Een nieuwe wereld. Een wereld waarin iedereen in harmonie leeft. Wauw. Ik kijk verwonderd om me heen, dan valt het me op. 'Waar is Caro?' Vaag ik in paniek aan Remy.  Remy kijkt met een bezorgde blik in mijn ogen. Ik ren samen met hem door de stroom mensen die nu in deze wereld leven. 'Caro!' Roep ik, bang om me heen kijkend. Dan zie ik Demi. 'Demi, waar is Caro?!' Ik verwacht dat hij elk moment achter Demi kan verschijnen, me gerust stelt en zegt dat er niks aan de hand is, maar Demi’s ogen zijn rood en er lopen tranen langs haar wangen.


'I-is hij…' Verder kom ik niet. Naast Demi ligt het levenloze lichaam van Caro. Ik zak naar de grond. “Zeg me dat hij nog leeft, alsjeblieft!” Demi schudt langzaam haar hoofd. Ik sla mijn handen voor mijn ogen, hij is weg. Hij is echt weg. Overweldigd
door emoties begin ik te huilen. Ik voel Remy’s armen om me heen en ik houd hem stevig vast.

'Hij.. hij was mijn beste en enige vriend voor zo lang.. Hij leerde me hoe ik mijn krachten moest gebruiken, hielp me, zorgde voor me.. en nu is hij weg.' Snik ik terwijl mijn ademhaling versnelt. Ik denk terug aan de dag dat ik hem ontmoette. Hij was weggerend, ik zat in een boom. Het was de beste beslissing ooit om hem te volgen. Caro liet me een nieuwe manier van leven zien, ik was vrij. En nu was hij weg. Hij offerde zijn leven op om de mensen waarvan hij hield te redden. Ik voel een scherpe pijn door mijn borstkas gaan. Alsof mijn hart eruit gerukt wordt. Weg. Hij is echt weg, en ik kan er niks aan doen.


Voorzichtig duw ik Remy van me af. Zijn ogen staan ook betraand. 'Caro had gewild dat we door gingen met ons leven, dat we iedereen veilig zouden houden. Dat is wat ik ga doen.' Zeg ik dan en sta op. Ik loop naar ons huis en begin alles in te richten.

Zo gaan een paar dagen voorbij. De pijn in mijn hart wordt niet minder, maar het houdt me bezig. Het herinnert me eraan dat ik zo veel mogelijk moet doen om het iedereen hier zo goed mogelijk te maken. Wade en Demi hebben Caro’s lichaam naar het ziekenhuis gebracht, ze hebben me niet verteld waarom. Terwijl Remy en ik samen op de bank zitten komt Demi opeens binnen gestormd, ze kijkt ons met grote ogen aan. 'Caro leeft!' Roept ze blij en ik spring op.

Zonder iets te zeggen ren ik naar het ziekenhuis, Demi en Remy aan mijn zijde. Ik open de deur en zie Wade naast Caro zitten. 'Caro!' Roep ik vol vreugde en ren op hem af. Voorzichtig knuffel ik hem. Ik begin weer te huilen, van vreugde dit keer. “'k hou van je, Caro. Dankje voor alles wat je voor me hebt gedaan. Door jou kunnen we eindelijk weer in vrede leven.' Zeg ik blij en druk een kus op zijn voorhoofd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen