Foto bij H.79.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Er komt een vrouw van rond de dertig naar ons toelopen en onbewust schuif ik wat dichter tegen Evan aan, die zich sterker voordoet dan dat hij is.
Ze heeft honingblond haar dat in een formeel knotje achter haar hoofd is vastgemaakt en bijna beangstigend lichtblauwe ogen.
Evan staat op en pakt mijn hand vast zodat ik dat ook doe en de vrouw glimlacht flauwtjes, stelt zich voor als Chloë.
Ik knik voorzichtig en ook wij stellen ons beide voor, al vermoed ik dat ze dat al weet en is het meer een beleefdheid.
'Als jullie met mij mee zouden willen komen, dan kijken we even of alles naar wens is. En ik had begrepen dat ik het daarna met Evan zou regelen?' vraagt ze en ik blijf heel lang haken bij het gebruik van de voornaam.
We zijn kinderen: te jong voor achternamen.
Kort kijk ik Evan aan.
Ik wist niet dat hij het voor me zou regelen. En om eerlijk te zijn ben ik daar maar al te blij mee.
Ik vang zijn blik en ik zeg geluidloos "dankje", waarna hij naar de vrouw knikt ter bevestiging.
We lopen achter haar aan en we lopen een ruimte binnen.
Het is een grote zaal, met in het midden achterin een open kist, waar Ammay zometeen waarschijnlijk in gelegd zal worden.
De gedachte voelt te vreemd om uit te spreken.
Nietsvermoedend loop ik achter Chloë aan, om volledig overvallen te worden door wat ik zie.
Ze ligt al in de kist.
Gewoon vlak voor me.
Haar levenloze lichaam.
En daar was ik niet klaar voor.

Direct verstijf ik en ik voel hoe Evan, die al redelijk vlak bij mij in de buurt stond, komt nog dichter tegen mij aan staan.
Ik zet een halve stap achteruit, voel hoe mijn hand mijn mond bedekt, misschien om een schreeuw binnen te houden, misschien omdat ik gewoon niet weet wat ik anders zou moeten doen.
Ze ie zo bleek, zo onbeweeglijk.
Ik had mij voorbereid op een Ammay die eruit zag alsof ze elk moment op zou kunnen staan, maar niet op dit, wat hier zo onbeweeglijk ligt.
'Het spijt me', zegt Chloë dan, die het gezien heeft,' Ik had moeten waarschuwen.'
Het duurt heel lang voordat ik haar aan durf te kijken, nog langer voordat ik antwoord.
'Het is niet erg', ik bijt mijn tanden op elkaar, hoop dat iedereen net als ik de tranen in mijn ogen kan negeren,' Het maakt niet uit.'
En toch voel ik dat ik mezelf automatisch zachtjes heen en weer wieg, de bewegingen zijn zo onopvallend dat hij bijna niet opgemerkt kan worden.
De vrouw slikt even, twijfelt of ze zich opnieuw moet verontschuldigen voor haar actie, maar besluit het uiteindelijk niet te doen.
'Wilt u misschien dat ik de rest al met Evan regel?' vraagt ze.
Ik twijfel even, weet niet precies hoe ik antwoorden, wat er van me word verwacht, wat ik zelf precies wil.
Evan vangt mijn blik en haakt die in de zijne, kijkt me bijna met zoveel medelijden aan dat ik er misselijk van word, ook al is het misschien niet helemaal misplaatst.
'Misschien is dat het beste. Ik haal je dan wel als het... als het zover is.' stelt hij voor.
Ik slik.
'Oké.' antwoord ik.
'Oké.' herhaalt hij.

Heel lang zit ik in de hobby.
Er staan al een aantal mensen bij de deur, wat pers.
Het voelt nog steeds vreemd dat het een open ceremonie gaat worden, zelfs als het helpt om mijn moeder te vangen, om de moordenaar te vangen.
Ik blijf op het bankje zitten, heen en weer wiegend, hopend niet op te vallen.
Elk moment is overgenomen door het gevoel dat er van de een op andere seconde iets binnenin mij kan knappen, dat ik zomaar in kan storten.
Na een tijdje, ik weet niet precies hoe lang, komt Evan weer naar en toelopen.
Automatisch sta ik op en hij pakt mijn handen vast, haakt zijn blik in de mijne.
‘Zometeen gaan de deuren open voor.... bezoekers. Dan begint het. Oké?’ zegt hij en ik knik langzaam.
‘Gaat het?’ vraag ik dan.
Hij haalt zijn schouders op.
‘Ik zou dat eigenlijk aan jou moeten vragen in plaats van andersom.’ ontwijkt hij de vraag.
‘Je weet dat dat niet is hoe ik denk’, zeg ik,’ En je probeert het onderwerp te veranderen.’
Hij zucht en stoot een half, droevig lachje uit.
‘Het gaat wel.’
Hij loopt verder naar mij toe en legt losjes zijn handen om mijn middel.
Ik slik en kijk afwezig over zijn schouder heen.
‘Gaat het met jou?’ vraagt hij en ik voel zijn adem de kleine haren rond mijn oorschelp wat naar achteren blazen.
Ik slik en haal even trillend adem.
‘Ik red me wel.’
Ervan overtuigd dat ik lieg, vouwt hij zijn armen om mij heen en ik laat hem me tegen zich aantrekken.
Ik weet niet precies waarom ik niet huil.
Ik wil eerder schreeuwen, om de een of andere rede.
Maar ik doe geen van beide.
‘We moeten beginnen.’ zegt hij dan in mijn haar en geeft me nog heel zacht een kus op mijn slaap voordat hij me loslaat.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen