Foto bij 25 Toerist

Liam lijkt kort te aarzelen, maar het is heel oprecht.
“Goh, het is groot hier. Ik neem je gewoon recht mee doorheen het gebouw. Van boven naar onder en dan…naar het aangebouwde deel.” Ik knik en probeer de spanning te onderdrukken. Die spanning komt vooral van mijn kant; ik ben nieuwsgierig, geïnteresseerd. Dit kan mijn wereld worden.
“Oké”, mijn benen volgen vlot die van Liam. We blijven kort bij de tweede verdieping staan. Misschien is dit wel een beetje raar, maar ik ben nog steeds heel nieuwsgierig.
“Hier verblijven mijn trouwste, sterkste mannen. Of dierbare gasten”, zoals ik. Ik vul de zin in mijn hoofd aan. Liams bruine ogen bevestigen de gedachte waarna we naar de eerste verdieping gaan.
“Zoals je waarschijnlijk al gezien hebt: bureaukamers, keuken, opslag… Een beetje van alles.” Ik knik opnieuw, stiekem is het wel grappig om te zien hoe Liam dit allemaal doet; hij is geen super goede gids, maar wel een hele knappe. Dat verzacht het eerste een beetje, als toerist. Gelukkig zijn we geen toeristen en weten we beter dan dit. Gelijkvloers.
“Inkomhal, toiletten, sportzaal…” Ik geef hem een vragende blik. De inkomhal is zo gigantisch, maar toch moeten er andere kamers zijn om een gelijke oppervlakte met de bovenverdieping te hebben.
“Bibliotheek. Verdere opslag.” Verdere opslag? Ik frons, Liam zucht en wijst met zijn linkerhand naar de rechtergang. “Opslag van spullen die…niet voor iedereen bestemd zijn.” Ik knik braafjes.
“Is er nog een kelder?” Liam knikt. Gebouwen als deze moeten gewoon een kelder hebben. Anders zou het een grote teleurstelling zijn.
“Een… Het is eerder een gang dan een kelder.” Bijzonder. Liam neemt mijn hand vast, ik glimlach bevestigend en volg hem dan. “Het licht werkt maar half.” Zijn sterke handen openen een zware deur. Hij heeft gelijk. Er is een soort van tunnel die in de diepte naar iets anders loopt. Ik vind een lichtknop. Enkele slechtgeplaatste lampen verlichten de tunnel.
“Ik ben een beetje claustrofobisch.” Een beetje, maar nu voel ik mijn adem toch wel in mijn keel schokken. Liam draait zich terug naar me toe en geeft me een zelfzekere blik.
“Er gebeurt je niets. Niet hier en zeker niet bij mij.” Ik geloof hem direct… Mijn ogen blijven kort hangen in de zijne waarna ik weer naar de halfdonkere holte voor ons kijk. “Dit leidt tot het andere complex. Hier zitten de meeste mensen; nieuwe vampiers, vampiers in opleiding, getrainde vampiers. Het is een kleine stad met verschillende mensen en ook families.” Wauw. Hoe groot en helder kan het dan na deze donkere tunnel zijn? “Blijf alsjeblieft dicht bij me. De meesten weten niets van je af en anderen zijn nog ongecontroleerde wapens.” Wapens. Ik slik kort en neem die sterke hand net wat steviger vast. Het is vreemd hoe mijn hand ineens vochtig en klam aanvoelt terwijl die van hem nog even standvastig als anders is. Geen zweet, niets.
“Kan je zweten?” Mijn opmerking doet Liam grijnzen. We wandelen traag in de tunnel terwijl zijn blik tussen de ruimte voor ons en mij blijft hangen.
“Als ik een echte inspanning doe wel, ja.” Mooi zo, dat maakt hem niet iets menselijker. Ik slik opnieuw en probeer gewoon ontspannen adem te halen. De tunnel lijkt verschrikkelijk lang. “We zijn er bijna.” Nog verschillende passen, en nog… We botsen op een zware metalen deur. Liam haalt een lange, zware sleutel uit zijn broekzak en opent eerst de deur. Ik stap meteen naar de open ruimte toe. Liam doet het licht uit, sluit de deur weer, en komt weer dichterbij staan. Voor het eerst werp ik een blik op de ruimte. We zijn in een soort van sportzaal terecht gekomen. Het is een heel andere sportzaal dan degene in mijn complex. Hier zijn er geen matten of spiegels. Enkele boksringen, zware trainingsapparaten en lege plekken vullen de ruimte. “De trainingsruimte.”
“Zoiets had ik wel gegokt.” Een sterke maar slank gebouwde man is aan het vechten met…een vrouw. Een vrouw met een kort blond jongenskapsel die veel heviger rondspringt en de rake klappen uitdeelt. Tot mijn verbazing wandelt Liam er naar toe. Hij leunt tegen de boksring aan terwijl zijn ogen kort de mijne zoeken. De twee overduidelijke vampiers stoppen met vechten. De vrouw ademt niet, ze zucht niet. Het is een sterke vrouw, eentje die me angst inboezemt. Buiten een trainingsshort en sportbeha draagt ze niets. Haar boezem alleen is al veel beter dan de mijne.
“Wat vindt je van onze Tom?” Wat een vrouwelijke stem bij een gespierd lichaam. Ik slik wat ongemakkelijk en doe alsof ik half naar de ruimte staar en half naar de…vechters.
“Hij ziet er goed uit. Ik wil nog wel een rondje zien.” Ze luisteren overduidelijk naar Liam, hij heeft het voor het zeggen. Misschien kan ik zijn dominante gedrag hier wel in kaderen.
“Op hoeveel procent?” Liam verplaatst zijn blik van de vrouw naar Tom. Ik doe hetzelfde. De man lijkt niet echt te twijfelen.
“100? Ik voel me klaar.” Dat eerst was niet echt een vraag. De vrouw haalt haar schouders op, Liams hand neemt mijn arm vast.
“Jij moet het weten.”
“Blijf maar hier staan.” Hij trekt me met mijn billen tot tegen de ring en streelt dan zacht met zijn duim langs mijn onderarm totdat we weer geen contact maken. We staan nog wel dicht bij elkaar. Ik ben niet zeker of ik vechtende vampiers wil zien. “3…2…1. Go!” Ze beginnen meteen op een snelheid waar ik niet veel van kan zien. Ik zie veel beweging, slagen en stampen. Ik hoor kreunen en kreten. Op een gegeven moment heeft de vrouw Tom tegen de muur gepind. Wat hij ook probeert, hij komt niet onder haar greep uit. Zonder genade steekt ze haar duim in zijn strot. Ik hoor een stikkend geluid en draai met een bijna kotsbeweging mijn hoofd weg van de scène, dat is echt erover. Uiteindelijk zie ik ze toch weer voor mij bewegen. In een duidelijke beweging draait de vrouw haar lichaam omhoog. Haar benen worstelen zich rond zijn nek terwijl een duidelijke krak te horen is. Een schrikgeluid verlaat mijn lippen als het levenloze lichaam daar ligt. De vrouw veegt kort haar handen af en komt naar ons toegestapt. Nu ben ik echt bang. “Het is oké, hij wordt weer wakker.” Liam probeert mijn blik te krijgen, maar ik zie enkel dat wijf en die roerloze jongeman. “Abbey,” ik knik ergens vaag en kijk hem dan toch even heel duidelijk aan. De verwarring moet duidelijk af te lezen zijn, want zijn donkerbruine ogen staan bezorgd.
“Weet je, in het begin heeft hij het uitstekend gedaan.” De vrouw lijkt niet zozeer op te scheppen. Ze is eerder professioneel.
“Ik verwacht niets meer van hem. Hij is klaar.” Klaar, en geslaagd, toch zie ik enkel dat lichaam daar op de grond liggen. Heel klaar voor een doodskist, ja. Ik neem wat afstand van de twee en wandel toch naar Tom toe. Liams ogen branden in mijn nek. Ik kniel neer naast Tom, die nu wel een ademhaling heeft, maar niet beweegt. Hoelang zal hij zo blijven liggen?
“Ik neem Tom wel mee naar zijn kamer als hij zo dadelijk niet wakker wordt.” Hoe kan hij genezen van een nekomdraai? Hoe kan hij ademen en toch uitgeschakeld zijn? Ik begin te piekeren en zet me in kleermakerszit. Een snelle beweging doet me schrikken. Tom is niet meer levenloos. Hij zit rechtop en kijkt me met zeer grote ogen aan. Misschien was het niet zo slim om zo dichtbij een vampier te doen. Ik kijk meteen naar Liam, maar die ziet er niet zo bezorgd uit. Zijn ze Tom nu verder aan het testen?
“Wel, hallo. Dat is ook eens aangenaam wakker worden,” ik glimlach en wend mijn blik af. Tom meende het, maar bedoelde het niet slecht. Hij lijkt me wel oké. “Tom.” Ik knik en twijfel of ik mijn naam ga laten vallen. Ik besluit het niet te doen, hem niet te vertrouwen, ook al heeft hij me nog niet opengereten.
“Proficiat, blijkbaar ben je geslaagd.” De man lacht en kijkt nu naar zijn twee oversten. De vrouw vertoont geen emotie, Liam wel. Hij glimlacht terwijl hij daar blijft staan, ver van me weg.
“Dat kan ik moeilijk geloven.”

Vanaf vrijdag ben ik ook een weekje toerist en zullen er geen hoofdstukjes geplaatst worden... Daarna trakteer ik jullie natuurlijk wel op het vervolg!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen