Foto bij 24. Het hoofdstuk waarin Leo ondervraagd werd

'Leo!'
'Hey!'
Hamlet was net bezig zijn deur te openen toen ik uit de deur naast de zijne naar buiten kwam.
'Hoe is het?'
'Prima, met jou?'
'Ja, ook goed.'
'Mooi. Ik heb eigenlijk geen tijd om te praten want ik moet nu eigenlijk echt gaan. Ik had eigenlijk een kwartier geleden al afgesproken met vrienden bij iemand die helemaal in Overvecht woont.'
Hamlet lachte. 'Oké, ga maar snel dan. Ik spreek je later dan nog wel, hè?'
'Ja, tuurlijk, doeg!' riep ik gehaast, terwijl ik al zo'n beetje de trap af rende.

Ik moest eerlijk toegeven dat ik Hamlet enigszins vermijd had sinds afgelopen donderdag. Ik had die vrijdag een brief van hem op mijn deurmat gevonden en hoewel die verschrikkelijk lief en leuk was, had ik er nog niet op geantwoord. Het was nu woensdag. De reden was dat ik gewoonweg niet wist wat ik tegen hem moest zeggen. Ik had hem de afgelopen week niet uit mezelf geappt en de keren dat hij mij geappt had ik een beetje kortaf geantwoord en gezegd dat ik het druk had, waar ik me vreselijk over voelde. Een keertje had ik zijn appje zelfs op ongelezen laten staan, terwijl ik het echt wel gezien had.
Begrijp het niet verkeerd: mijn hart had zowat een sprongetje gemaakt toen ik hem daarnet in de gang zag en ik vond hem echt leuk en hij maakte me daadwerkelijk blij. Maar wat nou als ik verliefd op hem zou worden? Of als ik dat al was? Hoe wist je überhaupt of je écht verliefd was? Het feit dat ik niet kon stoppen met aan hem te denken, zei voor mijn gevoel niet zo veel, want dat was gewoon hoe mijn hoofd werkte: te veel gedachten. En wat nou als Hamlet verliefd op mij werd, of dat al was? We hadden nu twee dates gehad en hadden daarnaast gewoon een paar keer zitten praten, en hadden die avond in Tivoli gehad, maar wat was de volgende stap? Een relatie? Ik vond het woord 'relatie' alleen al walgelijk klinken, waarbij mijn hoofd gelijk sprong naar twee van die mensen die constant alleen maar alles samen doen, die plotseling alleen maar 'wij' waren in plaats van twee aparte mensen. Ik wist zeker dat ik dat niet wilde. Ik kon me verschrikkelijk aan mensen ergeren als ik te veel tijd met dezelfde persoon doorbracht. 21 vond ik eigenlijk vooral een uiterst geschikte leeftijd om voornamelijk aan jezelf te mogen denken. Maar waar ging dit met Hamlet heen als het niet iets ergens in die richting was?
En dan was er ook nog het feit dat ik eigenlijk niet zeker wist of ik mezelf wel in een relatie met Hamlet zag. Hoe leuk ik hem ook vond, hij was wel het soort jongen dat je donderdagnacht vroeg om naar Tivoli te komen, en ik wist niet zeker of ik zo'n soort meisje was. Of ik mezelf wel als zo'n soort meisje wilde zien. Ook toen ik besloot dat ik bestuur wilde doen bij mijn studievereniging ging dat me meer om de leerervaring en het feit dat het goed op mijn cv zou staan dan dat ik de mogelijkheid zou hebben om naar allerlei feestjes te gaan. Het was niet dat ik uitgaan niet leuk vond, maar meer dat ik me er niet echt in thuis voelde, dat ik het af en toe leuk vond voor een keertje, omdat het maar een keertje was. Ik wist niet hoe goed ik dan zou passen bij iemand die zich daar meer in thuis voelde dan ik. Hamlet was niet het soort student dat zich voornamelijk serieus in de studiebanken bevond, wat ik meestal wel probeerde te zijn. Misschien was dit het soort afleiding dat ik helemaal niet kon gebruiken. Of misschien was het nou juist de soort afleiding die ik nou eigenlijk wel even nodig had.

'Wie was die jongen in Tivoli laatst, Leo?' vroeg Stella, degene bij wie we thuis hadden afgesproken met ons voormalige studieverenigingsbestuur, terwijl ze theewater voor me in een mok schonk. Ik voelde hoe mijn gezicht opeens rood werd terwijl ik de mok aanpakte, omdat ineens iedereens ogen op mij gericht leken te zijn.
'Hij heet Hamlet,' antwoordde ik maar, zachtjes, met een enigszins glimlach op mijn gezicht terwijl ik zijn naam zijn.
'Hamlet?'
'Of nou ja, eigenlijk heet hij Peter, maar hij gebruikt de naam Hamlet omdat hij dat cooler vindt. Hij studeert literatuurwetenschap en noemt zichzelf Koning der Slechte Grappen.'
'Je maakt een grapje,' zei Bobby ongelovig, lacherig.
'Nee, echt. Hij heeft volgens mij ook weleens gezegd dat zijn hele leven één slechte grap is en dat hij er dan net zo goed een titel voor kan dragen. Zoiets. Hij is gewoon een beetje een uniek geval, zou ik zeggen, maar wel heel leuk.'
'En wat is hij dan precies van je? Vriendje? Scharrel? Kwarrel? Verloofde?' vroeg Jip.
'Dat was niet het eerste wat ik wilde weten,' mompelde Bobby.
Ik keek Bobby enigszins geërgerd aan. 'Hij is mijn buurjongen,' beantwoordde ik de vraag van Jip. 'En... We zijn nu op een paar dates geweest, dus we zijn... aan het daten, denk ik? Ik weet niet, ik heb er verder niet echt een term voor.' Ik richtte me weer tot Bobby. 'En we hebben nog geen seks gehad, nee,' beantwoordde ik de vraag die hij niet gesteld had, 'want dat was wat je wilde weten toch? Ik ken je langer dan vandaag.'
Bobby grinnikte enigszins. 'Geeft niks, ik ben al trots op je dat beslissing om niet te daten toch enigszins hebt laten varen. Niet omdat je geen strong, indepent woman moet zijn, hoor. Maar gewoon omdat ik altijd al eens gehoopt dat dat er toch ooit nog eens een dag zou komen dat we jóú eindelijk eens zouden kunnen uithoren over je liefdesleven, en die er nu eindelijk is.' We moesten allemaal lachen om dit typische antwoord. En misschien had hij ook wel gelijk. Stiekem was het ergens ook wel leuk om eindelijk eens een eigen liefdesleven te hebben waar ik iets over kon zeggen, in plaats van altijd alleen maar anderen uit te horen.

Ik denk dat ik mezelf op een schaal van introvert naar extravert een beetje in het midden zou zetten. Ambivert heet dat geloof ik. Ik kon altijd wel goed alleen zijn, maar van gezelligheid werd ik vrolijk en kreeg ik veel energie. Mijn favoriete momenten waren eigenlijk gewoon avonden waarop ik met vrienden zat te praten en we verder niet heel veel meer hoefden te doen om het gezellig te maken. Het kwam echter nog weleens voor dat ik me na zo'n moment opeens heel erg down voelde en ik wist niet waardoor. Dat ik opeens weer alleen was op een moment dat ik eigenlijk niet zo goed alleen kon zijn.
Die dag, nadat ik 's avonds met mijn vrienden had zitten praten en weer het hele eind (zo ongeveer een half uur, ik vergat regelmatig hoe groot Utrecht nou eigenlijk was) alleen naar huis moest fietsen, voelde het zo. De avondlucht was heerlijk en de avond was fijn geweest, maar ik wilde lachen en huilen tegelijkertijd, opgaan in het moment en tegelijk verdwijnen, de tijd stilzetten of terugspoelen. Ik wist het eigenlijk niet. Een somberheid bekroop me gewoon even, ook omdat ik nog steeds niet zeker wist wat ik nu met Hamlet aanmoest en voelde ik me schuldig tegenover hem, omdat ik deze week zo kortaf tegen hem was geweest en nog niet had geantwoord op zijn brief. Ik kon nu eigenlijk gewoon niet echt alleen zijn. Ik wilde met iemand praten.
En toen ik eenmaal thuisgekomen me al bijna klaarmaakte voor alleen op mijn kamer te gaan zitten en dan maar een beetje lief te zijn voor mezelf, hoorde ik vanaf de galerij pianomuziek.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen