Foto bij - Raiden - Acklins -

Mijn tas staat op mijn bed klaar. Ik heb mijn trainingskleren ingepakt en wat vrije tijds kleding. Voor de rest hoef ik niet veel mee te nemen, digitale apparaten krijgen we daar toegewezen dus mijn laptop kan ik ook thuis laten.
Ik pak mijn leren jas van de stoel en hijs mijn tas van het bed. Mijn vader heeft deze jas altijd ongepast gevonden voor een jongen met een status die ik heb. Maar nu ik hier toch niet meer woon de aankomende weken, heeft hij er niks over te zeggen.
Het is erg stil in het huis, mijn broer heeft vanmorgen afscheid genomen voor hij naar zijn werk ging en vader heeft gisteravond al gedag gezegd, omdat hij om zeven uur alweer op zijn werk stond.
Zwijgend loop ik de trap af naar buiten toe, met een zachte klik trek ik de deur achter me dicht en loop naar de zwarte auto die geparkeerd staat voor de deur om me naar het vliegveld te brengen. Het zou twee uurtjes vliegen zijn naar Rendacka, de hoofdstad. En vanmiddag zou ik mijn match ontmoeten.
Ik doe mijn oortjes in terwijl ik zwijgend uit het raam kijk, de rit naar het vliegveld duurt ook nog eens drie uur en tegen de tijd dat we er aankomen ben ik een beetje weggedoezeld.
Ik schrik wakker als de voordeur dichtklapt en de chauffeur naar achter loopt om mijn bagage uit de kofferbak te halen. Slaperig haal ik mijn handen door mijn haar voor ik de deur openmaak en ook zelf uitstap. We zijn gestopt op het vliegveld, voor de ingang van mijn, door de regering geregelde, privé vliegtuig.
Met een knik als bedankje neem ik mijn bagage over van de chauffeur en loop de trap op naar binnen waar mijn bagage meteen weer door een stewardess wordt overgepakt.
“Welkom meneer Acklins, neemt u alstublieft plaats op een van de stoelen.” Ik doe wat ze vraagt en ga op een grote comfortabele stoel aan de rechterkant zitten.
Drinken staat voor me klaar en als we eenmaal in de lucht zijn loop ik een beetje rond in het vliegtuig. Ik houd niet van stilzitten, het maakt dat ik me rusteloos voel alsof er teveel energie binnen in mij zit.
Op wat turbulentie na verloopt de vlucht vlekkeloos en komen we in onze hete hoofdstad aan. Het is hier bijna tien graden warmer als de stad waar ik vandaan kwam en de zon brand genadeloos op mijn huid als ik naar buiten kom.
Met mijn leren jas over mijn arm gegooid en mijn tas in mijn hand sta ik boven op het gebouw van de gemeente waar we zijn geland. Het uitzicht is grandioos, zover ik kan kijken zie ik gebouwen, parken en huizen. Het lijkt alsof er geen einde aan deze stad komt.
“Meneer Acklins wilt u mij volgen naar uw vertrekken waar u uzelf kan opfrissen?” Er verschijnt een man naast me in een zwart pak en ik benijd hem om zijn koele indruk. Bij mij staat het zweet op mijn voorhoofd en dat terwijl ik nog gewoon een T-shirt draag.
We lopen wat trappen af naar beneden en komen aan in een hal die heerlijk koel is, met de lift dalen we nog wat verdiepingen tot we op de 8e verdieping aankomen. Ik krijg een sleutel aangereikt en met de mededeling dat het eten om zes uur gebracht zal worden en dat er de volgende dag iemand zal komen voor verdere instructies laat hij me achter voor een grote bruine deur.
“Wat gastvrij” zeg ik als de man de hoek om slaat. Ik duw de sleutel in het slot en loop naar binnen. De eerste kamer waar ik in terecht kom is de woon/eet kamer. Er is een wand gevuld met ramen waardoor we over de stad uitkijken en er staat een grote hoekbank met tv. In het midden staat een lange eettafel met stoelen er om heen en er is zelfs een keuken in het appartement. Er zijn drie deuren die op deze ruimte aansluiten. Een daarvan komt uit op een gigantische badkamer en achter de andere twee zitten slaapkamer.
Ik neem aan dat ik mijn appartement met het donderkind zal delen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen