Sorry dat jullie zolang op een nieuw deelhoofdstuk hebben moeten wachten.
Dit is zo'n lastig en ongelooflijk lang hoofdstuk om te vertalen, ik word er horendol van.
Anyway, veel adrenaline en plezier gewenst! :-)

“Hermelien?” Riep een stem uit de gang. “Hermelien, waar-?”

“Ik ben hier, Draco,” Piepte ze. Haar gezicht in een frons en nog een paar tranen gleden naar beneden langs haar wangen.

“Hermelien?” Vroeg Draco terwijl hij de kamer in kwam. “Wat doe je-?”

“Merijns baard!” Hermelien hapte naar adem. “Ben je oké?”

Draco keek naar beneden naar zichzelf en besefte dat hij waarschijnlijk best eerst een properheidsspreuk had kunnen uitspreken voor hij binnenkwam, maar hij kon niet wachten om haar terug te zien. Hermelien staarde hem aan, haar hand over haar mond, terwijl de tranen bleven komen. Zijn gewaad was op verschillende plaatsen gescheurd en hij was bedekt in stof en vuil. Er waren een aantal kleine schrammen op z’n gezicht en een grote in z’n nek. Het bloed daar was plakkerig door al het stof.

“Wat is er mis?” Vroeg Draco bezorgd, die op het randje van de zetel naast haar ging zitten. “Wat doe je hier?”

“Ik vroeg het jou eerst,” Antwoordde ze. Ze haalde haar hand weg van haar mond maar leek niet te weten wat ermee te doen. Ze zag eruit alsof ze hem het liefst zou aanraken, mar in plaats daarvan deed ze het naar beneden om het gewicht van het kind in haar armen te helpen ondersteunen.


“Ik ben in orde, maar wat is er mis?”

“Niets. Het is gewoon… Aurelian z’n neusje zat verstopt en hij kon niet slapen,” Legde Hermelien uit. Draco keek neer naar het engelengezichtje van zijn vredig slapend zoontje en keek dan terug op naar z’n vrouw met een begripvolle blik. “Ik ook niet…” Gaf ze toe. “Ik was zo bezorgd. Je was zo lang weg… Vertel het me, Draco.”

“Hier,” Zei hij terwijl hij rechtstond. “Laat me hem even in z’n bedje stoppen.”

“Draco,” Smeekte ze.

“Ik ben dadelijk terug,” Stelde hij haar gerust terwijl hij het jongetje in z’n armen nam. Hermelien beet op haar lip en sloot haar ogen. Hij ging maar gewoon de gang in, maar het was zo moeilijk voor haar om hem weer te zien weggaan. Twee minuten passeerden langzaam en Hermelien probeerde zich te concentreren op haar ademhaling. De drie bezoekers keken rond, niet op hun gemak; ze hadden elk het gevoel dat ze binnendrongen in een scene waar ze niet hoorden te zijn.

Draco keerde terug en keek moedeloos naar z’n vrouw, duidelijk terughoudend om te spreken, maar uiteindelijk sprak hij toch. “Ze kwamen. Net als hoe we wisten dat ze zouden.” Sprak Draco, z’n stem monotoon. Hij staarde over haar heen, niet in staat haar in de ogen aan te kijken. Haar aankijken zou het hem te moeilijk maken om nog te kunnen spreken; het zou het te echt doen aanvoelen. “Ze gingen direct naar de bovenste verdieping – hoogste beveiliging – zoals we wisten dat ze zouden doen. We vochten met hen, maar ze waren met veel meer dan we verwacht hadden. We waren niet genoeg voorbereid. Ze bevrijdden een aantal van de dooddoeners en de rest vermoorden ze; alsook alle andere gevangen op die verdieping.

“Je vader?” Vroeg ze meelevend.

“Ja, hem vermoorden ze ook,” Zei hij emotieloos. “We waren niet voorbereid…”

“Waren… waren er-?”

“Het is niet wat we ons voorstelden. Het was niet waarop we ons voorbereid hadden,” Ging Draco verder. “Ze waren met zoveel. Ik denk wel vijftig. Misschien meer. Maar ze waren gewoon…” Hij stopte en keek haar aan met pijn in z’n ogen. “Het is weg; volledig verwoest. Ze hebben niet gewoon ingebroken; ze hebben het hele fort met de grond gelijkt gemaakt. Ze gaven niets om de andere gevangenen. Ze vernielden Azkaban en alles erin.”

“Neen,” Ademde ze. “Draco… Waren-?”

“We waren niet voorbereid,” Herhaalde hij. Zijn blik was weer ver weg. Een grote pijnigende frons verscheen op z’n gezicht, en tranen begonnen op te wellen in z’n ogen.

“Draco?” Hermelien huilde, tranen gleden eens te meer over haar wangen naar beneden. Hij wist wat haar vraag was en ging die uit de weg, en dat maakte haar bang. “Wie?”

“We waren niet voorbereid…” Herhaalde hij opnieuw.

“Draco, wie?” Eiste ze.

“We kunnen hun lichamen niet vinden in de ruïnes, maar we weten wie er vermist zijn… We weten…” Draco zuchtte. Hij moest het gewoon zeggen. “Fillister, Janssens, Chang, Hestio Jones en Percy.”

“Neen,” Snikte Hermelien. “Neen…”

Draco liep naar haar toe en zette zich naast haar neer op de bank. Ze keerde zich onmiddellijk naar hem toe en begroef haar gezicht in z’n borstkas. Hij deed z’n armen om haar heen en vond ook zo zelf een beetje troost.

“Nee…” Ademde de bezoekende Harry uit. De bezoekende Hermelien schudde haar hoofd en beet op haar onderlip. Ze herinnerde zichzelf er steeds opnieuw aan dat ze dit zouden veranderen; dat niets van alles wat ze gezien hadden zou gebeuren.

De drie bezoekers stonden stil, elk verzonken in gedachten terwijl de wereld om hen heen weer veranderde. Hermelien keek de mannen aan haar zijdes aan, klaar om te smeken om een pauze. Het was te veel, te moeilijk om te zien. Toen ze weer voor zich uit keek, zag ze dat ze nog steeds in het landhuis waren. De Hermelien uit de herinnering stond stil met haar hand rustend op de deurlijst terwijl ze een donkere kamer in staarde. De drie bezoekers deden een stap vooruit om te zien naar wat ze keek.

De bezoekende Hermelien wist precies waar ze was zodra ze de sterretjes zag flikkeren aan het plafond. Ze leunde opzij en zag een witte wieg aan de verste muur met een klein jongetje erin, vredig in slaap met zijn kleine romp in de lucht. Daarna keek ze nieuwsgierig naar het kampeerbed tegen de muur ernaast. Er was een kussen aan elk uiteinde en twee kindvormige hoopjes lagen onder een dekentje.

“Drie?” Vroeg Hermelien.

“Misschien James?” Vroeg Harry die een stap vooruit zette in de kamer.

“Maar wie is dan het andere kind?” Vroeg Draco. Harry was net van plan even te gaan kijken, toen herinnering Hemelien een stap achteruit zette. Harry kwam in absolute duisternis terecht en was zo verplicht de groep te volgen naar het einde van de gang.

Herinnering Hermelien liep stilletjes de trap af. Ze had een bedrukte sfeer om zich heen, haar schouders niet meer zo recht als ze weleer waren. De drie bezoekers voelden zich ook bedrukt. Ze vreesden waarheen deze herinnering hen zou leiden.

Het was nog geen minuut later dat ze de tekenkamer binnengingen en vol verbazing stopten. De room zat bomvol mensen, sommigen zaten neer, maar velen stonden angstig recht.

“Nieuw hoofdkwartier?” Nam Harry aan.

“Zo lijkt het wel,” Antwoordde de bezoekende Hermelien hem.

De herinnering Hermelien keek rechts van de deur en vond Ginny. De roodharige vrouw haar ogen gingen steeds weer nerveus doorheen de kamer terwijl ze tegen de rand van de deur leunde. Hermelien plaatste zachtjes een hand op Ginny’s schouder; Ginny schrok. De hele kamer keek hen aan.

“Sorry,” Verontschuldigde Hermelien zich met een nauwelijks hoorbare stem. “Ze slapen allemaal.”

Ginny knikte begrijpend. Harry plaatste z’n arm om Ginny’s schouder en Hermelien liep doorheen de kamer naar Draco, waar ze zich neerzette op de leuning van z’n fauteuil. De kamer was stil en er werd niet bewogen buiten de vrouw om die ijsbeerde voor het haardvuur.

“Rustig, Molly,” Maande Arthur z’n vrouw aan. Hij nam haar bij hem en wreef zachtjes over haar arm in de hoop haar wat tot rust te kunnen brengen, al was het maar een beetje.

“Ze hadden een uur geleden moeten terug zijn. Waar blijven ze?” De vrouw neep haar lippen samen en probeerde zich sterk te houden. Ze liet haar partner toe haar tegen hem te trekken in een kalmerende knuffel.

“Ze zullen hier dadelijk wel zijn,” Antwoordde Arthur, even hard voor zichzelf als voor haar.

Het was slechts een paar seconden later dat het vuur in de haard omhoogging en er plots een man stond. Hij viel uit het haardvuur, volledig ademloos. Toen hij de vele ogen naar hem zag staren, trok hij zichzelf recht en klopte hij wat van de as uit z’n rode haar. “Sorry dat ik laat ben”, verontschuldigde hij zich.

“Charlie…?” Molly riep simpelweg z’n naam, hopend dat hij zou antwoorden op de vraag die ze niet kon stellen.

“Mam,” Antwoordde hij dwaas terwijl hij zich omdraaide richting de vrouw die achter hem stond bij het vuur. Ze had hem verrast. De vrouw kon hem niet aankijken. Ze leek niet in staat weg te kijken van het vuur.

“Charlie, waar is Fred?” Vroeg Arthur op een ernstige toon.

Charlie’s verbaasde uitdrukking was naar z’n vader gericht. “Wat? Ik dacht dat hij hier voor me zou zijn.”

Na die woorden, liet Molly een snik ontsnappen. Charlie keek om zich heen, hopende dat iemand in de kamer Fred zou zijn, of dat op z’n minst iemand hem kon zeggen dat Fred al gearriveerd was.

“Neen. Hij is in orde,” Zei Charlie vastberaden. Hij ging wat rechter staan en keek zelfverzekerd naar z’n moeder. “Hij is in orde. Ik zag hem. We waren aan het lopen en ik was niet zeker op ik de viavia zou halen. Ik vertelde hem dat hij hem alvast moest nemen. Ik zag hem de viavia nemen, alleen,” Antwoorde hij om z’n moeders angst de kop in te drukken. “Ik verdwijnselde en moest dan m’n eigen internationale viavia maken. Dat is waarom het zo lang duurde. Ik weet niet hoe het komt dat hij zo laat is, maar ik zweer dat hij weg is geraakt, mam. Hij is oké.”

Nadat hij dat gezegd, keek hij rond in de kamer. Zeggen dat hij niet bezorgd was, zou een leugen zijn, maar hij moest vasthouden aan wat hij wist. Zijn broer was weggeraakt.”

“Charlie, waarom vertel je ons niet alvast wat je gezien en gehoord hebt terwijl we wachten op Fred,” Stelde Bill voor.

Charlie’s hart sprong even op door de verandering van onderwerp, maar het viel even snel terug naar beneden. Wat hij net had gezien was niet iets dat hij graag wou vertellen. Hij fronste; de zelfverzekerdheid die hij net had opgebouwd was alweer terug weg.

“Ze hebben de Reichstag volledig vernield. Rijkskanselier Merkel en enkele andere leden van de Bundestag zijn vermoord. Duitsland ligt overhoop – het hele land. Het is zo’n chaos,” Zei Charlie zonder emotie. Het was te moeilijk om te spreken als hij zijn emoties liet inzinken.

“Katie? Zabini?” Vroeg Leo Jordaan voorzichtig.

Charlie keek naar beneden en schudde z’n hoofd. Iedereen had dat antwoord al verwacht toen geen van beiden was teruggekeerd of had geantwoord, maar het deed nog evenveel pijn om te horen dat ze weer twee leden van hun groep waren verloren.

“Vertel ons wat je weet,” Zei Harry vastbesloten.

“Wel, zoals we wisten, werkten Katie en Blaise met het Duitse ministerie van toverkunst op vraag van Romeo Wolkenveldt. Ze meldden het ministerie dat er een mogelijke aanval op de dreuzeloverheid zou komen. Het ministerie luisterde en nam voorzorgsmaatregelen. Maar het was niet genoeg. Henrik Scholz, hun minister van toverkunst nam contact op met dreuzelrijkskanslier Merkel en ze ging akkoord dat de magische wetseenheid haar en het parlement zou helpen beschermen. De dooddoeners vielen alleen veel sneller aan dan verwacht… en het waren er te veel,” Hij keek recht naar Harry. “Er waren er veel te veel. We probeerden met de ministerie verantwoordelijken te praten maar die hadden het te druk. Het is waanzin. Gelukkig konden we het contact dat Katie ons had bezorgd wel bereiken. En zo konden we ze vinden, de dooddoeners. Te veel, Harry. Ze zijn nu met meer dan tweehonderd en ze rekruteren nog steeds overal nieuwelingen.

“Verdomme!” Vloekte de herinnering Draco en hij duwde zich op uit z’n zetel. “Dat is de zevende verdomde wereldleider die ze vermoord hebben in de laatste twee jaar! Ze scheuren de hele wereld in stukken. En Duitsland. Duitsland is gigantisch. Als dit ook maar iets op Spanje lijkt…” Draco keek iedereen in de kamer aan een stopte bij Harry. “Meer dan tweehonderd van hen. En dat is enkel wat we gezien hebben. Wie weet met hoeveel ze zijn dat we nog niet gezien hebben? Wat moeten we in hemelsnaam doen?” Vroeg hij ernstig.

Bezoekende Harry voelde zich even ongemakkelijk als hoe zijn herinneringszelf eruitzag, als het zelfs niet erger was, door al de druk op hem die hij ervaarde. Er was vaak naar hem opgekeken als een leider, maar hij had zich nooit als een leiderstype gevoeld. Hij vond het idee dat zoveel mensen afhankelijk waren van zijn beslissingen maar akelig. Het deed hem zelfs meer pijn om te weten dat hij er geweldig in leek te falen. Of zo zag het er toch uit voor de bezoekende Harry.

Het haardvuur laaide plots op en onderbrak iedereens gedachten. Een erg vermoeide, maar gelukkige Fred Wemel stapte uit de haard.

“Me gemist?” Vroeg hij Charlie met een grijns.

“Waar ben je in godsnaam geweest?” Vroeg Charlie woedend, onmiddellijk de glimlach van Freds gezicht vegend. “Jouw viavia vertrok al meer dan een uur geleden!”

Een luide snik trok Freds aandacht naar de vrouw in z’n vaders armen. Arthur keek hem kwaad aan. Dit was duidelijk niet de welkom die hij verwacht had.

“Ja, die vertrok een uur geleden, maar ik heb hem niet genomen,” Zei Fred met een korte blik over z’n schouder naar z’n moeder.

“Waar heb je het over? Ik zag je vertrekken!” Riep Charlie.

“Dat is wat iedereen dacht dat ze zagen,” Antwoordde Fred. Een kleine glimlach trok z’n mondhoek naar boven ook al probeerde hij hard die te onderdrukken. “Het spijt me dat ik iedereen zoveel zorgen heb doen maken. Echt!” Fred wierp opnieuw een blik naar z’n ouders terwijl hij dat zei. “Ik zag gewoon een kans die ik niet kon laten liggen.”

“Dit kan maar beter iets goeds zijn, Fred, want je hebt geen idee hoeveel zin ik heb om je hier en nu te vervloeken,” Zei Charlie serieus. Z’n vingers uitrekkend vlakbij z’n toverstokhouder.

Na die woorden kon Fred z’n lach niet langer verbergen.

“Wat is er gebeurd?” Vroeg Marcel Lubbermans. Fred was niet zeker of Marcel goed en wel besefte hoe hij net Fred een vervloeking had bespaart, maar hij was nog steeds erg dankbaar. “Als jij die viavia niet genomen hebt, wie dan wel?”

“Wie inderdaad?” Zei Fred. Hij had er altijd al van gehouden om verhalen te vertellen, in het bijzonder die van z’n fratsen. “Wel, Charlie en ik hadden gehoord waar de dooddoeners heen gingen na de aanval op… heeft Charlie je verteld wat er met het Duitse parle-“

“Ja, Fred,” Gromde Charlie. “Ga verder.”

“Juist,” Ging die onverstoord verder. “Wel, we kleedden ons om in dooddoenerkleren en gingen erheen. Momenteel zijn ze erg oplettend. Ze hebben een manier gevonden om indringers in hun midden te vinden. Dus Charlie en ik werden weggeleid door een aantal gespierde mannen, toverstokken recht op ons gericht. Met een beetje toverstokloze magie wisten we ze af te leiden en toen renden we voor ons leven. We raakten elkaar kwijt terwijl we door het bos liepen naar de viavia. Ik hoorde Charlie naar me roepen dat ik ‘m al moest nemen. Wel, ik viel en toen ik de dooddoener die me op de hielen zat had kunnen ontwapenen, slipte z’n masker weg en raad eens wie het was.”

“Geen geraad, Fred,” Tikte Bil hem op de vingers. “Zeg het gewoon.”

Fred trok z’n neus op uit amusement en ging verder. “Rabastan Van Detta. Geen onzin. Lieve oude Bellatrut’s eigen schoonbroer. Het was, hoe ik al zei, een kans die ik niet kon laten liggen. Ik gebruikte de Imperius vloek op de klootzak, nam z’n masker en liep hem achterna!” Toen lachte Fred even en een aantal anderen in de kamer konden het niet laten om te glimlachen, sommigen gniffelden zelfs. “Goed wetend waarheen de viavia zou gaan, zorgde ik ervoor dat hij die nam.”

“Je stuurde hem naar het schouwerskantoor?” Vroeg Hermelien volledig verwonderd.

“Snel gedacht, hé!” Zei Fred, onder de indruk van zichzelf. “Ik ben er zeker van dat de schouwers even verbaasd waren als hijzelf. Maar ik veronderstel dat ze het wel aankonden. Hij was verward, in de minderheid en zonder toverstok. Ik denk dat we nu wel kunnen aannemen dat hij ondertussen al vastzit.”

“Wow, Fred…” Zei Ron, erg onder de indruk.

“Zwijg nog even, Ronnie.” Glimlachte Fred. “Ik hoor je felicitaties wel eens ik uitgesproken ben.”

“Er is meer,” Stelde Leo zelfverzekerd vast. Hij zag er vrij enthousiast uit om meer van Freds verhaal te horen.

“Dus ik nam z’n masker, zoals ik al zei. Doordat hij een van de originele dooddoeners is, was z’n masker nogal uniek. Niemand stelde me in twijfel toen ze me achter een man aan richting een viavia zagen lopen, dus ging ik terug met de anderen. De meesten van de massa waren al vertrokken en het was tijd voor de binnenkring om het een en ander te bespreken.” Sommigen keken enthousiast dor dat nieuws, terwijl anderen dan weer ongemakkelijk of zelfs kwaad keken. “Het lijkt erop dat we het bij het juiste eind hadden. Bellatrix is niet echt iemand die tijd of zin heeft om naar details te kijken van wereldplanning. Daar heeft ze anderen voor, voor het plotten. Zij neemt enkel het voortouw bij de aanvallen eens ze gepland zijn. Haar aantallen blijven groeien en de verschillende mensen in haar binnenkring zijn als generaals. Ik hoorde hen praten over een plan voor Italië. Dingen zijn nog in de eerste fase, denk ik. Maar een man, ik weet niet wie, bracht iemand naar voren van ergens in het Midden-Oosten. Ze vroegen hem of hij daar aanvallen kon plannen. Ze vermelden een of andere heilige stad.

“Merlijns baard!” Hapte Hermelien naar adem.

“Geen zorgen, ‘Melien.” Glimlachte hij. “Die vent gaat niet veel hulp meer zijn voor hen, daarvan kan ik je verzekeren.” Fred keek naar beneden en wreef over een vlek op z’n vinger en keek toen weer op naar alle gezichten die afwachtend naar hem staarden. “Ik bedoel maar, er is niet veel dat hij voor hen kan doen, vanaf m’n appartement, juist?”

“Wat?” Brulde Molly.

“Toen hij vertrok, volgde ik hem. Gemakkelijk doelwit, sinds hij niets verwachtte. Ik maakte een internationale viavia die recht naar m’n appartement ging. Hij is daar nu, wachten op goede oude Potter en z’n bende vrolijke vrienden om hem binnen te brengen voor ondervraging.”

“Fred… Ik weet niet op ik je nu in een grote slak moet veranderen of je een knuffel moet geven,” Zei Charlie serieus. Hij zag er nog steeds tamelijk kwaad uit op z’n kleine broer.

“Hoe als we elkaar gewoon een klop op de rug geven?” Glimlachte Fred.

Charlie sloeg hem hard op de rug. “Je bent een onverdraaglijke idioot, wist je dat?” Antwoordde hij trots.

“Dat weet ik,” Zei Fred met een kleine grijns, maar toen werden z’n ogen en stem even serieus. “Het spijt met echt heel erg dat ik jullie zulke zorgen heb doen maken.”

“Dat weet ik. En als je ooit nog eens zoiets probeert, vloek ik je kapot,” dreigde Charlie. Fred knikte.

“Hmm… Fred is nog gekker dan ik dacht. “Bezoekende Harry had een kleine glimlach om z’n mond terwijl hij dat zei. Hij was echt verwonderd over Freds moed en snelle denken, maar er was nog steeds een erg zwaar gevoel in z’n buik.

“Niet gekker dan wat Hermelien gedaan had toen ze terug ging naar die dooddoener bijeenkomst, vind ik,” Zei bezoekende Draco vlakaf. “Hij is een idioot.”

Bezoekende Hermelien keek naar Draco met haar wenkbrauwen bedachtzaam opgetrokken. Ze was niet zeker of dat bedoeld was als lof of een belediging van hem, maar dat is niet wat voor haar naar voren sprong. Hij had over haar gepraat, niet met maar over haar, als Hermelien; het was de eerste keer dat ze zich ooit herinnerde dat ze hem haar naam had horen uitspreken. Haar aandacht ging echter snel terug naar de herinnering en veel belangrijkere en dringendere zaken vielen haar gedachten aan. “Zeven wereldleiders vermoord op twee jaar tijd…”

De herinnering begon weer om hen heen te draaien en nog voor de volgende er volledig was, hoorden ze een stem rondom hen, “Zweinstein wordt aangevallen!”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen