Foto bij 018. - Lucien

Ik heb tot na middernacht zitten kaarten met Winoc. Met Emma hier was mijn slaap kalm en zelfs droomloos, maar zodra het duister valt verandert dat. Maar ook Winoc moet slapen en dus spendeer ik een paar uur per nacht in mijn boeken met een goed glas wijn. Tegen het ochtendgloren ben ik meestal zo uitgeput dat ik alsnog in slaap val, om in de vroege ochtend wakker te worden geschud door nachtmerries.
Vandaag zijn de nachtmerries uitdrukkelijk vervelend - Emma komt mijn kamer in, met ontbijt nota bene. Ik verwacht ieder moment dat Aleran binnen komt, haar in zijn armen neemt, haar kust en alles wat een echtgenoot doet. Die nachtmerrie is vaker voorbij gekomen de laatste tijd. Maar Aleran laat op zich wachten. Een nieuwe versie van deze droom, dan? Emma loopt richting het raam om de gordijnen open te doen en ineens weet ik niet zeker meer of ik wel echt slaap. Misschien heeft mijn onderbewuste zichzelf zo getraind om voor het ergste deel van een nachtmerrie wakker te worden.
Met deze gedachte rol ik op mijn zei en probeer de kaars naast mijn bed te ontsteken. Na wat gemorrel lukt het me. Het licht is zo fel dat het me ervan overtuigt dat ik wakker ben. Terwijl ik de vreemde droom nog uit mijn ogen aan het wrijven ben, realiseer ik me dat Emma nog steeds bij mijn raam staat. Ik ben in één klap wakker. "Emma?"
Ze glimlacht, en opnieuw ben ik in de war of ik aan het dromen ben of niet, zo mooi is ze. "Het is bijna tijd voor zonsopgang, Lucien.. En ontbijt."
"Je bent in mijn kamer." zeg ik, nog steeds niet helemaal zeker over de situatie. "Alweer."
"Alweer." beaamd ze lachend, en ze trekt de rest van de gordijnen open. Een rode gloed ligt al op de loer aan de horizon. Ik ben wakker, besluit ik, en Emma voelt zich in de afwezigheid van mijn broer al even roekeloos als ik doe. Ik ga overeind zitten en Emma brengt het dienblad met ontbijt naar ons toe. Ze gaat zitten waar ze gister ook zat.
Ik heb een ongegronde drang om haar goedemorgen te kussen. Maar er is een simpele gedachte die me er van weerhoudt: als Aleran hiervan wist, zou hij ons allebei laten ophangen.
We delen het ontbijt in ontspannen stilte, terwijl we kijken hoe een rode bal steeds verder de lucht inkruipt en de hemel verlicht.
"Ik heb mijn politieke lessen vandaag." zeg ik zachtjes als Emma de laatste slokken van haar koffie neemt (aan haar gezicht te zien, is ze niet de grootste van). Ze knikt bedenkelijk, alsof ze niet weet wat ik daarmee wil zeggen. Een halve glimlach trekt mijn mondhoek omhoog.
"Aleran zou je nooit in de bibliotheek laten... Maar als Winoc je begeleid, geeft niemand je een tweede blik. Straks zit je toevallig op hetzelfde moment in de bibliotheek als ik..."
Haar gezicht licht op. Ze kijkt me aan met sprankelende ogen en mijn maag doet een salto. Mijn god, Lucien, doe even normaal. "Maar je docent..."
Ik schud mijn hoofd. "Weet van niks. Heeft geen idee van het feit dat jij me niet mag zien, en zolang je ons niet stoort, is er niks aan de hand."
Ze knikt en bijt op haar lip. We zullen geen gesprek kunnen voeren, maar elkaars aanwezigheid is al meer dan we in lange tijd hebben gehad. Ze denkt hetzelfde als ik: pakken wat we pakken kunnen.
Na een poosje gesprekken te hebben gehad over niks, klopt Winoc aan om te waarschuwen dat Emma's afwezigheid in haar vertrekken zo opgemerkt gaat worden door haar kamermeisjes. Ze wikkelt zich weer in haar cape, en draait zich in de deuropening naar me toe.
"Morgen buiten?"
Ik grijns, en knik.

"De burgers klagen over te hogen belastingen, maar ze zijn nodig in verband met de oorlog. Wat vertelt u ze?" Ik hoor mijn docent amper; Emma zit in het raamkozijn te 'lezen' - er ligt een boek op haar schoot, maar ze kijkt meer naar mij dan naar de letters. Ze weet precies wat ze aan het doen is, de grijns op haar gezicht verraad haar. Ik staar koppig terug, in de hoop haar te overtuigen dat ze me niet klein krijgt.
"Meester Lucien!" zegt mijn docent ongeduldig en met een ruk is mijn aandacht weer terug bij hem. Op de achtergrond hoor ik Emma zachtjes lachen.
"Ehm." Ik schraap mijn keel en doe alsof ik heel hard nadenk. Mijn ogen dwalen ondertussen weer af naar Emma. "Ik, eh, zou aanbieden dat de gezinnen van mannen die zich vrijwillig aanbieden voor het leger minder belasting zouden betalen."
"In loondienst?"
"Vrijwillig." herhaal ik. "Maar met een beloofde bonus mochten ze de oorlog niet overleven."
Mijn docent lijkt niet overtuigd, maar knikt en schrijft wat op. Het zal hem niet ontgaan zijn dat het niet echt mijn beste les is, maar hij lijkt opgelucht te zijn dat Aleran er niet is. Een geliefd man wordt koning, denk ik bitter.
"Dat is alles voor vandaag, hoogheid. Ik hoop dat uw concentratie de volgende keer beter is."
Ik zou hem kunnen berispen over dat hij een prins zo aanspreekt... maar hij heeft gelijk. Zodra hij de ruimte heeft verlaten, laat Emma zich uit de vensterbank glijden en komt naar me toe. "Je was verschrikkelijk."
Ik trek een pruillip. "Normaal doe ik het hier prima, maar dan zit er niemand in het raamkozijn om me af te leiden."
"Ik was je niet aan het afleiden!" protesteert ze, maar als ik een wenkbrauw naar haar optrek schiet ze in de lach. "Het is maar goed dat jij geen koning wordt, als je zo snel van je taken wordt afgebracht."
"Hé, je hebt hier wel tegen je prins! Als je niet oppast, laat ik je arresteren."
Een uitdagende blik vult haar ogen. "Je zou niet durven."
Ik grijns scheef en ondeugend en doe een stap dichterbij - ik sta nu nog maar een paar centimeter van haar af en kijk op haar neer. Op haar beurt kijkt ze door haar wimpers naar mij omhoog - bruine ogen die je ziel uit je lichaam kunnen staren. De uitdaging is ietwat uit ze verdwenen en heeft plaats gemaakt voor iets dat ik niet kan benoemen. Ze ruikt nog steeds naar lelies en kamille, en ik vermoed dat het is omdat haar kamermeisjes haar hebben gewassen. Mijn hartslag schiet er door omhoog; ik voel hem in mijn keel. "Weet je zeker dat je mij wil uitdagen, Emma?" vraag ik zachtjes.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen