Foto bij H.77.

Het laatste stuk van het vorige hoofdsuk:
Wanneer Evan bij me is trekt hij me nog voordat ik kan vragen wat er is naar zich toe, drukt me tegen zich aan.
‘Is alles oké?’ breng ik zachtjes en vooral half platgedrukt uit.
‘Je was al een uur weg en...’ hij slikt, klinkt zo ontzettend in paniek wanneer hij me vasthoud alsof hij nooit meer los durft te laten,’ En je nam niet op.’
Hij was het.
Nadat ik ophing, was het niet James die me steeds belde, maar hij.
‘Sorry. Ik... ik dacht dat het... het spijt me.’ probeer ik het goed te maken, maar hoe kan ik een uur aan stress goedmaken?
‘Het is gewoon... niet erg. Ik-ik snap het’, zijn stem trilt,’ Ik... ik was gewoon zo bang.’
Ik wil zeggen dat dat niet hoeft, dat alles oké is, maar ik weet het niet.
Ik weet het gewoon echt niet meer.

Ik word midden in de nacht wakker, mijn mond geopend alsof ik wil schreeuwen, maar ik kan niets uitbrengen.
Ik lig in het bed van de logeerkamer van het grote huis.
Om de een of andererede denk ik niet meer na, rol haast uit bed, struikel de gang over.
Mijn voetstappen galmen door het huis als ik de trap af ren.
Ik weet niet precies waar ik heen ga, maar ik ga wel.
Zodra ik de deur opengetrokken heb wekt de koelte me en ik val op mijn knieën, zacht huilend.
Ik knijp mijn ogen dicht, maar het werkt niet.
Ik wil het niet meer.
Niet meer horen.
Niet meer voor me zien.
Niet meer herinneren.
Mijn lijf trilt en ik hap naar adem.
Voor ik het weet komt Evan naar me toe rennen.
Hij kijkt me indringend aan, maar ik zie het maar half, maak het niet bewust mee.
‘Wat is er aan de hand?’ vraagt hij in paniek.
Ik schud huilend mijn hoofd, haal sidderend adem.
‘Elke keer zie ik het weer. Haar weer. Evan... ik kan het niet meer.’ snik ik.
Hij drukt me tegen zich aan, mijn wang tegen zijn borst.
‘Ik kan niet... er was zo veel bloed. Ik kon het niet stoppen’, huil ik en hij zegt niets, dus haast automatisch ga ik door,’ Ik moet haar keer op keer zien sterven als ik mijn ogen... ogen dichtdoe.’
Hij zwijgt, wiegt me zachtjes heen en weer.
‘Maar dat is het niet’, mijn stem breekt nog verder dan ik dacht dat mogelijk was,’ Ze heeft me geprobeerd te bellen. Maar... maar ik had mijn telefoon niet bij de hand en... ze heeft een voicemail ingesproken.’
Hij lijkt even te verstijven en zijn adem stokt.
‘Een voicemail?’
‘Ja.’ breng ik moeizaam uit, mijn stem veel hoger dan gewoonlijk.
‘Wanneer kwam je daar achter?’ vraagt hij zachtjes.
Mijn maag draait zich om als ik eraan terugdenk.
‘De avond dat we weer thuis kwamen.’
Heel lang is hij stil.
'Staat het nog steeds op je telefoon?' vraagt hij op een manier waardoor ik niet goed kan peilen of hij wilt dat het antwoord ja of juist nee is.
Ik slik, bijt op mijn lip om mezelf in te houden.
'Ja.' breng ik uit, maar het klinkt alsnog als een snik.
Voorzichtig sta ik op, weg van hem.
Met trillende handen pak ik mijn telefoon en kijk hem kort aan, alsof ik voor toestemming vraag.
Hij knikt heel voorzichtig en ik zet het aan, klap weer bijna dubbel bij haar woorden.
'Gioa?' klinkt Ammays stem en ik hoor haar zware ademhaling, onregelmatig en moeizaam; je kan duidelijk horen hoe ze huilt.
Op de achtergrond hoor ik geschuif, voetstappen.
Mijn moeder.
Ze ligt dood te gaan en mijn moeder staat er gewoon bij.
Evan stapt naar me toe en wilt me aanraken, maar zonder dat ik daar echt een reden voor kan bedenken wil ik dat niet en ik draai me weg, loop naar het keukeneiland, waar ik tegenaan leun.
De tranen stromen over mijn wangen als ik het weer hoor, opnieuw, voor de zoveelste keer.
'Waar ben je? Gioa, alsjeblieft. Neem op. Ik... Gioa.' kermt ze met krakende stem.
Ik druk mijn beide handen voor mijn mond en wieg zachtjes heen en weer.
Dan is er het moment waardoor ze uit zwakte even de telefoon laat vallen en ondanks dat ik weet dat het gaat gebeuren, schrik ik alsnog, bijna nog erger dan Evan, voor wie dit allemaal nog nieuw is.
Maar dan klinkt haar stem weer en ik weet niet precies of dat nou beter is.
'Ik dacht dat ze langer weg zou blijven. Maar ze kwam terug. Ze... ze had jou met Evan gezien. Ze bleef me dingen vragen', dan klinkt opeens haar stem een stukje sterker, haast trots, alsof ze weet dat ze dan in ieder geval niet voor niets zal sterven,' Ik heb niets gezegd.'
Maar dan begint ze weer te huilen.
'Het doet zoveel pijn. Ik zag niet dat ze een mes had', snikt ze onbedaarlijk,' En toen ik het eruit trok begon het erger te bloeden. Ik... Gioa, kom naar huis. Gioa. Alsjeblieft. Ik... ik wil niet alleen doodgaan.'
Ik knijp mijn ogen dicht, wil het aan de ene kant afzetten en aan de andere kant mag het van mijzelf niet, moet ik het aanhoren.
Als ik een korte blik op Evan werp, zie ik dat zijn ogen ook overgelopen zijn en hij kijkt alsof hij het niet kan bevatten.
Hij haalt een hand door zijn haar, zijn lippen iets geweken, zachtjes hoofdschuddend.
En dan versnelt haar ademhaling.
Een paniekaanval.
Ze kreeg een paniekaanval en ik was er niet bij.
Toen ik eenmaal bij haar was dacht ik gewoon dat ze het gewoon heel rustig opvatte, maar dat was niet zo; ze had haar moment van angst al gehad en ze was gewoon te zwak om het nog te kunnen schelen op het moment dat ik thuis was.
Weer klinkt het huilen.
Hoe kan mijn moeder hier bij hebben gestaan, er gewoon naar gekeken en geluisterd hebben?
'Ik wil niet dood', klinkt het schril uit de telefoon,' Ik ben zo bang. Ik wil nog niet. Ik wil meer tijd. Gioa... ik kan het niet. Ik ben niet dapper genoeg.'
Ik zak in elkaar, ineengedoken tegen het aanrecht aan, zachtjes schokkend.
'Als mama kwam, zei jij altijd dat ik dapper moest zijn en ik deed echt altijd mijn best, maar...' Weer een snik,' Ik kan gewoon niet dapper zijn zonder jou.'
Een haperende ademhaling, sidderend en trillend.
Weer dat gehuil.
'Alsjeblieft.'
En de voicemail eindigt.
Maar ik blijf op de grond zitten huilen, ook al heb ik het bericht al vaker gehoord.
Als ik niet "op tijd" was geweest, waren haar laatste woorden naar mij alsjeblieft geweest.
Dan hoor ik dat Evan de telefoon oppakt en ik kijk direct naar hem omhoog.
'Wat doe je?' vraag ik en dan raak ik in paniek, ren naar hem toe.
Hij gaat het verwijderen.
'Evan?! Wat doe je?!'
Maar hij heeft het al verwijderd en ik kijk hem hulpeloos aan, mijn gezicht betraand en wanhopig.
'Het was niet jou keuze.' murmel ik verward, maar hij legt zijn handen aan de zijkanten van mijn hoofd en kijkt me intens aan.
'Maar jij had de verkeerde gemaakt. Het spijt me.' zegt hij en ook al weet ik vanbinnen dat ik het er niet mee eens ben, ben ik te zwak om me tegen hem te verzetten, als ik dat al zou willen.
Want om eerlijk te zijn weet ik dat hij gelijk heeft.
Ik had er waarschijnlijk nog duizenden keren naar geluisterd.
Maar het was het laatste stukje Ammay dat ik nog had.

Reacties (4)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Awh....

    2 jaar geleden
  • Luckey

    IK ga je slaan
    Ze heeft genoeg pijn gehad nu

    2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Sla me alsjeblieft niet...
      xD

      2 jaar geleden
    • Luckey

      Ga ik wel doen als je der leven niet wat vrolijker gaaf maken! Ze heeft genieg ellende vooor de komende 50 jaar wel gehad

      2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik kan verklappen dat slechte eindes niet helemaaaal mijn ding zijn, dus maak je maar geen zorgen. Er gaat heus wel iets goeds komen.

      2 jaar geleden
    • Luckey

      Ik hoop het voor je, me hooivork ligt al klaar

      2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik zal op mijn hoede zijn.:|

      2 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    *kreten van pijn*

    2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Het spijt me. Maar niet echt. Wel een beetje. Maar niet echt.xD

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here