De volgende dag was geen goede dag.
Zodra hij wakker werd wenste Sherlock direct dat hij in een stil, donker kamertje lag, omdat hij een keiharde hoofdpijn had. En donker en stil was het nou niet echt, midden in de ochtenddrukte.
Hij maakte zich snel klaar en ging naar de keukens, waar hij de huiselfen bereid vond hem daar te laten eten.
15 minuten later kwam er een uil aan met een brief voor hem.

Aan de heer S. Holmes,

Je aanbod als onderzoeksassistent voor professor Lupos is aangenomen. Je zult twee weken op proef werken, daarna zal bepaalt worden hoeveel eerder je je viool terug krijgen.

mvg

Albus Perkamentus

PS. Op het moment van schrijven is mij niet bekend van hoe laat tot hoe laat je zal moeten werken. Ik raad je aan om daar zelf na de les naar te vragen.


Gotta love that good communication/administration. Maar goed, hij moest toch naar de lessen toe, hij kon het net zo goed vragen.
Als eerste les had hij Bezweringen, een vak waar hij momenteel helemaal geen zin in had omdat iedereen dan heel erg druk deed. Met lood in zijn schoenen ging hij op weg. Na een halfuurtje kwam hij bij een T-splitsing in een hem volkomen onbekend gebied in het kasteel. Een onbekende student kwam op hem af. Hij was spuuglelijk, met een grote haakneus, gigantische flaporen, een groene mantel en geen enkel teken wat zijn afdeling was. Hij zag eruit als het kind van Snape en een huiself, als huiselfen in staat waren kinderen te baren.
'Mr. Holmes?' vroeg de jongen. 'Ik begreep dat je hulp nodig had. Ik kan je naar een stille, donkere kamer brengen waar de tijd stilstaat, en waar je maar iets hoeft te wensen en je krijgt het, binnen de limieten van magie natuurlijk, zodat je alsnog op tijd bent voor je les en niet met knallende hoofdpijn naar Bezweringen hoeft. Ik vraag maar één ding als prijs: dat je zodra je je viool terug hebt wat voor mij en de mijnen speelt, of je hem nou rechtmatig of onrechtmatig verkrijgt. Accepteer je?'
Sherlock aarzelde.
'Ja,' zei hij tenslotte. 'Als dat uw enige prijs is, en als ik het kan doen op een plek van mijn keuze, zonder anderen erbij, en op een tijd van mijn keuze.'
'Het moet direct zodra je hem hebt gevonden maar het mag op een plek van jouw keuze. We zijn voor stervelingen niet zichtbaar, maar we hebben je muziek hier erg bewonderd.'
Kunt u mij niet helpen hem terug te vinden? wilde hij vragen. De elf (want dat was het, en in een wereld van magie was dat niet verrassend voor Sherlock), schudde zijn hoofd.
'Het is daar de tijd niet voor,' zei hij. 'En daarbij, met die hippogrief enzo is je viool niet je hoogste prioriteit. Zou je niet liever uitvinden wat de wolf verbergt?'
Met die woorden verdween hij. Want dit was niet 'zomaar' een Faery. Dit was de author-insert. De verteller. Ondergetekende. De man die letterlijk Sherlocks leven beheerst.

Verbergt de wolf dan iets,vroeg hij zich af. Bedoelt hij met de wolf Lupin? Wat verbergt hij?

Voor hij daar veel langer over kon nadenken was de elf alweer terug, greep zijn hand en toen stonden ze in een halfdonkere kamer, vlak naast een bed.
'Slaap nu,' zei de elf. Sherlock zonk neer op het bed en viel in slaap.

Sherlock landde in een bos, naast een oude dryade. Een van de bomen rookte een pijp en twee foeilelijke oranje sokken walsen onder de sterren. Hij zag iets roods glanzen in de verte. Hij liep naar voren en het rode bleek een stilhangende komeet te zijn. Toen stond hij in een gebouw in het midden van het meer en zag vier roeiboten. Hij had dorst en wist dat de mensen in de boten hem wilden redden, maar hij dacht niet dat ze op tijd zouden zijn.

Met een schok werd hij wakker. De elf was weg, maar er scheen een flikkerende bubbel om het bed heen te bestaan. Hij stond op en liep door de bubbel heen, merkend dat zijn hoofdpijn was verdwenen en het licht was aangegaan.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen