Foto bij 011- Harry

Duss.. het is veel te lang geleden dat ik weer eens heb geschreven.
Ik ben altijd blij met mensen die dit nog een kans willen geven, zo niet dan snap ik het ook.
Ik ben ongelofelijk druk geweest met stage en studie en had voor dit verhaal ook niet meer de inspiratie om te schrijven.
Nu pak ik het langzaam weer op en hopelijk vinden jullie het wat. Laat het me vooral ook weten;)

Voor de gene die het niet meer weten, Louis ligt in een coma en Harry maakt zich ontzettend zorgen om hem.
En Harry weet niet echt wat hij met zichzelf aan moet, hij is verward.

Gedesoriënteerd word ik wakker, mijn hoofd leunt tegen de ijzeren steun van Louis' bed. Ik knipper een paar keer waardoor mijn beeld verbeterd wordt. Ik kijk naar Louis die nog steeds op dezelfde manier naast me ligt. Zijn ogen vredig gesloten en zijn ademhaling even rustig.
Er wordt op de deur geklopt en ik zie een van Louis dokters in de deuropening staan. " Can I come in?" vraagt de redelijke jonge dokter terwijl naar mij kijkt.
" Uh.. Yes, please come in." antwoord ik een beetje onthutst terwijl ik uit de leren stoel stap waarin ik in slaap ben gevallen.
" I wanted to check on Louis earlier, but I saw the two of you sleeping. So I didn't want to wake you up for an stanard check." Zegt de dokter die vervolgens naar de verschillende waarden van Louis kijkt. Ik bestudeer wat de dokter doet en wat hij op schrijft, maar zoals bij elke dokter is zijn handschrift niet te lezen.
" You are Harry, Right?" Vraagt de dokter nadat hij klaar is met alle onderzoeken. "Yes." antwoord ik kort, hopend op een antwoord over Louis's conditie.
"So it seems some things have changed. You don't have to worry tho, we will do the worry part." Zegt de dokter waar ik eigenlijk helemaal zijn naam niet van weet. Bij de laatste paar woorden geeft hij een kleine knipoog naar mij.
" If you have any questions or his condition changes let me know." Ik knik en geef de man die nu voor me staat een hand. Snel kijk ik naar zijn naamkaartje dat op zijn witte standaard doktersjas hangt. M.D Tony Williams. "Thank you for checking on Louis." zeg ik nog voordat hij de kamer uitstapt. "That's my job, kiddo" hoor ik hem vanuit de ziekenhuis gang roepen.

Ik kijk op de klok die in iedere kamer hetzelfde eruit ziet. Een zwarte dikke rand om de klok, de wijzers zijn donkerblauw samen met de cijfers en de binnenzijde van de klok is bijna steriel wit. Een kleine rode wijzer geeft de secondes aan. Klokken zijn altijd al een vreemde fascinatie van mij geweest, dat is mijn moeders schuld. De eerste klokkenwinkel waar ik ooit binnen ben geweest keek ik mijn ogen uit, ik was net negen jaar en onze klok in de huiskamer was kapot en moest gemaakt worden. In Redditch zat precies één klokkenwinkel, zij restaureerde en maakte niet alleen oude en kapotte klokken maar verkochten ook nieuwe varianten.
Het was een zaterdag ochtend toen ik met mijn moeder de winkel in liep. De bel die rinkelde bij het open maken van de deur, samen met de geur van muffe oude klokken en schoonmaakmiddel is me altijd bijgebleven.
Zoveel klokken had ik nog nooit bij elkaar gezien, ieder een eigen ritme. Kleine klokken, grote klokken, staande klokken en ook de hangende klokken oh en niet vergeten de talloze horloges die in de vitrine lagen. Het palet aan kleuren was bijna niet te tellen, met al deze kleuren zou je wel tien regenbogen kunnen maken. Allemaal stonden ze op hun eigen tempo de tijd aan te geven. Ik zou er uren aan kunnen spenderen om elke klok tot in detail te kunnen bekijken, maar dan was ik voor mijn tachtigste nog niet klaar.
Mijn maag die knorde haalt me uit mijn gedachtes. Starend naar de klok had ik nog steeds geen idee hoe laat het eigenlijk was. Het was net zoiets als dat je je mobiel uit je broekzak haalt om te kijken hoe laat het is en je ziet dat je een berichtje hebt, die beantwoord en dan nog steeds geen idee hebben hoe laat het is.
Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar de klok en zie dat het al bijna acht uur is, geen wonder dat ik een honger gevoel krijg.
ik besluit terug te gaan naar mijn eigen kamer om te kijken of ze daar mijn eten hebben neergezet.
Mijn kamer lag aan de andere kant van de gang, dus elk schilderij en elke tegel had ik nu wel gezien. Ik wist dat het tweeëntwintig stappen naar het eerste schilderij die aan mijn linker kant hing. Dit eerste schilderij was een pure vorm van moderne kunst. Een beige streep hier, een donkerblauwe stip daar en een perzik gekleurde cirkel daar weer omheen. Dat noemt men kunst, niet mijn smaak. Als het aan mij lag, lag dat schilderij allang in de prullenbak. Het ergste is dat je het ook nog kunt kopen, belachelijk.
Na welgeteld honderdvijfendertig stappen te hebben gezet sta ik midden in mijn privé kamer. Mijn bed hadden ze ondertussen verschoont en er was geen kreukel te vinden op het spierwitte dekbed. Naast mijn bed staat keurig net als iedere andere avond een bord met een kleurrijk idee van eten. De oranje en paarse wortels, de witte rijst en een stukje vlees met wat jus. Het puddinkje staat naast het bord op het net niet meer witte dienblad met een plastic lepeltje erbij.
Ik plof op het schone bed en gris het eten van het nachtkastje en neem enkele happen van het niet tegenvallende eten.
Wanneer ik klaar ben leg ik alles keurig terug op het nachtkastje en pak onder uit een la een boek. Extremely Loud and Incredibly Close, een all time favoriet.
Mijn gedachtes nemen de vrije loop wanneer ik dit boek lees en alle hersenspinsels die in ieder hoekje van mijn brein verstopt zaten komen nu tot leven.

In ben zo verzonken in het boek dat ik niet eens merk dat mijn moeder in de deuropening staat. " Harry, darling, how are you doing?" vraagt mijn moeder terwijl ze op de deur klopt. Verschrikt kijk ik op en zie nu dat mijn moeder er ook is. " Oh, hi mom. Yeah, I donno. I Just.. I feel... I just donno." Ik heb ook gewoon een idee hoe het gaat, soms lijkt het beter te gaan en in een splitseconde lijkt heel mijn wereld op zijn kop te staan, alles is zo verwarrend.
Mijn moeder komt naast me zitten op bed en geeft me een stevige knuffel. Iets wat ik nodig had.
Vanuit mijn ooghoeken zie ik ineens doktoren en verplegers naar een kamer rennen.
Het duurt geen seconde of ik bedenk me dat het de kamer van Louis is.
Met een iet wat te snelle sprong kom ik van het bed af. Iets wat een steek in mijn voet oplevert en ontzettend pijn doet.
Maar het kan me niks schelen. Die honderdvijfendertig stappen lijken nu ineens wel honderd kilometer. Het duurt zo lang voordat ik bij de kamer van Louis ben.
Strompelend kom ik zijn kamer binnen, de machines lijken overuren te maken en de verscheidende piepjes maken meer geluid dan dat mijn gehoor aankan.
Een vrouw van de verpleging komt voor me staan. " Please wait outside, let the doctors do what they have to do." Ze kijkt me treurig aan en begeleidt me naar de gang waar ik op een houten stoel plaats neem.
Mijn voet doet nog steeds ontzettend pijn en ondertussen heeft mijn moeder er ook hoogte van gekregen wat er aan de hand is en komt naast me zitten, ook op zo'n ongelofelijke verschrikkelijke houten stoel. Het enige wat we nu kunnen doen is wachten.... It's killing me.



Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen