Foto bij ~ Alyssia ~ Ravianna ~ Jenson ~

De auto rit naar het vliegveld was oké, de vlucht was oké, het uitzicht bovenop het gebouw was oké, maar de hitte was verre van oké. Ik duw mijn klamme haar omhoog zodat het kleine briesje dat er staat mijn nek kan verkoelen terwijl ik met drie bungelende tassen aan mijn armen de man van het dak probeer te volgen de trappen af.
Wat een aardige mensen hier, zo behulpzaam.
“Airco” zucht ik opgelucht als we in een heerlijk koele gang aankomen. Ik heb het al lang opgeven en heb mijn schoenen in het vliegtuig al uitgetrokken, waardoor de koude tegels nu als een ware traktatie aanvoelen.
“Om zes uur wordt het eten gebracht, morgen zal je verdere instructies krijgen.” De man duwt nogal onbeleefd een sleutel in mijn hand waarna hij de hoek om verdwijnt. Chagrijnig steek ik mijn tong naar zijn rug uit. Na veel gemorrel krijg ik de deur van het slot en wurm mezelf met de tassen door de deur heen, waarna mijn mond openvalt. Een wand is volledig gemaakt van glas waardoor we een gigantisch uitzicht op de stad en de langzaam zakkende zon hebben. De meubels zijn veel te koel en afstandelijk naar mijn zin, er ligt geen enkel gekleurd kussentje of dekentje op de bank en alles is geschilderd in saaie zwart, wit of grijs tinten.
Maar ondanks dat.
Wow.
Oprecht, de luxe straalt er gewoon van af en opgewonden pak ik mijn telefoon uit mijn broekzak.
“Kijk jongens, dit is mijn nieuwe huis” Film ik terwijl ik langzaam een rondje draai. “Ik denk niet dat ik hier ooit naar buiten ga, want het is zo heet dat ik bang ben dat ik smelt.” Ik hijs mijn tassen wat hoger op mijn armen terwijl ik naar een van de deuren in de kamer loop.
“Kijk die badkamer Amylle, genoeg ruimte voor ons allebei” Zeg ik bewonderend en ik draai nog een rondje met mijn telefoon voor ik naar de volgende deur loop.
Ik leg mijn hand op de klink op hetzelfde moment dat de deur al open gaat.
Gillend gooi ik mijn telefoon naar de persoon toe met een van mijn tassen er achteraan.
“Godver!” roept een zware mannelijke stem als mijn tas hem in zijn buik treft. Ik besef dat ik nog steeds gil en ik sla mijn mond met een klap dicht terwijl ik een van mijn overgebleven tassen dreigend voor me houd.
“Wie ben jij?” Vraag ik wantrouwend en dan kijk ik hem recht in zijn ogen. De kleur zit tussen zilver en goud in en kijken me zo fel aan dat ik een mini stapje achteruit ga. En dan valt alles op zijn plek.
“Jij bent de Bliksem” zeg ik geschrokken op hetzelfde moment dat hij zegt.
“Jij bent het Donderkind.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen