Foto bij ~ Alyssia ~ Ravianna ~ Jenson ~

Hoe zijn de douches hier” Mompel ik boos tegen mezelf terwijl ik de shampoo uit mijn haren wrijf. De zoete perzik geur hangt als een wolk om heen in de douchecabine en ik zet de douche nog wat warmer. “Is dat echt alles waar je op kunt komen?”
Het enige wat Raiden als antwoord had gegeven was een blanco expressie terwijl ik met het douche-excuus naar mijn kamer gevlucht was. De ontmoeting tussen ons was simpel gezegd beschamend en ongemakkelijk. Tijdens mijn trainingen werd er altijd gesproken over mijn macht, mijn wederhelft en teamgenoot. Ik verwachte een directe band tussen ons, een verbondenheid waar niks tegen op kan. Maar in plaats daarvan was het de ongemakkelijkste en vreemdste ontmoeting die ik ooit heb gehad.
Na een half uur durf ik de douche uit te komen en kleed ik me in een kort broekje en een los hemd. Raiden is blijkbaar nog op zijn kamer terwijl ik mezelf over de bank drapeer en uit het raam staar. Ik heb een gemiste oproep van mijn ouders en ik heb ze beloofd morgen terug te bellen met het excuus dat ik het nu te druk heb.
De zon hangt nog boven de horizon en geeft een warme gloed aan de stad. Zo ver het oog rijkt staan gebouwen en ik moet eerlijk toegeven dat het me niet helemaal aanstaat. Ik heb niks tegen steden hoor, daar niet van. Ik ben er opgegroeid in een. Maar de realisatie dat een stad zo groot is dat je het einde niet kan zien beangstigd me toch aardig.
Een kort klopje op de deur haalt me uit mijn gedachtes en ik loop ernaar toe om hem open te maken. Een vrouwtje komt binnen met een karretje met allemaal schalen op en duwt het ding naar de tafel toe waar ze de schalen overlaad.
“Dank u wel” Roep ik nog maar de vrouw is binnen een minuut al weer naar buiten.
“Oké, ook al zo’n kletskous.” Mompel ik tegen mezelf terwijl ik twee borden en bestek uit de kast pak.
“Raiden, eten!” Gil ik door de kamer, terugvallend op mijn schreeuwgewoontes van thuis.
“Ik ben er al.” Hoor ik achter me en geschrokken draai ik me om en gooi een sponsje van het aanrecht naar hem toe.
“Wat heb jij met het gooien van dingen?” Zegt hij verontwaardig en het schaamrood stijgt me naar de kaken.
“Sorry, dat is gewoon mijn reactie als ik schrik.” Probeer ik het goed te maken terwijl ik ongemakkelijk tegenover hem aan tafel ga zitten.
Het is stil, heel erg stil terwijl we eten. Ik haat het, dat ik niet weet wat ik moet zeggen en of hij een gesprek überhaupt wel op prijs stel als ik er een begin.
Oké, wie niet waagt wie niet wint.
“Hoe was je reis?” Ik leg mijn vork neer en probeer hem geïnteresseerd aan te kijken. Ook hij legt zijn bestek neer en kijkt langzaam en verbaasd op.
“Goed.” Is het antwoord dat hij geeft, mij raar aankijkend als ik een verhaal over mijn reis begin. Vanaf het afscheid tot mijn aankomst hier breng ik hem op de hoogte zodat de stilte aan tafel weg is. Als hij alleen maar knikt als teken dat hij luistert begin ik te vertellen over mijn familie en mijn tweelingbroer.
“Ehm, heb jij nog broers en zussen?” Vraag ik ongemakkelijk als ik zo ongeveer mijn hele levensverhaal heb verteld.
“Een broer, Adam.” Antwoord hij en ik zucht. Ik had gehoopt wat meer antwoord te krijgen op mijn vraag. Ik knik terwijl ik me dan maar weer op mijn eten richt, het heeft geen zin om het te blijven proberen als hij niks wil antwoorden. Hij blijkt mijn ongemakkelijkheid op te merken en schraapt zijn keel.
“Ik woon samen met mijn broer en mijn vader, maar ze werken allebei erg veel.” Geeft hij als uitgebreider antwoord en glimlachend kijk ik op van mijn eten.
Hij probeert nu ook wat te vertellen over zijn leven wat voornamelijk over de trainingen gaat, maar dat maakt niet uit.
Hij probeert het.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen