Foto bij H57: Issie ~ Nick

Het was twee dagen later. Morgen had ik de afspraak met Yoko, maar vandaag ging ik eerst op zoek naar Issie. Gisteren was mijn poging al op niets uitgelopen, dus ik hoopte dat ik vandaag meer succes had. Het regende weer pijpenstelen en niemand ging het hotel uit. De andere toeristen waarmee ik naar hier was gekomen mopperden aan één stuk door, maar ik ging toch naar buiten. Ik hield een taxi tegen die mij naar het meer bracht en ik stapte daar uit. Al snel was ik zelfs met een regenjas helemaal doorweekt en ik zo kwam ik ook aan bij het meer. Ik ging aan de rand van de kade staan en riep in het Japans: “Issie! Ik heb je nodig!”

Er verstreken uren. Mijn stem was schor van het roepen en ik begon de moed te verliezen. Er was geen enkel teken van Issie en ik begon tegen het meer te praten, in de hoop dat ze mij zou horen. “Issie, mijn vriendin is gevangen genomen door een succubus en ze wilt jou in ruil voor haar leven. Help me alsjeblieft!” riep ik op het einde wanhopig en liet me toen op de kade vallen en liet mijn benen bungelen boven het water. Ik liet mijn hoofd in mijn handen vallen en zuchtte diep om mezelf te kalmeren. Het regende al minder hard, maar ik was toch al volledig doorweekt. Wat als ik Issie niet kon vinden? Zou Yoko Khana dan echt doden? Waarschijnlijk wel, voor Yoko is ze maar een mens, meer niet… En toen kwam de ruzie terug:

‘… “Ik ben niet dom hoor! En ik ben ook een mythisch wezen!” zei ik en Khana zei boos terug:
“Hoe vaak moet ik het zeggen? Ik ben GEEN mythisch wezen! Ik ben een doodnormale mens die gewoon wat anders is!”
“Anders in de zin dat je een mythisch wezen bent!” zei ik weer en ze gromde geïrriteerd.
“Fijn, geloof wat je wilt, maar ik ben het beu”, zei ze boos.’


Wat als ze echt een mens is? Maar al die redenen die ik opsomden waren niet menselijk… Aargh, nu begon ik ook al aan mezelf te twijfelen! Ik was net van plan om mijn haren uit te trekken van frustratie, toen ik het oppervlakte van het meer zag rimpelen. Een grote schaduw kwam vrij snel op de kade af waar ik zat en ik keek er als versteend naar. En toen kwam ze boven en ik zei ademloos: “Issie, je bent gekomen…”

Ik keek schichtig om me heen of er niemand was, maar er was echt geen kat te zien. Issie’s hoofd kwam boven het water uit en ze keek me aan. “Ben jij echt Issie?” vroeg ik in het Japans en alsof ze me verstond, bewoog ze traag haar hoofd op en neer. “Wil je me helpen?” vroeg ik dan en weer knikte ze, wel na enige aarzeling. Er verscheen een glimlach op mijn gezicht en ik zei: “Dankje, ik zal zorgen dat jou ook niets overkomt.” Weer knikte ze zacht. “Luister morgen of ik roep, dan moet je op die plek af komen”, legde ik uit en ze knikte weer, waarna ze onder water verdween en mij aan de kade achter liet. Nu maar hopen dat ze zich ging houden aan de afspraak…

De volgende dag brak aan. Het was weeral aan het regenen, maar nu was het redelijk zacht. “Je bent er”, zei de gedaante waar ik naartoe aan het wandelen was. Hij stond met zijn rug naar mij toe en droeg een waterdichte cape. “Volg me, Yoko wacht op je”, zei hij en ik volgde hem, mijn handgeweer binnen handbereik. We wandelden naast het meer en na een tijdje gingen we de bossen die aan het meer grensden in. Na weer een hele tijd wandelen kwamen we aan bij een soort inham van het meer in het bos, waar ik een heleboel mensen zag bouwen aan iets groots. Toen ik besefte wat het was, moest ik slikken om mezelf te beheersen: het was een grote harpoen.

De bomen boden wat beschutting en ik zag dat er een paar tenten waren opgezet. De man ging één van de tenten binnen en niet veel later kwam Yoko mee naar buiten. “Zo zo Nick, je bent toch gekomen…”, begon ze, maar ik onderbrak haar meteen. “Waar is Khana?” Ze kneep haar ogen tot spleetjes en zei: “Waar is Issie?” “Ze komt als ik haar roep, ik wil eerst zien dat Khana in orde is”, antwoordde ik en Yoko snoof. Toen gebaarde ze met haar hoofd naar een tent en de man die ik gevolgd was ging die tent in. “Hé wat… auw baka! Dat doet pijn!” hoorde ik iemand roepen en de man kwam terug buiten met Khana. Ze zag er bleek uit en de man hield haar onder schot met een geweer, terwijl een andere man haar aan haar goede arm meesleurde. “Nick, baka dat je bent! Ga weg!” riep ze naar me toen ze mij zag, maar Yoko ging met een geïrriteerde zucht op haar af en sloeg haar in het gezicht. “Laat haar!” zei ik, de opmerking van Khana negerend en Yoko draaide zich terug om. “Ze leeft nog, zie je? Nu Issie, of…”, zei ze en één van de mannen richtte het geweer op haar hoofd. “Al goed, ik heb het begrepen”, zei ik en ik ging aan de rand van het meer staan. Ik had nog niet echt een plan, maar als ik niets deed ging Khana er zeker aan. “Issie, kom alsjeblieft!” riep ik en meteen was iedereen stil. “Nee!” riep Khana geschrokken, maar ze werd neergeslagen. Ze viel op haar knieën en het geweer werd terug tegen haar hoofd gezet.

Het duurde niet lang voordat het water begon te rimpelen en niet veel later kwam het meermonster boven. Yoko staarde er gefascineerd naar en grijnsde opeens. “Zo, dat bedoelde hij…”, hoorde ik haar zeggen en toen beval ze: “Dood ze allebei!”

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen