De dagen gingen traag voorbij in Meerstad. De dwergen vonden maar met moeite wat rust, vanop het water hadden ze een goed zicht op de berg. De berg die hun thuis was geweest voor zolang als ze zich konden herinneren. De berg die nu was ingenomen door een monsterlijk wezen. Hier zaten ze dan boven het woeste water in breekbare houten huisjes, zonder hun warme bed. Zonder het feestelijk voedsel. Zonder hun rijkdommen. Er begon verdeeldheid te ontstaan onder de dwergen. Sommige geloofden dat de komst van de draak Thror’s schuld was, dat deze zijn bezetenheid van Goud het beest had gelokt. Andere wouden hier niet over nadenken en geloofden hoe dan ook in hun koning. Ze durfden ook niets anders, die koning was voor hen de enige houvast die ze nog hadden. Dis en Terwyn hadden werk gevonden als naaisters, dit was niet volledig nieuw voor hen, enkel het feit dat ze wel moesten werken om te kunnen overleven was wel heel wat anders dan hoe hun leven in de berg eruitzag. Als ze nu niet meerdere kledingstukken per dag afkregen, kregen ze niet voldoende geld om hun gezin te onderhouden. Thorin en Farin werkten bij de smid. Ook zij waren al gewend van werken maar niet voor het hongerloon die ze hier maar verdienden. Koning Thror en prins Thrain spendeerden hun dagen aan het maken van plannen om verder te kunnen trekken. Het volk was onrustig en dit merkte ook de koning, als hij wou blijven gezien zijn als een goede koning moest hij zich hier ook naar gedragen. Diep vanbinnen vrat het idee dat hij Smaug naar de berg leidde hem langzaam op. Het opmaken van de plannen verliep dan ook allesbehalve zoals gepland. Thror bleef vaak steken in het idee om de berg terug te veroveren. Dit dan eerder met het idee dat hij zo zijn goud terug zou hebben, dan met het idee om zijn volk in veiligheid te stellen. Thrain was er dan ook steeds om hier een stokje voor te steken. Deze hoopte om het volk naar de blauwe bergen te kunnen brengen, zodat deze daar hun leven opnieuw zouden kunnen opbouwen. Hier moest Thror natuurlijk niets van weten. Wat als hij geen koning meer kon zijn, wat als hij moest buigen voor een ander? Dat wou hij zich zelfs niet inbeelden. Zo kwamen de twee maar niet tot een akkoord, de last die op hun schouders rustte was er ook geen al te lichte. De mensen van Meerstad die de dwergen ooit al machtig volk zagen leken nu op hen neer te kijken. Het feit dat zij nog rijkdommen in handen hadden dankzij de jarenlange handel die ze met de dwergen deden, leken ze vergeten. Zo kwam het ook tot het moment dat de koning van Meerstad Thror en Thrain kwam vragen of ze binnenkort een ander onderkomen konden vinden. Het voedsel in de stad raakte op, er was niet voldoende onderdak of werk voor de dwergen. De mensen werden bang, en dus keerde ook deze koning de dwergen zijn rug toe. Na amper 30 dagen in Meerstad moest het dwergenvolk zonder effectief plan verder trekken. Van Meerstad trokken ze verder naar het zuiden toe. Het dwergenvolk vermeed bewust de bossen van het Groene Woud. Koning Thranduil had hen éénmaal verraden, deze zou geen kans krijgen om hun nog een tweede keer het leven zuur te maken. Ze trokken verder door mensendorpen, bleven overal even hangen om hun voorraden aan te vullen of wat geld bij te verdienen. Steeds meer groeide bij Thror het idee dat ze terug naar de berg moesten hoe onmogelijk dan ook. Thrain bleef proberen om hem dit uit het hoofd te praten, dit tot het moment dat Thror zijn gedachten op wat anders zette. Moria, de vestiging waar het allemaal begon voor Durin's volk. Langzaam maar zeker kwamen de dwergen hier dichter en dichterbij. Ze liepen volledig rond het Groene Woud over de open vlaktes van Gondor. Het volk had weer hoop gekregen, hun ogen straalden al meer. Ze liepen met een bijna trots pas op hun doel af. Terwijl de bergketen naderden, kwamen Thror, Thrain, Thorin en hun raadsheren steeds vaker samen om plannen te maken over hoe ze Moria zouden binnen gaan. Het laatste nieuw dat ze over Moria kregen was dat het ingenomen was door orks. Ze konden de vrouwen en kinderen niet meteen meenemen naar binnen met het risico dat de orks er nog waren en de dwergen massaal zouden beginnen afslachten. Thorin moest toegeven dat hij niet zo'n fan was van het idee om een bergketen in te gaan die mogelijks vol zat van de orks. Het volk had af genoeg geleden de afgelopen weken, ze waren al zolang aan het rondzwerven dat ze al een groot deel van hun gewoonlijke kracht waren kwijtgespeeld. Het was een te groot risico volgens de prins, maar wat had hij daar nou over te zeggen, hij was nog lange geen koning en moest nog veel leren! Ergens wou hij liever sterven al vechtend dan al bedelend om geld in een mensendorp. Het was het risico dus wel waard.

Reacties (1)

  • Croweater

    Ik vind het echt leuk, deze tijdsperiode. Volgens mij heb ik daar nog nooit eerder een verhaal over gelezen.:)

    3 jaar geleden
    • Croweater

      Haha oh blijkbaar had ik dit al gelezen :')

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen