“Cranks!” Werd er geschreeuwd. Ze keek verward om zich heen, overspoeld door het van angst.
“Cranks!”
De schoten werden afgevuurd op de zombie achtige wezens terwijl zij, samen met de andere meisjes en Aris, naar binnen gedreven werden. Haar hart ging tekeer. De zweetdruppels rolde over haar gezicht die ze met een ruw gebaar van haar voorhoofd veegde. De stemmen en schoten vaagde langzaam weg toen de deuren sloten. Het klonk als de deuren van de maze.

De harde knal die volgde kon haar op een dag fataal worden. Ze zuchtte en veegde het zweet van haar gezicht. Ze hijgde, haar kleding plakte aan haar dunne lichaam. Ze leunde haar handen tegen haar knieën en keek omzich heen. Harriet kwam aangeholt. “Jade!” Riep ze.

De mensen, ze vertrouwde ze niet. Ze keek Aris aan. Hij schudde zijn hoofd. Ze zuchtte. De mensen namen hun mee. Een man, rond de 50, keek hun aan.
“Ik ben Janson, ik help jullie naar jullie nieuwe leven.”
De zin. Alleen de zin al sloeg in als een bom. Meerdere vragen wou ze stellen maar ze kreeg de tijd niet. De groep meiden en Aris werden naar douches gebracht. Na 3 jaar voelde ze de warme stralen over haar magere ruggengraat glijden. Het opgedroogde bloed verdween met al het vuil. Daarna kwamen ze bij hun kamer. Ze zat samen met Aris, Rachel en Sonya op een kamer. Niemand had de boog, die ze in alle ellende meegesmokkeld had, gemerkt. Voordat de rest binnenkwam verstopte ze die onder haar bed.

De stilte die daarna kwam was ondragelijk. Het was net of niemand iets durfde te zeggen. “Ik weet het niet hoor..” Begon Aris toen. “.. Ik vertrouw het niet helemaal.” Aris keek de meiden aan. Sonya zuchtte. “Aris, sommige van ons hebben al heel lang niet eens een gewoon bed gehad..” Begon ze. “Sommigen heel lang..” Sonya keek Aris aan. “Ookal ben ik 3 jaar in die hel geweest.. ik ben het met Aris eens..” Zei ze zachtjes. De meiden keken haar aan. Deels verward. Aris kijkt even naar de grond en zucht dan.

Uren verstreken. Ze lag languit op het zachte matras. Het was donker maar Sonya was nergens te bekennen. Langzaam begon ze in slaap te vallen ookal werd ze na een paar minuten gillend weer wakker. Ze was bang dat ze de rest nu wakker had gemaakt. Ze sloot haar ogen en zuchtte. Het was beter dat ze maar wakker bleef.

Opeens zag ze Aris zijn haar. Het was best logisch dat ze alleen dat kon zien aangezien ze op het bovenste bed sliep. Hij klom omhoog. “Gaat het wel?” Vroeg hij. Zijn stem was zacht maar ze vertrouwd het. Ze knikt ookal meent ze het niet. Ze was niet oke. Verre weg van. Aris ging op het bed zitten. “Niet waar..” Mompelt hij. Ze kijkt hem aan. Haar ogen vullen zich met tranen die ze meteen wegveegt. Aris legt een hand op haar schouder. “We vinden wel een weg, Jade.” Zegt hij, proberend om haar gerust te stellen.

Ze schud haar hoofd rustig. “Ik weet het niet Aris.” Zegt ze zacht. Aris kijkt haar kort aan en draait zijn hoofd dan weg. Hij wil van het bed afspringen. Ze pakt zijn hand zachtjes vast. “Wil je nog even blijfen?” Vraagt ze twijfelachtig. De jongen kijkt haar aan. “Tot in inslaap-“ De jongen onderbreekt haar. “Natuurlijk..” Zegt hij zacht. Hij bloost. Dat was aan hem te zien. Ze legde haar hoofd weer op haar kussen en viel langzaam in slaap terwijl Aris bij haar bleef en zelf ook in slaap viel.

Het metaal dat over metaal kraste deed zeer aan haar oren. Verschrikt keek ze naar de grote muren van het doolhof. Ze was laat. Heel laat. Achter haar rende Claire. Ze wist zeker dat haar beste vriendin het niet zou halen. Claire was erg verzwakt. Als ze haar zou helpen zouden ze bijde sterven. Ze rende en haalde het net. De deuren waren bijna dicht. Claire probeerde zich er door de wurmen maar de deuren sloten, met haar er tussen.

Hijgende werd ze wakker. Zweet druppelde van haar voorhoofd en haar borstkast ging wild op en neer. Ze keek omzich heen. Aris was naast haar komen liggen en lag diep te slapen. Ze herinnerd het zich nog goed. Toen hij in die box omhoog kwam. Ze glimlachte. Hij was nog schattiger als hij sliep. Ze wou het niet wakker maken dus ging ze weer liggen. Ze legde haar hoofd tegen Aris zijn arm en dacht aan het moment dat hij in die box zat.

De sirenes van de box waren door heel de Laar te horen. Iedereen keek op. Ze rende naar de box en samen met Harriet haalde ze hem open. Ze klom in de box en keek naar het groentje. “Het is een jongen..” Zei ze verbaasd. Alle meisjes probeerden in de box te kijken. Het klink gesmoes.
“Is hij knap?”
“Mag ik hem zien?”
“Hij is voor mij!”
Harriet keek de rest boos aan. “Hou jullie mond.” Harriet klonk geïrriteerd. Ze keek de jongen aan. Die haar ook verward aan keek en met een angstige stem vroeg waar hij was.


Toen ze weer wakker werdt was Aris al weg. Net als iedereen die in de kamer was. Ze klom uit het bed en kleede zich om. De plek die Janson gister aangewezen had, daar zouden ze vast zijn. Ze gooide de deuren open. Een paar mensen, over het algemeen van haar groep, keken haar aan. Ze ging zitten bij een tafel en zuchtte terwijl ze daarna rustig wat eten ging halen. Haar maag knorde. Ze had zich niet beseft hoeveel honger ze nou werkelijk had. Ze pakte wat en ging weer zitten. Onder tussen keek ze omzich heen voor een uitweg. Ookal zei haar instinct haar dat het nog wel een tijdje kon gaan duren tot het zou gaan gebeuren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen