Foto bij Chapter fourty-eight

Het voelt net alsof ik weer recht in de koplampen van de vrachtwagen kijk die mij een tijd geleden bijna geschept heeft. Ik wist te ontkomen, maar dat zal dit keer niet het geval zijn. De bal is zo duidelijk zichtbaar en komt voor mijn gevoel niet eens zo heel snel op mij af. Als ik de kracht en snelheid nu had gehad, dan had ik hem zo makkelijk kunnen stoppen, maar dat heb ik niet. Zodra de bal in aanraking komt met mijn lichaam, word ik naar achter geblazen en klap ik hard tegen de muur aan. De bal rolt langzaam terug de zaal in en ik laat mijn blik het voorwerp volgen. Mijn blik dwaalt af naar de jongen die nog in de zaal staat. Ik kan zijn handen zien trillen en zodra onze blikken kruisen, staat het verdriet in zijn ogen. Met grote ogen kijkt de jongen op me neer. ‘Milou,’ brengt hij met een trillende stem uit. ‘Ga niet weg,’ spreekt hij daarna met een gebroken stem uit. Met de nodige moeite, duw ik mezelf met behulp van de muur, overeind. De pijn duw ik van me af en zonder krukken, baan ik me een weg naar de jongen toe. Zijn ogen worden groter als hij me naar zich toe ziet komen. Er dwaalt een eenzame traan over zijn wang naar beneden. Alsof hij in een soort trans is, lijkt het alsof hij dwars door me heen kan kijken en zich niet bewust is van wat er gebeurd is.
De afstand tussen mij en Atsuya is niet groot voor iemand die normaal gesproken normaal zou kunnen lopen, maar met de huidige blessure, voelt het als een regelrechte hel. Ik verbijt de pijn door het op mijn lip af te bijten en op de jongen af te stappen. ‘Atsuya!’ roep ik luid als ik mijn laatste stappen zet en de jongen daarna omhels. Ik voel zijn lichaam kort schokken, voordat hij zijn armen stevig om mij heen sluit. De jongen zakt neer op de grond en omhelst me stevig. Zijn gezicht verbergt hij in mijn nek en de koude druppels die zich daar laten vallen, maakt duidelijk dat hij huilt. Ik streel zachtjes door zijn haren heen en sus hem zachtjes toe. ‘Alles komt goed.’

Ik ga een onrustige nacht tegemoet. Iedereen ligt allang te slapen, maar de druk op mijn lichaam, maakt het moeilijk voor mij om in slaap te komen. Met een zucht duw ik mezelf overeind en verwissel mijn slaapkleding, voor mijn tenue. Heel stilletjes, stap ik met mijn krukken de bus uit en sluit de deur achter me. Omdat het een lange en vermoeiende dag is geweest, duurde het niet lang voordat iedereen sliep, inclusief mijn waakhonden. Kai was overigens de eerste die vertrokken was. De rest volgde al snel.
Met de attractie in mijn vizier, stap ik er rechtstreeks op af en stap naar binnen. Ik druk op verscheidene plekken van de leuning, totdat ik de juiste plek heb gevonden en het plateau zich naar beneden verplaatst. Zodra het in de zaal tot stilstand komt, stap ik er vanaf. Er hangt een bekend aura in de zaal, waardoor ik meer op mijn hoede ben, dan voordat ik naar binnen stapte. Op een rustig tempo stap ik rond. Mijn adem houd ik in en elke stap zet ik bedachtzaam neer zodat deze zo min mogelijk te horen is. Het is stil. Heel erg stil. Het zorgt er absoluut niet voor dat ik me er rustiger door ga voelen, vooral omdat ik daadwerkelijk aan kan voelen dat er iemand aanwezig is. Wanneer de energie langzaam weg begint te ebben, begin ik mij meer te ontspannen. De druk verdwijnt langzamerhand ook en zodra het compleet verdwenen is, haal ik weer rustig adem. Ik slaak een diepe zucht en kijk om mij heen. Ik doorzoek de ruimtes en ga op mijn gevoel af. De richting waar de meeste druk op mijn lichaam kwam, ga ik op, totdat ik bij de loopbanden kom. Op een van de machines ligt een doosje en een briefje. Op een moeizame en klunzige manier laat ik mezelf zakken en pak het doosje van de loopband af. Mijn blik dwaalt over de tekst op het briefje heen en stopt bij de afzender. ‘Hiroto.’ Dan pas neem ik de tekst in mij op. Na afloop open ik het doosje en til een armband op uit het doosje. Ik draai het onderzoekend om zijn as en bekijk ieder stukje ervan. Het voelt warm aan. Een sterke en bekende energie circuleert om het kleine voorwerp heen. Opnieuw werp ik een blik op het briefje, neem de tekst nog eens in mij op en laat mijn blik weer op de armband rusten. ‘Kan ik hem vertrouwen?’ spookt er als enige door mijn hoofd heen. Ik bal gefrustreerd mijn handen tot vuisten en werp een blik op mijn benen. De broekspijpen trek ik omhoog en bekijk de plekken die zich gevormd hebben. Het is nog steeds gezwollen en het litteken van mijn brand ongeluk is nog altijd zichtbaar. Een blik op mijn arm vertelt me dat ook dat litteken mooi zichtbaar is gebleven. Misschien dat het ooit weggaat, maar het zijn voor mij nu alleen maar tekenen van zwakte geweest. Zwakte dat ik niet meer wil hebben. Uit frustratie werp ik mijn krukken aan de kant en kijk naar de loopband waar ik op zit. De armband pak ik van mijn schoot, maar stop vlak voor het moment dat ik het om mijn pols zou hebben geschoven. Heel even twijfel ik, maar tegelijk zal het heel veel dingen op kunnen lossen. Er zijn nog vier dagen voor onze wedstrijd tegen Epsilon. Vier dagen om te kunnen genezen. Hiroto zou van Desarm vernemen wat mijn status is. Dat ik nu deze armband heb, is dus absoluut geen toeval. Ze hebben overal van te voren over nagedacht. Ze zijn iets van plan.

Ik knars zacht mijn tanden, knijp mijn ogen dicht van frustratie en schuif de armband om mijn pols. De aangename warmte die ik voelde toen ik de armband al vast had, stroomt door mijn lichaam. Mijn gehele lichaam wordt voorzien van nieuwe energie en ik kan de kracht in mijn benen terug voelen komen. Het duurt zeker een half uur voordat ik me neergelegd heb bij de keuze die ik zojuist gemaakt hebt. Het is een enorm risico, maar die zullen op dit moment toch echt genomen moeten worden. Zonder risico is het leven ook niet leuk. Met een brede grijns dat zich op mijn gezicht gevormd heeft, duw ik mezelf overeind van de loopband. Ik zet een aantal stappen en kan voelen dat mijn spieren wel even moeite hebben met de plotse druk. Dat zal ik morgenochtend zeker gaan voelen, maar dat ik niet iets om me nu zorgen om te maken. Zonder twijfel, stap ik op de loopband en start ik de machine op. Terwijl de loopband op een rustig tempo begint te draaien, bouw ik het tempo langzaam op. Een kalme instap, naar een lichte snelwandelen, totdat mijn benen genoeg gewend zijn om zachtjes te kunnen joggen. Iedere stap geeft me meer energie. Wat Aliea Academy ook met me van plan is, ze zullen hun zin niet krijgen. Alles wat ze me aanbieden, zal ik tegen hun gaan gebruiken. Kosten wat het kost. Ik zal beschermen wat mij altijd beschermd heeft. Ongeacht wat ik daarvoor op moet offeren.

Reacties (1)

  • Luckey

    Hahahaha
    Ik ben benieuwd hoe dit gaat aflopen
    Iets zegt me dat er een addertje onder het gras zit

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen