Foto bij Chapter fourty-one

De rit naar de locatie van Shin Teikoku duurde voor mijn gevoel heel lang. De sfeer in de bus was om te snijden en het heeft me enorm veel moeite gekost niet uit te vallen tegen Fudou. De manier waarop hij nonchalant in onze wagen durfde te zitten, irriteerde me enorm.
Maar nu hij breed grijnzend voor een enorme schip staat, waar Kageyama aan de top van de trap staat, voelt het alsof er lood in mijn schoenen zit. Een overweldigende energie die ervan komt geeft me kippenvel over heel mijn lichaam. Zodra ik een blik op mijn vader werp, vernauwt hij even kort zijn ogen en kijkt daarna om zich heen. Hij heeft het ook gemerkt. Een blik op Kai, bevestigd dat ook hij weet dat er meer aan de hand is. ‘Kageyama!’ Ik draai me verschrikt om als ik Kidou de trap op zie rennen en zonder er verder over na te denken, ren ik hem achterna. Ook Endou volgt ons, maar ieder ander persoon die ons wil volgen, wordt tegengehouden door Fudou. Bovenaan de trap stop ik met rennen en werp ik een blik naar beneden. Atsuya kijkt gefrustreerd naar me op en probeert er alles aan te doen om er langs te komen, maar zonder succes. Ik bal mijn handen tot vuisten en ren dan de donkere gang in.

Eenmaal bij het veld aangekomen, zie ik Kidou voorovergebogen staan en kan ik hem zijn excuses aan horen bieden. Wanneer ik zie aan wie hij zijn excuses aan staat te bieden, worden mijn ogen groot. Sakuma en Genda. Fudou staat er lachend naast terwijl Kidou zich eigenlijk volledig overgeeft aan de twee jongens. Maar het doet hen niets. In tegendeel zelfs. De bal die Sakuma onder zijn arm houdt, laat hij vallen en maakt een direct schot op Kidou. Met de bal die hard in zijn maag land, schuift Kidou een eind naar achteren. De bal rolt terug naar Fudou. Endou valt meteen uit tegen de jongens, maar Kidou laat hem zijn mond houden. ‘Bemoei je er niet mee, Endou. Dit is iets tussen hen en mij,’ brengt Kidou moeizaam uit. Fudou rolt de bal opnieuw naar Sakuma toe. De hatelijke blik in zijn ogen en de schreeuw die hij geeft als hij een trap tegen de bal geeft, is genoeg. In een oogwenk heb ik me voor de jongens geplaatst en vang ik de bal met mijn voet op. Ik tik hem een paar keer de lucht in en laat hem daarna onder mijn voet tot stilstand komen. Mijn ogen zijn gesloten. Het aura dat op het veld hangt maakt het moeilijk om mezelf rustig te houden. Een diepe zucht verlaat mijn lippen en open mijn glimmende groene ogen. ‘Milou, waarom?’ vraagt Kidou niet begrijpend. Ik draai mijn gezicht een kwartslag naar hem toe en kijk over mijn schouder naar Kidou. ‘Je staat er niet alleen voor. Ik heb ze nooit gemogen, maar ze zijn wel jouw vrienden. De overgave die je net naar hen deed, is voldoende voor mij om met jou mee te vechten. Kageyama komt hier niet zomaar mee weg,’ glimlach ik hem bemoedigend toe. Het luide gelach van Fudou laat me geïrriteerd omkijken. De jongen staat weer overdreven te klappen en zet zijn handen grijnzend in zijn zij. ‘En wat precies ga jij doen in deze wedstrijd, ijsprinses?’ vraagt hij lachend. Een schampere lach verlaat mijn mond. Een harde stamp met mijn voet op de bal zorgt ervoor dat de bal omhoog komt en ik er een direct een schot op maak. De bal is haast niet zichtbaar als het op Fudou afraast. Voordat het hem kan raken, heb ik de bal zelf weer de grond in getrapt en zijn er een aantal grote ijs spijlen uit te grond komen steken. ‘Het is Ice Queen. We zullen wel zien wie er wel of niet iets gaat doen in deze wedstrijd,’ lach ik schamper terug. Fudou kijkt me gefrustreerd aan, maar haalt toch arrogant zijn neus op en keert ons zijn rug toe. ‘Jullie maken geen schijn van kans,’ wuift hij ons toe als hij samen met Sakuma en Genda het veld afloopt. Mijn blik rust op Fudou. Er circuleert een eigenaardig energie om hem hen. Iets dat niet van hem is. Het is krachtig, maar tegelijkertijd zwak in zijn bezit. Een hand op mijn schouder doet me omkijken en ik kijk verward naar Kidou als hij me stevig omhelst. Ik glimlach even en woel door zijn haren heen. ‘Dank je, Milou,’ fluistert hij zacht en kwetsbaar. ‘Het is al goed. We gaan ze helpen, maak je geen zorgen.’

Zodra iedereen zich op het veld heeft begeven, kijk ik op naar de enorme toren die neerkijkt op het veld. Het lijkt mij overduidelijk dat Kageyama zich daar verscholen houdt. Er is nog geen moment geweest dat hij zijn gezicht heeft laten zien. Volgens Kidou was hij al weg voordat ik het veld op kwam. Een zucht verlaat mijn lippen en rust mijn blik weer op het veld. Someoka en Atsuya staan vooraan het veld. Ik heb me teruggetrokken tot middenvelder zodat ik makkelijk kan bijspringen als verdediging of als spits. Met Sakuma, Fudou en Genda in mijn vizier, kan ik zien dat ze iets in hun schild voeren. Fudou grijnst van oor tot oor, terwijl hij Kidou alleen maar op probeert te fokken. ‘Focus je op het spel, Kidou. Laat hem maar praten, die grijns vegen we zo wel van zijn gezicht,’ lacht Atsuya op de voorgrond. Vol verbazing kijk ik op naar Atsuya. Hij heeft het nog nooit met Kidou kunnen vinden. Ze hebben altijd strijd over wie mij helpt als dat nodig is. Ik glimlach tevreden en focus me direct als het fluitsignaal gaat. Shin Teikoku mag met de bal beginnen en Fudou is degene die aftrapt. ‘Laat jullie maatje maar eens zien wat jullie in je mars hebben, vooral jij,’ zegt Fudou met een brede grijns als hij de bal naar Sakuma speelt. Het pad naar het goal ligt volledig voor Sakuma open. De concentratie is van zijn gezicht af te lezen en zodra er een krachtige schreeuw zijn mond verlaat, schiet Kidou meteen op hem af. ‘Niet doen!’ roept hij luid. De luide fluit die mijn gehoorgangen binnen dringen, laten me direct met grote ogen omkijken. De felle rode pinguïns die uit de grond komen steken, zorgen ervoor dat de lucht uit mijn longen geknepen wordt. ‘Emperor Penguin Nr. 1!’ roept Sakuma luidt uit. De luide klap tegen de voetbal en de schreeuw van pijn die Sakuma’s mond verlaat, geven me zo een enorm benauwd gevoel. De druk op mijn lichaam voelt alsof ik zojuist zelf het schot gemaakt hebt. Er raast een pijn door mijn benen heen die ervoor zorgen dat ze onder mijn lichaam wegzakken. Terwijl ik op mijn knieën op de grond zit, staar ik met grote ogen voor me uit. Endou heeft moeite met opstaan en Kidou staat naast de ingezakte Sakuma. Met gebalde vuisten, knijp ik hard in het gras en werp een blik achterom naar de toren waar Kageyama zit. Ik kan de grijns op zijn gezicht helemaal voor me zien. Toekijken hoe zijn test objecten zichzelf verwoesten zodat hij genoeg informatie krijgt. ‘Milou!’ Ik kijk op als ik mijn naam hoor. Kidou trekt me aan mijn arm overeind en kijkt me bezorgd aan. Voordat hij iets gezegd heeft, schud ik mijn hoofd en stap ik terug naar mijn positie. ‘Kai!’ roep ik vanaf mijn positie. De jongen die aan de zijlijn mee zit te kijken, kijkt verrast op. Ik kan zijn ogen groter zien worden zodra ik mijn pols vastpak en kijk hem met een strakke, kille blik aan. ‘Deze is van jou,’ zeg ik op een kalme manier. ‘Milou, nee…! Blijf eraf!’ roept hij me toe. Maar het is te laat. Ik klik de armband los en werp het naar hem toe. ‘We gaan hard, tegen hard spelen.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen