Het begin. Dit is gewoon een ingeving.

Ik ben Benjamin. Een dood normale jongen die op weg was naar gewone vrienden. Op mijn mountainbike reed ik op het oude fietspad terwijl de huizen en de geparkeerde auto’s langs mij voorbij flitsen. Ik reed langs de bakker en kocht snel een paar boterkoeken voor mijn vrienden. Ik was bijna bij het park toen er een auto vlak langs mijn linkerflank scheerde, mijn pet van New York vloog weg en mijn fiets en ik vielen op de grond. De boterkoeken vlogen met een grote boog in de lucht. Het waren niet van de goedkoopste dus sprong ik recht en pakte een boterkoek uit de lucht nog voor dat hij de grond raakt. Ik verwachte de andere vallende boterkoeken te horen maar in plaats daarvan hoorde ik twee stemmen zeggen: ‘Hebbes’. Ik draaide me om en zag mijn vrienden glimlachend naar me kijken. Mijn twee vrienden zijn Ferrens en Thomas. Ferrens is een echte natuurliefhebber hij heeft een moestuin met allemaal verschillende soorten planten. Alles wat hij eet komt uit zijn eigen tuin. Hij heeft respect voor dieren en is daarom vegetariër. Ik heb ook veel respect voor dieren en heb al is geprobeerd om ook vegetariër te worden maar zonder weinig succes. Thomas daarentegen is een Sportfreak zijn kamer staat vol met sport toestellen. Hij ziet er ook heel gespierd uit, is goed in free runnen maar is ook heel goed in chemie en eigenlijk ook nog in alles wat hij maar kan doen ontploffen. ‘ Gewoon onbeschoft die auto, gaat het?’ zei Ferrens. ‘Hier je pet.’ zei Thomas. Ik deed mijn blonde haar naar achter en zette m’n pet achterstevoren op. ‘Het gaat wel.’ zei ik tegen Ferrens terwijl ik het stof van mijn zwarte jeans afveegde. Terwijl we naar het park gingen waren we aan het praten over onze vechtsporten. Ik doe jiu jitsu ,Ferrens karate en Thomas Judo. Thomas vertelde dat hij bijna de bruine band had. We waren aangekomen in park. We komen altijd samen in het park omdat het daar het enig rustige deel is van de stad, je kan er alles doen wat je wilt en het belangrijkste van dat alles is ook dat er geen ouders zijn. Mijn moeder had me oud brood gegeven dat ik aan de eenden moest geven dus gingen we eerst naar de vijver. Ik woon hier al sinds mijn geboorte en de eenden zijn mij al gewoon. Ik gaf ook een paar sneden aan Thomas en Ferrens. We gooiden eerst de stukken in het water en de eenden kwamen te voor schijn. Het was lente dus waren er ook weer een heleboel kleine kuikens. Uiteindelijk na al het brood in het water gegooid te hebben klommen we in onze eikenboom die helemaal aan de rand van het park stond.Ik weet niet waarom maar die boom trekt ons op de één of ander manier aan. Hoewel hij lijkt op alle bomen in het park is hij toch speciaal. In ons park heb je ook een wild deel niemand komt daar omdat je langs allemaal doornstruiken moet passeren. We aten gezellig onze boterkoeken op en spraken over school. We zitten allemaal in de zelfde klas 3 Latijn/ Psychologie. Terwijl we verder aan spreken waren ving ik geluiden van een gevecht op. ‘Jongens horen jullie dat ook?’ zei ik met een vragende toon. We zeiden eventjes niks en hoorden nu duidelijk dat er een gevecht aan de gang was. Het kwam van uit de richting van het wilde deel.Met een elegante sprong kwamen we uit de boom en liepen in de richting van het gevecht. We probeerden zo zachtjes mogelijk de struiken aan de kant te schuiven om zo iets van het gevecht te zien. Maar wat we toen zagen hadden we niet verwacht We zagen zeker twintig mannen in zwarte mantels gehuld in rijen staan vechten tegen drie meisjes waar van een buitenbewustzijn op de grond lag. We verstopten ons achter een paar struiken verderop om het gevecht te kunnen bekijken zonder op te vallen. Twee meisjes die er heel uitgeput uit zagen stonden verdedigend voor het ene meisje dat op de grond lag. Een man stapte naar voor en zei ...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen