Zijn ademhaling is het enige wat Juncto nog kan horen. Het was doodstil. Geen gegil van kinderen, geen voetstappen van Zusters, geen gekraak van snoepzakken. Was hij ziek? Was dat de reden dat hij in dit Grote Huis woonde? Niet zoals de andere mensen in de stad. Zouden ze Ivar niet kunnen zien?
      Het was nog licht buiten, middaguur. Vaak mochten er nog kinderen buitenspelen rond deze tijd. Had hij het verpest voor de kinderen? Had hij het verpest voor iedereen?
      Voor even, heel even sluit Juncto zijn ogen. Even, heel even verdwijnt alles om hem heen en even, heel even voelt hij zichzelf. Snel opent Juncto zijn ogen en graait onder zijn bed. Een boek. Een boek zonder lijntjes, geen lijntjes betekent geen verplichting, geen verplichting betekent geen gevangenschap. Hij slaat het boek open, de eerste bladzijde, een Ufo. Een jongetje met zijn moeder, het jongetje wijst naar een ufo.
      Tweede bladzijde, Spoken. Het jongetje had spoken achter de bomen gezien. Dit waren geen witte spoken maar ze waren juist zwart.
Derde bladzijde, Circus. Het jongetje hing ondersteboven aan de trapeze, hij werkte in het circus.
Vierde bladzijde, De Boom. Dit was een grote boom met ogen en een mond.
Vijfde bladzijde, Huilend. Het jongetje was aan het huilen, hij had zijn snoepjes niet gekregen.
Zesde bladzijde, Blad. Het jongetje had een blad op zijn gezicht gekregen en moest daarom lachen.
Zevende bladzijde, Prik. Het jongetje kreeg een prik in zijn arm, hij moest huilen.
Achtste bladzijde, Teddy Beer. Er lag een Teddy Beer op het bed met snoepjes.
Negende bladzijde, Niets. Dit was het einde.
      Juncto slaat het boek niet dicht, hij schuift het alleen weg. Dan draait hij zich om en kijkt naar boven.

Na een tijdje naar het stipje gekeken te hebben sluit Juncto zijn ogen en kijkt om zich heen. Het was ondertussen al donker geworden. Snel staat hij op en loopt terug naar zijn kast. Hij kan de verleiding niet weerstaan en klimt op de kast om naar buiten te kijken. Het was een heldere avond, de sterren waren goed te zien.
      Op dat moment komt er een lichtstipje op hem af. Het stipje wordt steeds groter totdat het verdwijnt. De vingers van Juncto glijden over het raam en zijn adem maakt het vochtig.
      Een lichtflits verlicht de kamer voor een paar seconden en wanneer Juncto neerkijkt op zijn kamer ziet hij een kleine versie van een ufo staan, daarnaast staat Ivar. Meteen glijdt Juncto van de kast af en kijkt onzeker naar de Ufo.
"Ufo?" vraagt hij aan Ivar. Ivar knikt.
"Wil je mee?"
"Mee met jou?"
"Mee met mij, én de ufo." Er ontstaat een betrouwbare grijns op het gezicht van Ivar. Juncto knikt.
"Ja! Ja!"
"Dan moet je nog één ding doen..."
"Wat."
"Bladzijde negen, teken mij met East en de ufo." Zonder nog twee keer na te denken pakt Juncto zijn schrift en een potlood. Hij tekent zorgvuldig een ufo met Ivar ernaast. Nee, dit tekende hij niet in de goede volgorde. Maar dat zou voor deze keer niet uitmaken.

"Heb je door dat wanneer je op een moeilijk of pijnlijk onderwerp komt, je dan begint te lachen of grinnikt?" vraag Ivar langzaam.
"Yahh."
"Waarom?"
"Anders gaan ze niet van me houden."
"Wie is Ze?"
      Juncto antwoordt al niet meer.

"Klaar om te gaan Teddy?" vraagt Ivar vriendelijk. East blaft zachtjes en kwispelt. Juncto knikt.
"Betekent dat dit ik..." Ivar knikt.
      "Geen snoep aannemen van vreemden." grijnst hij, "Misschien ontvoeren ze je nog wel, of erger, vermoorden je..."

Reacties (1)

  • aarsvogel

    Dit is echt zo ongeloofelijk vaag, maar volgens mij begin ik het nu een mein beetje te snappen...

    3 jaar geleden
    • ChiIdhood

      Haha, laat het maar even bezinken ;P

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen