Foto bij ~ Alyssia ~ Ravianna ~ Jenson ~

In ons kamers aangekomen besluiten ik naar buiten te gaan en de middag in de stad rond te brengen.
Het is gelukkig wat koeler dan het gister was, maar nog steeds brand de zon genadeloos op mijn huid. Raiden bleef in het appartement om aan het een of ander op zijn laptop te werken.
Ik kan eerlijk zeggen dat ik overstuur bent, hoe weet ik dat? Ten eerste kan ik mijn schoenen nu absoluut niet uitstaan waardoor ik nu mijn blote voeten brand aan de hete stoep, het wordt benauwder buiten alsof er onweer in de lucht hangt en ik voel het natuurlijk gewoon aan mezelf.
Mijn gezin leeft op gezelligheid en beleefdheid, hier blijken ze niet eens van die woorden gehoord te hebben. Raiden blijft ondanks mijn pogingen afstand houden, hij lijkt een soort kilte en afstandelijkheid om zich heen te hebben waar ik niet zomaar doorheen kom.
Deze wandeling heb ik nodig, ik moet mijn energie kwijt, mijn gedachtes en gevoelens. De enige plek waar ik dat kan is buiten, met mijn voeten op grond.
Bij mijn wandeling ontdek ik dat de stad vanaf de stoep nog groter is dan vanaf de 8e verdieping. Gebouwen rijzen de lucht in en torenen hoog boven de mensen uit.
Ik zorg dat ik in de buurt van het regeringsgebouw blijf tijdens mijn blokje om.
“Aan de kant!” Hoor ik in de verte geroepen worden en mensen gaan opzij om een pad vrij te maken.
“Opzij!” klinkt het nu een stuk dichterbij en met een harde klap loopt er iemand tegen me op.
Ik kreun van de impact, maar krijg het voor elkaar om te blijven staan.
“Kijk uit wil je!” Snauw ik het meisje toe, haar zwarte haren plakken aan haar voorhoofd van het zweet en gehaast kijkt ze achterom.
“Niks kijk uit, ik riep dat ik erlangs wil.” Sist ze terug terwijl ze langs me heen probeert te stappen maar ik stap simpelweg weer in haar pad.
“Jij bent degenen die als een dolle stier hier rondrent.” Ik voel de benauwdheid nu als een deken over de stad heen vallen. Als ik moe en geërgerd ben heb ik minder controle over mijn kracht. En nu ben ik moe én héél erg geërgerd.
“Als je een excuses verwacht kun je lang wachten.” Het meisje kijkt me vijandig aan en ik sla mijn armen over elkaar.
“Ik heb de tijd, maar ik heb het gevoel dat jij dat niet hebt.”
“Ik weet niet wat voor verwaand blondje jij bent, maar hier in Renda heb je geen recht van spreken. Dus houd je bemoei zuchtende aard even verborgen en laat me erlangs.”
Ik adem diep in en uit. “Pardon?” In de verte rommelt het zachtjes.
“Je verstond me wel, dus wees eens een keer verstandig en stap aan de kant.” Het gerommel komt steeds dichterbij en de lucht wordt met de secondes benauwder.
Ademen Alyssia, je moet kalmeren. Ik knijp mijn handen tot vuisten en concentreer me op mijn ademhaling. Het gerommel wordt langzaam zachter en als ik het gevoel heb dat ik weer wat controle heb over mezelf kijk ik boos op naar het meisje.
De blik die ze me toewerpt is de laatste die ik had verwacht. Ze kijkt me enigszins verbaasd aan, maar de triomf is duidelijk leesbaar in haar ogen.
Verbouwereerd kijk ik haar aan en ze grijpt die kans om langs me op te glippen en in de mensenmassa te verdwijnen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen