Het was als ontwaken uit een droom. Langzaam maar zeker begonnen de instincten van de wolf af te vloeien en begon de man weer de controle te krijgen.
      Moord. Dood. Jacht.
      Remus schudde zijn hoofd om de gedachten te verjagen. Half mens, half beest. Het was het meest lastige stuk van de transformatie. Hij had genoeg controle om te weten wat er gebeurde, maar het was alsof hij zijn lichaam met een ander deelde. Hij had niet genoeg controle om veel invloed uit te oefenen als die stem besloot dat er gedood moest worden.
      Dit was ook het moment waarop de pijn van de vele wonden die de wolf hem had toegebracht - nee, die hij zichzelf had toegebracht - tot hem door begon te dringen, net als de huil die de wolf in reactie daarop maakte. Het geluid klonk onnatuurlijk luid uit zijn eigen mond. Het klonk vervormd nu Remus niet langer een snuit had. Een mensenmond was niet gemaakt voor dat soort geluiden, zelfs niet als het mens in kwestie slechts een beest was.
      Hij dwong zichzelf om overeind te gaan zitten. De wereld draaide voor zijn ogen.
      Pijn. Angst. Gevaar.
      Toen de duizeligheid wat was weggezakt, keek Remus naar beneden om de schade op te nemen. Dit zorgde voor een nieuwe golf duizeligheid. Over zijn borstkas liepen diepe striemen. Alles zat onder het opgedroogde bloed. Zijn bloed. In zijn arm stonden tandafdrukken en liepen nog meer diepe sneden. Hij kon nog wel met zijn vingers en tenen wiebelen, en ook ademen was te doen. Het had dus erger kunnen zijn. Hij had deze keer tenminste niks gebroken.
      Een geluid liet hem met een ruk opkijken. Hij zag zwarte vlekken en het kostte hem al zijn wilskracht om niet om te vallen, zelfs al zat hij alleen maar. Toen hij Sirius naar hem zag kijken, was hij zich ineens erg bewust van de geur die er hing.
      Mens. Prooi.
      Een grom rolde over zijn lippen en zijn spieren spanden zich aan. Alleen de pijn die dit teweeg bracht, zorgden ervoor dat Remus zich niet met volle kracht tegen de tralies aanwierp in een poging bij Sirius te komen. Rationeel wist hij wel dat hij dat niet moest doen, maar de wolf had honger. De wolf wilde naar Sirius toe, wilde zijn tanden in het verse vlees zetten. Remus kon het bloed bijna proeven. Of misschien was het wel zijn eigen bloed dat hij proefde. Dat kon ook.
      "Hier." Sirius gooide een stuk... iets de kooi in. Voor Remus kon registreren wat het was, was hij er al op afgedoken om het te verorberen. Sirius keek met een genoegzame grijns toe. Pas toen Remus het al half op had, viel het hem op dat het een stuk biefstuk was.
      "Ik wist wel dat je honger had," vervolgde Sirius. Hij leek te gelukkig met dit feit. Remus baalde. Zijn stille protest door niet te eten was er nu aan door een aanval van Sirius terwijl hij op zijn zwakste was. Het was een gemene actie van Sirius, een oneerlijke. Maar dat had Remus kunnen weten. Hij had inmiddels gemerkt dat Sirius niet volgens de regels speelde. Of misschien deed hij dat wel, maar dan wel zijn eigen regels. Welke van de twee opties erger was, wist Remus niet. Hij wist alleen dat hij dit niet van Sirius wilde verliezen.
      Sirius gooide hem wat kleding toe, die Remus snel aantrok. Ergens in een hoek van de kooi lagen de stoffen resten van wat ooit kleding was geweest. Dat hij hier naakt in het volle zicht van Sirius gezeten had, wilde Remus vergeten. Het voelde zo kwetsbaar dat Sirius hem zo kon zien - en terwijl hij zich aan het aankleden was ook duidelijk aan het toekijken was. Zo vernederend. Maar was dat niet precies de manier waarop Sirius speelde?
      Sirius was de reden dat hij hier nu zat, vertelde hij zichzelf. Zonder Sirius was hij vrij geweest. Of dood. Was die optie echt veel slechter?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here