Foto bij H.73.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Je doet idioot. Ga gewoon slapen.’ zegt hij, maar niet streng of onaardig, waardoor ik knik en me tegen hem aan vlij.
‘Slaap lekker.’ zeg ik, alsof ik denk dat hij ook gaat slapen.
Zacht grinnikend schudt hij van ongeloof zijn hoofd, maar zegt er niets van.
‘Slaap lekker.’

Ik word wakker en het eerste wat mij opvalt is de hoofdpijn door mijn hersenschudding en het ongemakkelijke ademen door de gekneusde ribben.
Nog steeds lig ik tegen Evan aan, zijn armen om mij heen, sterk en warm.
Hij is wakker.
Ik draai me om op de bank zodat ik hem aankijk en hij kijkt terug zodra hij me voelt bewegen.
En pas wanneer ik zijn ogen zie weet ik dat het echt was.
‘Het was geen droom, of wel?’ vraag ik en kijk hem haast gekweld aan.
Hij lacht.
‘Ik ben bang dat het vrij echt was. Als je het tenminste hebt over jouw.... vreemde... weet ik veel wat voor gedrag, wel.’ zegt hij en ik knijp mijn ogen dicht.
‘En dat is waarom ik nooit medicijnen neem. Alsjeblieft, geloof me. Het is een reactie op de medicatie. Ik ben zulke pijnstillers gewoon niet gewend.’ smeek ik hem te geloven dat ik niet echt gestoord ben.
Hij grijnst weer.
‘Natuurlijk weet ik dat. Het was trouwens echt heel schattig.’
‘Heb ik je echt Batman genoemd?’ vraag ik zachtjes.
‘Jep. Ik ben gewoon blij dat je niets zei over mijn ouders.’
Ik sla vol schaamte mijn handen voor mijn gezicht.
‘Het spijt me zo.’ zeg ik, maar moet eigenlijk bijna lachen.
Hij haalt mijn handen weg en kust me kort, vlinderachtig.
‘Zoals ik al zei: het was echt heel schattig.’
Ik zucht en rol met mijn ogen, want het was verschrikkelijk.
‘Ik ben wel blij dat je weer... normaal... bent. Ik was al bang dat je koekjes wilde gaan bakken, of een glittertekening wilde maken.’ pest hij me en even voelt de situatie niet zo - tja - dood.
Ik wil dat ik een manier wist om hem te kunnen vertellen hoe dankbaar ik hem ben, hoe veel ik hem verschuldigd ben.
Zal ik hem ooit kunnen vertellen dat ik zonder hem waarschijnlijk zelfmoord had gepleegd na Ammays dood?
‘Evan?’ vraag ik, maar zodra hij mij aankijkt vergeet ik wat ik wilde zeggen en druk maar gewoon mijn lippen op de zijne, mijn handen aan de zijkant van zijn gezicht terwijl hij zijn vingers door mijn haar laat glijden en mij met zijn andere hand naar zich toe trekt.
Hij onderbreekt de zoen en begint heel voorzichtig kusjes overal op mijn gezicht te drukken, alsof hij elk plekje wilt aanraken.
‘Eigenlijk’, een kus op mijn voorhoofd,’ moet ik nu,’ een kus in mijn hals,’ boodschappen doen.’ zegt hij en drukt bij dat laatste weer heel even zijn lippen tegen de mijne.
Ik vang zijn blik.
‘Misschien moet je dat maar doen’, zeg ik, iets teleurgesteld, gevolgd door,’ Ik mag waarschijnlijk niet van je mee, of wel? Rusten, rusten en nog eens rusten?’
Hij grijnst.
‘Op bevel van de dokter, hé.’ verdedigt hij zichzelf en ik weet genoeg.
Hij trekt zijn jas aan en pakt het boodschappenlijstje.
‘Ik ben over drie kwartier terug. Maximaal.’ vertelt hij me, waarna hij de deur sluit.
En ik ben opeens alleen.
Ik voelde het al toen ik erachter kwam dat hij in zijn eentje zou gaan - het onbehaaglijke gevoel in mijn buik.
Ik ben weer helemaal alleen.
Niets houd mij nu nog tegen om aan Ammay te denken, aan wat er gebeurd is.
Ze is vermoord.
Het klinkt te vreemd.
Ammay.
Blije, onschuldige Ammay.
Ammay die bloemen op mijn hand tekende.
Ammay die elk jaar nog een tekening voor mijn moeder op moedersdag maakte, hopend dat ze aardiger zou doen en die elk jaar nog de hoop had dat dat het jaar was waarop onze moeder het volgekladde vel niet gewoon voor haar ogen aan stukken zou scheuren.
Mijn Ammay.
Ik weet niet waarom ik stil probeer te huilen, maar ik doe het wel.
Ga ik het mijzelf ooit kunnen vergeven?
Wil ik dat wel?
Zij zou het in ieder geval wel willen.
Maar zij is dood.
Neergestoken.
Doodgestoken.
Met een mes.
Een keukenmes.
Hier liggen ook gewoon keukenmessen: het is zo simpel.
Gewoon neergestoken.
Niet moeilijk.
Monique pakte gewoon een mes en stak.
Ik sta op, leuk naar de keuken.
Ik pak een van de messen, laat mijn vinger erover heen glijden.
Het is scherp.
Hiermee zou ik iemand kunnen vermoorden en mee vermoord kunnen worden.
Raar, dat het ook een moordwapen kan zijn.
Zou het niet eerlijk zijn als ik dezelfde pijn voel als Ammay heeft gedaan?
Het is immers mijn schuld.
Het zou zo makkelijk zijn.
Ik zou haar minder verschuldigd zijn.
Maar ik zou ook dood zijn.
En ondanks dat Evan een veel beter iemand is dan dat ik verdien, ben ik de enige die hij nog heeft.
Als ik sterf, is hij alleen.
Hij zou het zichzelf nooit vergeven.
Ik mag niet doodgaan.
Maar ik kan het in stukjes doen.
Ik kan het verdeeld doen, zodat ik uiteindelijk wel dezelfde pijn heb als Ammay heeft gevoeld en er niet aan dood gaan.
Ik kan geleidelijk mijn schuld inlossen.
Zou dat niet eerlijk zijn?
Het is zo gemakkelijk.
Het zou alles zo veel beter maken?
Toch?
Kort kijk ik op, de ruimte rond.
Dexter ligt in de mand te slapen, zonder enig teken dat hij wakker zal worden.
Een stemmetje in mijn hoofd zegt me dat ik het niet moet doen, maar voor ik het weet ben ik te laat.
En het mes ligt op mijn onderarm.

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Nee!! Niet doen Gioa!!!

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Evan!!! Kom terug!!
    Je kan ook thuis laten bezorgen !

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen