat. Tobias stelde voor om opnieuw een nieuwe portie te bezorgen, maar bij die woorden nam de man zijn bord soep van de tafel en gooide hij het over Tobias’ hoofd. Tobias staarde hem even bedeesd aan. Gelukkig kwam Mer, eigenaar van het restaurant, hem tegemoet gelopen.
      ‘Sorry meneer,’ zei hij met die brede klant-is-koning glimlach, ‘maar ik zou het waarderen als u mijn werknemers met iets meer respect behandelt. Wat een verspilling van perfect eetbare soep, trouwens.’
      ‘Uw werknemer? Het plebs dat niet eens een degelijke job vast kan krijgen?’
      ‘Ik zou het waarderen als u niet zo spreekt over mijn werknemer waar u helemaal niets over weet.’
      ‘Het woord op zijn pols zegt genoeg,’ zei de moeilijke klant. Tobias, bedekt in tomatensoep, staarde naar de BLANCO die in drukletters op zijn pols stond geschreven. ‘Ongelofelijk dat u uitschot als dat in dienst neemt.’
      Mer gebaarde Tobias dat hij zich naar de keuken moest begeven. Daar leidde Emilia hem naar de badkamer, waar hij zijn gezicht en zijn haren af kon wassen en waar hij een nieuwe set kleren aan kon trekken. Toen hij terug bestellingen op kon nemen en af kon leveren, was de moeilijke klant samen met zijn entourage verdwenen. De avond was al gevallen en vanwege de avondklok die vanaf elf uur inging, waren er om tien uur ’s avonds niet bijster veel klanten meer. Enkel een jong koppel en een meisje dat in het oog sprong. Ze leek hier niet thuis te horen: ze was veel te jong om het menu te kunnen betalen. Bovendien spraken haar kleren ook voor zich. Ze droeg een wit hemd, een zwarte broek die tot boven de ronding van haar heupen kwam, een stel bretellen en een kleine das in plaats van een galante jurk. Haar haren zagen eruit alsof ze onder stroom hadden gestaan. Ze porde wat in haar eten en keek af en toe op.
      Toen het jonge koppel was vertrokken, zat ze er nog steeds. Emilia keek op haar horloge. ‘Het is al half elf. We sluiten. Kun je haar vriendelijk verzoeken om te vertrekken? Ze heeft al betaald.’
      ‘Al betaald?’ zei Tobias verbaasd.
      ‘Met een dikke fooi. Ik had het ook niet gedacht. Rijke ouders, misschien?’ Emilia gaf hem een duwtje in zijn rug. ‘Maar hup, vertel haar dat ze op mag rotten. Maar dan vriendelijker.’
      Tobias wandelde naar het meisje dat naar haar lege bord staarde alsof het iets betoverend had. ‘Hallo, juffrouw. We sluiten bijna en ik vermoed dat u ook beter naar huis zou gaan vanwege de avondklok.’
      Ze keek hem met grote, bruine ogen aan en bleef hem ongemakkelijk lang aanstaren.
      ‘Is er iets, juffrouw?’ vroeg hij.
      Ze keek snel terug naar haar bord. ‘Nee, ik dacht even dat ik je herkende. Je lijkt een beetje op iemand die ik ooit kende.’ Verlegen keek ze terug in zijn richting. Haar ogen dwaalden af naar het woord op zijn pols. ‘Vraag je je ooit af… wie je was voor dat?’
      Tobias staarde naar zijn schoenen. ‘Iedere seconde, iedere dag.’
      ‘Ik doe… een onderzoek naar blanco. Misschien kunnen we elkaar helpen?’
      Tobias wist dat het gevaarlijk was, maar hij had altijd geweten dat het gevaarlijk was. Toch had dat hem nooit tegengehouden. Sinds dag één was hij op zoek gegaan naar een manier om meer te weten te komen over zijn vorige zelf, maar hij had nergens iets gevonden wat hem in de juiste richting had kunnen duwen. Dus knikte hij.
      Het meisje stond op. Haar haren stuiterden een beetje op en neer, terwijl ze rechtstond. In het felle licht van het restaurant, leek haar chocoladekleurige huid bijna spierwit.
      ‘Dan zie ik je morgen, aan de fontein in het park, om drie uur stipt.’ Het was alsof ze geweten had dat Tobias morgen vrij had. Ze had het waarschijnlijk ook geweten.
      Misschien wist ze meer dan hij dacht en dat maakte haar gevaarlijk – heel gevaarlijk.

Reacties (2)

  • FireBrick6

    ik ben ook benieuwd naar wat ze weet/ van plan is met hem ^

    2 jaar geleden
  • Pinguino

    Aight ik ben benieuwd

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen