Foto bij 1 // Broken Glass - °6

Diana had zich afgesloten van de buitenwereld. De speech van Perkamentus ging volledig aan haar voorbij, inclusief een groot deel van de maaltijd. Diana had er achteraf wel een beetje van gebaald: zowel van het missen van de belangrijke infobron als van het lekkere eten. Toch was het noodzakelijk geweest, wist ze nu. Zonder die minuten had ze vermoedelijk nog een aanval gehad of met haar geluk waarschijnlijk nog iets veel ergers.
Ondanks alles voelde het goed om terug te zijn. De gangen waar ze al jarenlang door liep, de klaslokalen waar ze veel geleerd had en de vele geheimen die Zweinstein herbergde, maakte dat ze zich hier meer thuis voelde dan waar ook ter wereld.
De Zwadderaars daalden als een groep tezamen af naar de kerkers en bleven op een hoopje voor de stenen muur staan. Er viel een stilte: niemand vroeg wat het wachtwoord was. Je kan het belachelijk noemen, maar trots kenmerkt een echte Zwadderaar nu eenmaal. Diana's mondhoeken vertrokken even in wat een glimlach had kunnen zijn.
"Dovenetel," sprak ze plechtig, alsof het iets impressionant was.
De stenen weken uit en vormden een doorgang slechts breed en lang genoeg voor één persoon. Diana betrad de leerlingenkamer van Zwadderich als eerste.
De rest wachtte schijnbaar geduldig, maar een paar eerstejaars wurmden zich langs haar, nieuwsgierig als ze waren. De spanning steeg en iedereen leek zijn adem in te houden, wachtend op haar reactie. In tegenstelling tot wat de rest blijkbaar dacht, had hen straffen Diana's gedachten niet eens gekruist. Hoe kon ze deze onschuldige, reine eerstejaars al op hun eerste avond schrik aanjagen? Nee, het was niet profijtig en noch correct (niet dat ze zich daar ooit veel van had aangetrokken, maar goed). Ze zouden het snel genoeg leren.
Ze liep verder tot aan een van de twee rijkversierde deuren aan weerszijden van wat de hoofdkamer werd genoemd. Met een tikje van haar toverstaf zwaaide de deur open en gaf het toegang tot een smalle gang waar op het einde nog net de leuning van een zwarte, smeedijzeren trap te zien was. Enkel het bovenste gedeelte van de trap was zichtbaar vanaf de plek waar Diana stond, maar ze moest niet naar voren leunen om te weten wat ze zou zien: een trap die zo ver naar beneden reikte dat het leek alsof het in de duisternis oploste.
Haar voetstappen weergalmden toen ze de wenteltrap afliep. Ze passeerde een deur aan haar linkerzijde, maar negeerde die. Ook de tweede deur, en de vier die daarop volgden, keurde ze geen blik waardig. Ze stopte echter wel bij de laatste deur, die een gegraveerd bordje met zevendejaars droeg.

Diana opende wederom de deur met een tikje van haar toverstaf en liep door naar de verste uithoek van de grote slaapzaal. Wat Dreuzels een slaapzaal noemen, is nauwelijks te vergelijken met deze pracht en praal. De slaapzaal bevatte ooit elf bedden, maar nu nog slechts vier. De muren waren behangen met de gebruikelijke kleuren en het hele plafond bestond uit geschilderde taferelen. Het geheel kon niet anders dan imposant overkomen en zelfs Diana, die dingen had gezien waar de meesten onder hen enkel van konden dromen, was er na al die jaren nog steeds van onder de indruk. De hemelbedden waren groot genoeg voor twee en hadden een donkergroene beddensprei met de eigenaars naam er in het zilver op geborduurd.
Diana ging op haar bed liggen en staarde naar het plafond, waar zich zo te zien een duel tussen twee heksen op afspeelde. Met het gevoel alsof ze wel een heel etmaal zou kunnen slapen, sloot Diana haar ogen. Beelden zweefden voor haar geestesoog, maar haar lichaam won de strijd. Nu even niet, leek het te zeggen.
Terwijl een laatste, overheersend gevoel van zwakte door haar heen ging, glipte Diana weg in de veilige wereld van haar dromen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen