Foto bij Scar 15

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Oh,’ is het enige wat ik kan zeggen en probeer mijn gezicht weer in de plooi te krijgen. Ik kan niet anders dan heel erg geamuseerd klinken. 'En? Heeft ze een beetje goede dingen over me verteld?'
De vrouw glimlacht. 'Alleen maar. Vandaar dat ik er dus vanuit ging dat jullie iets hadden.'
Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden, maar ik moet toch wegkijken om mijn grijns te verbergen, ook al weet ik zeker dat ze het ziet. Ik hoop maar dat ze dit niet aan Paige doorvertelt.
‘In ieder geval: als het wel zou was, zou je geluk met haar hebben,’ concludeert ze wanneer de liftdeuren zich openen en ze uitstapt.
‘Ja. Ja, zeker,’ zeg ik, ook al is ze al te ver weg om me te horen.

Ik open de deur van haar appartement en zie haar op haar bank zitten, een boek in haar handen. Ze schrikt op als ik binnenkom, haar blik haast beschuldigend omdat ik haar weg heb getrokken uit het verhaal. Ze probeert overeind te komen en maakt een paar onhandige hinkelpassen in een poging haar pijnlijke been te ontlasten.
‘Blijf nou maar gewoon zitten,’ zeg ik, maar stijfkoppig als ze is, luistert ze niet en loopt naar het kookeiland, waar ze steun bij zoekt.
‘Mijn been zit er heus nog wel aan, hoor,’ gromt ze met een gezicht dat op onweer staat. 'Ik kan prima lopen.'
Ik besluit er maar geen grapjes over te maken en zet de boodschappen voor haar op het donkere marmer neer.
‘Dankjewel,’ zegt ze zachtjes, gelijk een stuk milder dan eerst, en begint de spullen uit te pakken.
Ik zou wel willen helpen, maar ik weet niet waar ze de spullen neer wil zetten, dus laat ik haar voor haar eigen ego maar door de keuken rondstrompelen, haar gewonde been een beetje slepend achter zich aan.
Ze heeft haar haren in een simpele, hoge paardenstaart en ondanks dat ze toch de hele tijd thuis zit, weigert ze gewoon comfortabele kleding aan te trekken. Ik wil me gewoon weer normaal kunnen voelen. Dat zei ze. Ze weet niet dat ze helemaal niet normaal hoeft te zijn.
Als ik ziek thuis zou zitten, zou ik meteen een joggingbroek en een oud, uitgelubberd sweatshirt aantrekken. Ik vind het egoïstisch om te denken dat ze het doet omdat ik steeds langskom, maar stiekem hoop ik het wel, ook al zou ze dat van mij niet hoeven doen.
Ik ga bij het raam staan, kijk naar buiten. Het hagelt. Met medelijden moet ik denken aan mijn arme auto die volledig weerloos is tegen dit oergeweld. Ik hoop maar dat er geen sterretje in de ruit komt.
‘Nate?’ vraagt Paige.
Nate. Het woord tolt door mijn hoofd, net als eigenlijk elke keer als ze haar bijnaam voor mij gebruikt. Ik voel me op een vreemde manier trots, alsof het een prestatie is. Buiten lopen twee mannen naast elkaar - haast rennend om zo snel mogelijk binnen te zijn - en ik wil bijna het raam openen en hard roepen dat ik Nate ben en zij niet, maar omdat ik dan overduidelijk gestoord zou lijken, houd ik me braaf in. Grote jongen.
Ik draai me om, mijn gezicht zo vlak als ik kan.
‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Misschien kan je maar beter hier blijven zolang het hagelt. Het lijkt me niet handig nu de weg op te gaan,’ stelt ze voor.
Ze is bezorgd over me.
‘Als het kan, graag,’ zeg ik en ze gunt me een glimlach, die ik beantwoord.
‘Thee?’ vraagt ze terwijl ze naar de keuken loopt.
‘Ja, dank je.’
Na een paar minuten loopt ze naar me toe en geeft me een dampende mok, waarna ze in haar nieuwe draaistoel gaat zitten, haar benen opgetrokken en haar handen om het warme glas gevouwen. Ik ga op de bank zitten en bekijk haar even, al is het eigenlijk gewoon staren.
'Heb ik nog iets gemist op werk? Sappige roddels?' vraagt ze lachend en ze wiebelt melodramatisch met haar wenkbrauwen.
Ik denk even na. 'Ashley en Mike doen het met elkaar,' zeg ik dan.
Haar ogen worden groot. 'Wat? Serieus?'
'Ze hebben het niet verteld, hoor, maar gezien Ashley zo naar Mikes cologne ruikt en ze elkaar de hele tijd aanstaren, denk ik dat het veilig is om de conclusie te trekken dat ze niet alleen bij criminelen handboeien omdoen.'
Ze probeert haar lachen in te houden en verbergt haar grijns achter de mok thee. 'Ik hoop maar voor ze leren het iets beter geheim te houden. Straks worden ze nog ontslagen.' Ze kijkt me heel even onderzoekend aan, met een blik die ik niet kan ontrafelen. Dan gaat ze verzitten en schraapt ze haar keel. 'En wat moet jij doen, nu ik er niet ben om je in het gareel te houden?'
'Saaie dingen. Administratie. Invallen als iemand ziek is. Zulke klusjes,' klaag ik. 'Je moet maar snel genezen, hoor.'
'Ik ben het wel van plan.' De glimlach is uit haar stem verdwenen.
Ze kijkt even van de thee naar haar been en zucht.
‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Ik ga heel lang niet meer kunnen hardlopen. Mijn hele conditie gaat naar de knoppen,’ antwoordt ze klaaglijk, maar niet op een zeurderige manier. Het kan haar echt oprecht iets schelen. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo slecht is in stilzitten als zij. Het zou me niet verbazen als ze zou slaapwandelen.
‘Het komt wel weer goed,’ beloof ik haar en ze kijkt me haast gekweld aan, maar knikt dan en wendt haar blik af.
‘Ik hoop het,' verzucht ze. 'Ik wil gewoon weer kunnen werken. Ik kan niet goed niks doen.’ Ze zucht opnieuw en gaat verontwaardigd verder, alsof ze er zeker van wil zijn dat ik haar geloof. 'Ik meen het. Ik... ik word er gewoon echt zó rusteloos van.'
'Ik weet het,' probeer ik haar zachtjes gerust te stellen.
En ik wil iets voor haar doen. Ik wil al haar problemen voor haar kunnen oplossen. Maar dat kan ik niet. En ik zou dat niet eens zo graag moeten willen.

Reacties (2)

  • MissEL

    Ben echt benieuwd....

    1 week geleden
  • BethGoes

    Zij noemt hem Nate.
    Dan vind ik dat hij haar P moet noemen.
    Gewoon.
    P.

    7 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen