Foto bij Scar 14

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Je bloedt,’ zeg ik zachtjes, ook al weet zij dat zelf natuurlijk ook.
Ze knikt stilletjes en net op dat moment komt er een zuster binnen. In een zeer norse bui begint ze tegen Paige te mopperen en die kijkt me wat versuft aan, alsof ze het niet helemaal begrijpt, versuft is door de medicijnen. De zuster schrijft wat dingen op, roept een dokter op, doet anderen... zusterdingen waar ik geen verstand van heb.
En dan word ik weggestuurd, maar ik wil niet weg, ik wil weten wat er gebeurd, of ze oké is, wil haar kunnen beschermen. Ik wil bij Paige zijn. En ik weet niet of dat wel zo goed is.

Ik ben nu bij de supermarkt. Heb je nog iets nodig? stuur ik naar Paige en besef me dat ik eigenlijk beter had kunnen bellen, want nu sta ik een beetje doelloos te wachten, maar ze reageert eigenlijk bijna meteen.
Je hoeft geen boodschappen voor me te doen, hoor. stuurt ze.
Ik zucht vermoeid.
Het is voor jou nog niet veilig om auto te rijden. Zeg nou gewoon. Ik ben er nu toch. zeur ik.
Normaal gesproken spreek ik op WhatsApp iets wat geen eens een taal is, maar toen ik erachter kwam dat zij zelf wel komma’s, punten en al die dingen gebruikte, ben ik dat om de een of andere reden ook gaan doen en inmiddels is het een soort automatisme geworden.
Het is nu meer dan twee weken geleden dat Paige terug naar huis mocht van het ziekenhuis en ondanks dat ze weer een goede auto heeft, is het met haar been niet handig om weer te rijden, waardoor ik de afgelopen dagen af en toe iets voor haar opgehaald heb. Elke keer is het weer een strijd om haar over te halen mijn hulp te accepteren, dus het is niet bepaald een verassing dat dat deze keer ook weer het geval is.
Ik kan niet rijden, maar prima lopen. reageert ze. Paige Bourgeoiselle is niet heel goed in het hebben van ziekteverlof.
Dat dacht ik dus even niet. Het regent.
Heel even is het stil en ik staar naar mijn beeldscherm. Net wanneer ik op wil geven, krijg ik weer een berichtje.
Melk, volkorenbrood en boter.
Ik knik, ook al kan ze dat niet zien. Ik moet mezelf dat echt afleren. Ik doe het ook al tijdens het bellen.
Komt voor elkaar. Ik ben er over een half uur.
Dan stop ik mijn telefoon weg en stap de winkel binnen.

In een reflex wil ik bijna op de deurbel drukken, maar dan herinner ik me dat Paige me voor geval van nood een reservesleutel van haar appartement heeft gegeven en ik loop het gebouw binnen. Blijkbaar ben ik de enige persoon waar ze contact mee heeft, of vertrouwt ze me gewoon meer dan ik zou denken.
Net voordat de liftdeuren sluiten, komt er een vrouw van in de zestig aanlopen en ik steek mijn arm naar buiten om de deuren open te houden, zodat ze nog net naar binnen kan.. Met een glimlach bedankt ze me en ik zie dat ze naar dezelfde etage wilt als ik.
Ze heeft grijs haar en hazelkleurige ogen en - valt me op - voor iemand van haar leeftijd, heeft ze vrij weinig littekens. De meeste mensen hebben er tegen die tijd al een hoop bijeen gesprokkeld, maar zij heeft er nu al minder dan dat ik er heb, ook al moet ik toegeven dat ik er wel iets meer dan gemiddeld heb. Ze vallen gewoon niet heel erg op vanwege mijn huidskleur.
Even kijkt ze me onderzoekend aan en dan lijkt ze me te herkennen, wat zeer ongemakkelijk is, omdat dat niet ook voor mij geld. Van alles maalt door mijn gedachten, maar ik kan er geen touw aan vastknopen. Misschien dat ik haar in het voorbijgaan ooit ben tegengekomen, maar ik zou me haar om eerlijk te zijn echt niet herinneren.
‘Ben jij niet Paiges vriend?’ vraagt ze.
Vriend? Niet “een vriend”, maar “vriend”. Zou dat echt zo lijken?
‘Eh... nee. Ik ben haar collega en - ik hoop - een vriend,’ antwoord ik.
Ze knikt.
‘Oh, sorry. Dat dacht ik. Je bent hier zo vaak en ze heeft het de laatste tijd wel eens over je,’ verklaart ze en ik grijns automatisch.
Ze heeft het over me. Paige Bourgeoiselle heeft het over me. Ik heb mezelf meerdere keren verteld dat ik het echt niet mag wagen om ook maar een béétje verliefd op haar te worden, maar ik begin te twijfelen aan mijn eigen kracht. Het gaat vast geen groot ding worden. Ik kan het heus wel negeren. Ik ben nu eenmaal erg goed in het negeren van mijn problemen. Vraag maar aan mijn moeder. Ik negeer haar, zij negeert mij en we hebben al jaren geen ruzie gehad. Problem opgelost. We hebben elkaar ook geen jaren gesproken, maar dat is een onnodig detail.
‘Oh,’ is het enige wat ik kan zeggen en probeer mijn gezicht weer in de plooi te krijgen. Ik kan niet anders dan heel erg geamuseerd klinken. 'En? Heeft ze een beetje goede dingen over me verteld?'
De vrouw glimlacht. 'Alleen maar. Vandaar dat ik er dus vanuit ging dat jullie iets hadden.'
Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden, maar ik moet toch wegkijken om mijn grijns te verbergen, ook al weet ik zeker dat ze het ziet. Ik hoop maar dat ze dit niet aan Paige doorvertelt.
‘In ieder geval: als het wel zou was, zou je geluk met haar hebben,’ concludeert ze wanneer de liftdeuren zich openen en ze uitstapt.
‘Ja. Ja, zeker,’ zeg ik, ook al is ze al te ver weg om me te horen.

Reacties (3)

  • MissEL

    Hoe kent die vrouw Paige? 🤔

    1 week geleden
  • Luckey

    afwachten hoe dit verder gaat

    7 maanden geleden
  • BethGoes

    Ik hoop echt dat ze een stelletje worden!

    7 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen