||Rosemary Tyler Ahotley

'Je moet je ogen echt dichthouden, oké?' zegt Embry, voor de derde keer als ik het goed heb.
      Ik rol met mijn ogen, iets wat hij wel moet voelen aangezien zijn warme handen op mijn ogen liggen en ik hoor hem gniffelen. 'Duidelijk, Embry, dat was het namelijk al na de eerste keer.'
      'Dat zal vast,' grijnst Embry, zijn warme adem mijn nek strelend. 'Maar je lijkt me zo'n persoon dat er een handje van heeft om te spieken.'
      'En bedankt,' antwoord ik sarcastisch. De enige reden dat ik een reactie geef is omdat ik ontzettend nerveus ben. Niet per se voor de date zelf, maar wat er gaat gebeuren. Ik weet honderd procent zeker dat in de afgelopen dagen Serena meer dan honderd hints aan Embry heeft gegeven, maar het is niet de bedoeling dat hij zich gepusht voelt om iets te doen. Het moet immers natuurlijk en echt blijven.
      ‘Je bent stil,’ merkt Embry op. Hij begeleidt me zonder moeite over wat ik vermoed een omgevallen boomstam is en als zijn hand mijn blote schouder raakt, gaat er een rilling van elektrische schokjes door mijn lichaam. Een rilling kruipt over mijn rug en ondanks dat ik niet weet of dat het van de kou komt of door Embry, vervloek ik mezelf voor het feit dat ik geen jas heb aangetrokken.
      ‘Wacht even,’ mompelt Embry ineens. We stoppen in het midden van het pad en achter me hoor ik Embry iets ritselen.
      ‘Ben je aan het strippen?’ vraag ik grijnzend en met wiebelende wenkbrauwen. ‘Nu wordt het wel heel lastig om mijn ogen gesloten te houden.’
      ‘En als ik zoiets tegen jou zou zeggen, dan zou ik schoenmaat dwerg in mijn gezicht krijgen,’ mompelt Embry, wat ervoor zorgt dat een lachje aan mijn lippen ontglipt.
      Ik glimlach oprecht. ‘Misschien, misschien niet.’
      ‘Laat ik het maar niet uitproberen,’ zegt Embry en aan zijn stem kan ik horen dat ook hij aan het glimlach is.
      Ineens voel ik een stuk warme stof over mijn hoofd vallen, mijn nog steeds rillende lichaam bedekkend. Direct walmt de geur van aftershave, bos en Embry mijn neusgaten binnen en mijn glimlach wordt zo groot dat het voelt alsof mijn mondhoeken op het punt staan om uit te scheuren.
      Embry’s handen omsluiten mijn schouders en ik voel zijn warmte door de stof van zijn shirt mijn lichaam instromen. Hij begint weer met lopen, mij haast woordeloos begeleidend en na een paar directies haalt hij zijn handen van mijn ogen.
      Ik neem dit als een teken om mijn ogen te openen, en ik word direct verblind door de schoonheid van het plekje. Overal door de takken zijn lampjes geregen, die gedempt schijnen om genoeg aan mijn verbeelding over te laten. De bomen waar de lichtjes in geregen zijn vormen een cirkel om een open plaats met gras zo groen dat het je ogen verblind. In het midden van de open plaats ligt een geblokt dekentje met drie rozen en een mandje. Om het dekentje heen stralen verschillende lavendel planten en andere oogverblindende bloemen. Al met al geeft de plek me echt een sprookjesgevoel en verrukt laat ik mijn blik naar Embry af dwalen.
      ‘Ik heb de plek een keer gevonden tijdens wachtlopen,’ glimlacht Embry nonchalant. Hij haalt even zijn schouders op, terwijl hij mijn hand vastpakt en onze vingers verstrengeld. ‘Het lijkt erop dat iedereen uit de pack zo zijn speciale plekje in het bos heeft.’
      ‘Well, ik voel me vereerd dat ik het mag aanschouwen,’ glimlach ik oprecht. Ik heb het idee dat ik straal, want zo voel ik me namelijk wel.
      Ineens slaat Embry zijn handen om mijn middel en trekt hij me dicht tegen zijn warme lichaam aan. Direct schiet mijn hartslag omhoog en voelt het alsof mijn benen in drilpudding veranderd zijn. Ik ben blij dat Embry me vastheeft, want anders was ik nu zeer zeker door mijn knieën zijn gezakt.
      Vanonder mijn wimpers kijk ik naar Embry, maar hij heeft nog steeds hetzelfde effect. Iedere keer als ik in die chocoladebruine ogen kijk, voel ik mezelf wegzakken in een wereld waar alleen vreugde en liefde bestaat. Met Embry aan mijn zijde.
      ‘Voordat we officieel beginnen, wil ik even wat duidelijk maken,’ glimlacht Embry oogverblindend. Zijn handen maken rustige cirkeltjes op mijn rug en nieuwsgierig kijk ik hem aan. ‘Ik vind dat je het mooiste meisje op de wereld bent. Niet alleen de mooiste, maar ook de grappigste, slimste, bijdehandste en liefste en het zou een eer zijn om je mijn vriendin te noemen mogen.’
      Mijn gedachten gaan blanco bij Embry’s woorden en het enige wat ik kan denken is wat moet ik terug zeggen, wat moet ik in vredesnaam terugzeggen, terwijl mijn lichaam ondertussen vanbinnen smelt van zijn lieve woorden.
      ‘Ik… uh… zou dat ook wel leuk vinden,’ antwoord ik hakkelend en struikelend. Ik voel de golven van warmte van mijn wangen komen en niet alleen van mijn wangen, realiseer ik me, maar van mijn hele lichaam.
      Embry barst in lachen uit en dan realiseer ik pas hoe mijn woorden geklonken moeten hebben. Ik bijt zachtjes op mijn lip en wiebel nerveus met mijn handen.
      ‘Nee, maar ik meen het Embry. Ik vind jou ook geweldig en heel lief en leuk,’ glimlach ik.
      Embry begint te stralen en wiebelt met zijn wenkbrauwen. ‘En knap?’
      ‘Goddelijk,’ beaam ik met een speelse grijns.
      ‘Goed,’ antwoordt Embry. Dan buigt hij zich voorover, terwijl ik onbewust op mijn tenen ga staan en raken onze lippen elkaar. En het is een Disney-kus. Eentje waarbij de vonken ervan af spatten, knikkende knieën ontstaan en vuurwerk van alle kanten explodeert in duizenden vormen en kleuren.
      Dan realiseer ik me misschien wel het allerbelangrijkste, namelijk dat ik me zo iedere dag wil voelen. Met Embry, mijn vrienden en familie. Compleet.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen