Foto bij Scar 12

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
En dan komt er, een paar straten van haar huis, een andere auto uit een zijstraat. Hij schommelt, slingert. Ik herken het gelijk. De bestuurder is dronken. Mijn handen verkrampen zich om het stuur. Even voel ik totale machteloosheid, komt er een vreemd geluid uit mijn mond, weet ik dat ik niets kan doen.
Maar dat is nog niets in vergelijking met wat ik voel wanneer zijn auto de hare ramt.

Ik heb nog nooit zo hard op de rem getrapt, ben nog nooit zo snel in beweging gekomen. Binnen een mum van tijd sta ik bij haar auto. De wagen van de dronken bestuurder heeft haar auto aan haar kant geraakt, in het midden, maar iets naar achteren, waardoor ze in theorie geluk heeft gehad.
Zonder ook maar na te denken over het slachtoffer in de andere auto trek ik haar portier open. Ze kijkt me wazig aan. Er stroomt bloed uit haar lip en aan de zijkant van haar hoofd vanaf haar slaap. Haar handen trillen en ze zegt dof mijn naam, een frons op haar voorhoofd. Koortsachtig knik ik en klik haar gordel los. Ik haal haar uit haar wagen. Zonder de airbags kan ik veel beter zien hoe gewond ze is.
Op zich reden ze niet heel hard. Op zich moet het meevallen. Maar wat als dat niet zo is?
Zacht schokkend ligt ze om half drie ‘s nachts op de straat en zit ik op mijn knieën over haar heen gebogen. Haar been bloedt en ze ademt vreemd, als een vis op het droge. Dat zijn denk ik de belangrijkste verwondingen. Op zich is het oké. Natuurlijk niet oké, maar ze gaat niet dood. Denk ik. Hoop ik.
En dan begint ze tegen me te praten. Maar in een andere taal, die ik niet herken.. Ik wist niet dat ze tweetalig was.
‘Paige’, zeg ik. ‘Paige, je... je spreekt de verkeerde taal. Ik kan het niet verstaan.’
Ze kijkt me even vreemd aan, alsof ze me niet begrijpt, alsof ze hard na moet denken om zich de juiste woorden voor de geest te halen.
‘De andere auto. De chauffeur,’ brengt ze uit.
Ik klem mijn kaken op elkaar. Wie daar ook dronken achter het stuur zit, kan me niet schelen, want ik maak me alleen naar zorgen over haar, maar ze heeft gelijk.
‘Ik ben zo terug. Blijf wakker. Oké? Blijf wakker voor mij,’ zeg ik en ze knikt zwakjes.
Ik loop naar de andere auto. Er zit een man achter het stuur en hij stapt uit. Dronken, maar ongedeerd. Paige is gewond en hij niet. Het is niet eerlijk.
Ik grom en pak mijn telefoon, besteed geen aandacht meer aan hem. Terwijl ik haastig terugloop naar waar Paige op de grond ligt, bel ik 911. Ik kniel bij haar neer en ze probeert overeind te komen, maar ik duw haar voorzichtig terug. Terwijl er opgenomen wordt zoek ik in het donker naar een straatnaam. Ik zeg dat er een ambulance moet komen, waar hij heen moet, wat er gebeurd is, dat het om Paige Bourgeoiselle gaat, dat ze hulp nodig heeft, dat ze echt hulp nodig heeft.
‘Is Paige bij bewustzijn?’ wordt er gevraagd.
Ik knik, vergeet even dat de vrouw aan de andere kant van de lijn dat niet kan zien.
‘Ja. Half, denk ik,’ zeg ik.
‘Mag ik haar spreken?’
Ik knarsetand.
‘Ik zeg net dat ze maar half bij bewustzijn is. Doe niet zo idioot!’ snauw ik gepikeerd, ook al weer ik dat ze dat moeten vragen om erachter te komen of het wel echt is.
‘Kun je me iets vertellen over de zichtbare verwondingen?’
Ik omklem boos de telefoon.
‘Stuur nou verdomme een ambulance!’ Het komt er bijna uit als een snik.
‘Meneer,' zegt de vrouw kalm,’ die is al lang onderweg.’
Natuurlijk. Ze blijft gewoon tegen me praten om de situatie in te schatten. Maar dat kan ik nu niet hebben. Dus ik hang op, stop mijn telefoon weg.
‘Paige?’ vraag ik voorzichtig en haak mijn blik in de hare.
Ze beweegt haar hand half naar me toe, onzeker, vaag.
‘Praat tegen me, oké? Waar heb je pijn?’ vraag ik.
Ze slikt. Ze haalt zo onnatuurlijk adem.
‘Mijn been. Hoofd,' ze snakt even bijna naar adem. 'En mijn borstkas. Mijn borst doet zo’n zeer.’
Ik knik. Het verklaart de rare ademhaling. Natuurlijk. Dat is logisch. Als de gordel opeens je beweging blokkeert, blijft dat even zeer doen.
‘Het is oké. Focus je op mij. Ik weet dat het moeilijk is, maar blijf wakker. Dat is belangrijk. Er komt hulp aan.’
Ze wil abrupt overeind komen en opnieuw wil ik haar tegenhouden, maar ze schudt haar hoofd.
‘Nee. Het is vooral... vooral shock. Ik... het gaat prima,’ beweert ze en ik laat het toe, maar niet verder dan zitten. Ze knijpt even haar ogen dicht, alsof ze alles op een rijtje wilt zetten.
‘Oké,’ zegt ze in zichzelf. ‘Oké. Ik moet... ik moet naar huis. Daar neem ik wel pijnstillers en ik verbind mijn been. Dan moet ik slapen en om twaalf uur op werk zijn. Oké. Dat kan. Oké.’
Ze ratelt, probeert haar prioriteiten te stellen, maar werk is nu haar minste probleem.
‘Je moet nu naar het ziekenhuis. Oké?’ vertel ik haar en leg voorzichtig een hand op haar bovenarm. Ze is warm en koud tegelijk.
Ze hapt naar lucht.
‘Nee! Niet maar het ziekenhuis! Alsjeblieft niet!’ stoot ze schril uit.
Geschrokken kijk ik haar aan.
‘Wat?! Waarom niet? Paige, wat is er?!’ roep ik, want ze lijkt zo ver weg, zo bang.
‘Nee, Nathan. Nee, alsjeblieft niet. Nathan, alsjeblieft. Ik wil het niet,' smeekt ze me ze. Ik kijk haar bleke gezicht met wijd opengesperde ogen aan en moet mijzelf beheersen haar niet door elkaar te schudden. 'Ik wil het niet.'
‘Paige, waarom?! Paige?! Wat is er?!’ schreeuw ik tegen haar totaal paniekerige gestalte, maar ze reageert niet, lijkt me niet eens te verstaan.
Dan arriveren de ambulances en mijn antwoord zal ik niet krijgen.

Reacties (2)

  • Luckey

    oh boy

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Ik hoop dat ze gewoon meegaat met de abulance...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen