Foto bij 020. - Lucien

Nu de zomer in aantocht is, ben ik vaker in het bos te vinden. Soms te paard, soms te voet. Steeds vaker worden het plezierritjes in plaats van jacht. Het voorjaar maakt dat alles bloeit en ademt en dit jaar lijkt het allemaal nog mooier dan normaal.
Ik weet precies waarom dat is. Eén keer eerder zag het bos er zo uit. Ik was veertien en smoorverliefd op een prinses uit Turkije die met haar vader op staatsbezoek was. Ze was éénentwintig en heeft nooit meer aandacht aan me besteed dan dat ze verplicht was, maar de zijlingse blikken van afkeur en jaloezie waren voldoende voor mijn hormonale brein. Toen was het niet zo'n probleem. Het was allemaal leuk en geweldig en alles leek mooier dan het was, tot de prinses het paleis weer verliet en ik wakker werd geschud door haar afwezigheid. Nu, zes jaar later, zou ik je haar naam niet eens meer kunnen vertellen.
Maar nu... Nu gaat degene op wie ik verliefd ben niet meer weg uit het paleis. Sterker nog, het is de bedoeling dat ze trouwt met mijn broer en koningin wordt.
Ik spoor Malin aan tot een galop in de hoop dat het mijn gedachten verzet. IJdele hoop. Sinds Emma bijna drie maanden terug het paleis binnenstapte, heeft ze mijn gedachten overheerst. In eerste instantie was ik gewoon blij om mijn vriendin terug te hebben. Maar al snel - veel te snel - ging het daar voorbij. Nu ben ik alle hulp voorbij en droom ik over haar zelfs als ik niet slaap.
Que Dieu m'aide.
Malin steigert als ik hem onbedoeld bijna de afgrond in laat rijden. Tijd op terug te gaan naar het paleis, voordat ik mezelf en mijn paard per ongeluk van kant maak.
Al is dat misschien de enige oplossing.

Overdag wisselen de wachten bij mijn deur. Uitermate irritant, want ik kan nooit zo laks zijn als ik dat doe bij Winoc. Winoc kan ik binnenlaten voor een kaartspel, voor een gesprek, maar hij staat er meestal pas halverwege de avond. Ligt waarschijnlijk ergens te slapen nu.
Het maakt dat ik mijn vertrekken probeer te ontwijken. Alsof de wachten die er nu staan iets zouden kunnen weten, alsof Emmeline stom genoeg zou zijn om overdag te komen. En toch blijf ik weg.
De avond valt, ik eet samen met mijn moeder en Eschieve. Sebastien slaapt al. Moeder en Eschieve praten over de bruiloft en ik luister niet - ik heb weinig interesse in de themakleuren of de jurk. Daarnaast wil ik niet aan de bruiloft denken. Niet zolang het om Aleran gaat, en niet om mij. Met die gedachte zit mijn maag in de knoop. Emmeline is aan iemand anders beloofd, aan mijn broer nota bene, hoe heb ik het gore lef om te denken aan een bruiloft van haar en mij?
Omdat Aleran haar niet verdient.
Maar dat maakt niet uit. Aleran krijgt haar toch. Het enige wat ik voor haar kan doen, is het leven met hem zo dragelijk mogelijk maken.
Ik excuseer mezelf nog voor het dessert, wat me een geschokte kreet van mijn zusje oplevert, en vertrek naar mijn kamers. De avond is intussen gevallen, en ik kom aan net als de wacht gewisseld wordt. Winoc grijnst naar me, ik grijns gemaakt terug.
Een deel van me hoopt dat Emmeline niet langskomt. Dat zij me verlost van het knagende gevoel door geen aandacht meer aan me te besteden. Maar terwijl de uren wegtikken en ik me bezig houd met een paar simpele dranken, komt ze toch. De deur gaat open, ik hoor haar stem als ze een bedankje fluistert naar Winoc, en probeer in de tijd die het kost om de deur weer te sluiten mijn gedachten op een rijtje te krijgen. Maar simpelweg haar aanwezigheid maakt dat onmogelijk. Ik wil alleen maar...
"Lucien." ademt ze. Ze staat vlak achter me en een verboden rust valt over me. Ik sta op, draai me om, en laat haar in mijn armen vallen. De rust verdwijnt. Mijn hoofd probeert meer gedachten te verwerken dan mogelijk. Er is maar één conclusie, en het breekt mijn hart om hem uit te spreken.
"Je moet niet meer komen, Emmeline." zeg ik zachtjes, met mijn gezicht tegen haar donkere haren gedrukt. "Er staat te veel op het spel."
Natuurlijk verbreekt ze de omhelzing en mijn hart zinkt tot mijn knieën. Leeg. Zelfs al staat ze voor me, zonder haar aanraking voel ik me leeg.
"Aleran is niet thuis, Lucien. En als jij zegt dat Winoc te vertrouwen is..."
"Daar gaat het niet om." Ik schud mijn hoofd. "Aleran is er nu even niet, maar dat neemt niet weg dat je met hem gaat trouwen. Hoe wil je het gaan doen als hij weer terug is?" Mijn toon is feller dan ik hem bedoel. Maar er zitten zoveel emoties in mijn lijf dat mijn gevoel het overneemt van mijn verstand.
Ze fronst en doet een paar stappen achteruit. Nee, blijf alsjeblieft. "Dat zoeken we dan wel weer uit. Lucien, op dit moment ben jij het enige goede in dit vervloekte paleis. Het enige dat er voor zorgt dat ik mezelf niet van een toren gooi, omdat ik met Aleran moet trouwen."
"We gaan te ver, Emma! Aleran vermoord me als hij erachter komt dat je in mijn bed hebt geslapen -"
"Dat was toch zeker mijn keuze! Als hij iemand van kant wil maken, mag hij dat met mij doen. Ik laat je niet weer van me afpakken, Lucien." snauwt ze.
"Denk je dat het hem uitmaakt wiens idee het was?! Jezus, Em, als dit uitkomt! Dit gaat veel verder dan jij en ik."
"Er is niks gebeurd! Voor zover de buitenwereld weet bezoek ik je als jeugdvriend!" Haar ogen staan fel, en die van mij waarschijnlijk evengoed.
Ik schud mijn hoofd en haal mijn handen door mijn haar. "Vertel eens, Emmeline. Als het uitkomt dat wij elkaar in het geheim zien, dat jij 's nachts naar mijn vertrekken komt zonder goede reden en daar tegen het ochtendgloren pas weer vertrekt, hoe denk je dat dat overkomt? Als twee oude vrienden?" Ik lach zonder humor. "Aleran is misschien geen groot licht, maar hij zag eerder dan wij allebei wat er aan de hand was. Het zal zijn woord tegen het mijne zijn," Ik hou mijn hand op als ze wil protesteren. "Naar vrouwen wordt niet geluisterd in zo'n situatie, Emma. Zijn woord tegen het mijne en vertel mij maar eens wie het dan zal winnen."
"Lucien..."
"Het is te gevaarlijk, Emma!" Woede heeft me bekropen. Waarom snapt ze het niet, waarom ziet ze niet dat we dit niet voort kunnen zetten?! "Hij is nu al amper handelbaar. Hij heeft losse handjes, Em, en als dit uitkomt maakt het niet uit of je zijn vrouw bent, of dat je zijn zoon draagt, hij zal je het leven ondragelijk maken totdat... totdat..."
"Lucien!" Ze onderbreekt mijn tirade en als ik weer goed naar haar kijk zie ik de tranen in haar ogen. "Ik wil... Nee, ik kan dit niet zonder jou! Je mag jezelf niet van me afpakken, niet als je jezelf mijn vriend durft te noemen!"
Er knapt iets. Ik weet niet wat, maar ik wil me niet langer inhouden. Dus dat doe ik ook niet.
Ik stap naar voren, zo snel dat ik een seconde van angst zie in haar ogen, maar die verdwijnt zodra ik haar gezicht in mijn handen neem en mijn lippen op de hare druk.
Alles lijkt in elkaar te klikken. Dit is hoe het moet zijn. Emmeline hoort bij mij en bij niemand anders. Ze smaakt naar wijn en kersen, gemixt met haar bloemige geur word ik er bijna duizelig van. Ze smelt tegen me aan en kust me terug. Als de wereld nu zou kunnen stoppen...
Maar uiteindelijk moeten we allebei happen naar lucht en doen we een stap van elkaar weg. Haar wangen zijn roze en haar ogen flets, alsof iemand er een lichtje in heeft ontstoken. Ze is nog mooier dan eerst en het kost me al mijn wilskracht om haar niet opnieuw te zoenen, om mijn vingers naar de veters van haar corset te laten gaan om...
"Je moet gaan." zeg ik ademloos. "Jezus, Emma, je kunt hier niet zijn. Winoc!"
Ze krijgt een strijdsblik in haar ogen. "Je kunt me niet wegsturen, nadat je me zo hebt gekust!"
Winoc opent de deur met een vragende blik. Ik kijk Emma bijna smekend aan. "We kunnen dit niet doen, Emma. Het is veel te gevaarlijk voor je, ik wil niet weten wat de koning - laat staan Aleran - doet als hij hier achterkomt. Dit is niet de laatste keer dat je me ziet, maar je kan niet blijven!" Mijn hart gaat duizend slagen per minuut. Ik wil dat ze blijft. Ik wil haar vasthouden en haar beminnen en naast haar in slaap vallen.
"Gevaarlijk voor mij?!" Nog altijd even standvastig. Ik moet er bijna van lachen. "Sinds wanneer gaat dit alleen om mij? Als er iemand ten onder gaat, dan doen we het samen."
In mijn wanhoop en verliefdheid stoot ik inderdaad een lach uit en schud mijn hoofd. "Nee, Emma. Het gaat altijd om jou, als ik moet sterven om jou te beschermen dan doe ik dat. Winoc, ik wil dat je de prinses naar haar vertrekken brengt." Ik geef het bevel zonder oogcontact te breken met Emma. "Zorg dat er een wacht komt te staan."
Winoc knikt, en houdt de deur open voor Emma. Die verroert geen vin. "Je kan dit niet doen."
De glimlach die om mijn lippen speelt voelt uitermate treurig. "Ik doe het toch." fluister ik als ik een stap naar voren doe om haar nog één keer een kus op haar lippen te geven. "Slaap wel, Emma. Dit is niet de laatste keer dat je me ziet." Ik herhaal die belofte. "Ik zal er altijd voor je zijn. Maar ik moet je beschermen."
Ze slikt, lijkt het te accepteren. Vervolgens neemt ze mijn gezicht in haar warme, zachte handen, en gaat op haar tenen staan om een kus op mijn voorhoofd te geven. Als afscheid.
De leegte die ze achterlaat is overweldigend. Ik laat me op mijn bed vallen zodra de deur dichtvalt, met een storm aan emoties. Ik kan alleen maar bidden dat de slaapdrank die ik eerder vanavond heb gebrouwen, me zal helpen.
Ik wacht tot Winoc terug is. Hij komt naar binnen om te laten weten dat hij de prinses tot binnen haar slaapkamer heeft gebracht. Ik knik, dankbaar maar te uitgeput om het fatsoenlijk te uiten.
"Doe me een plezier, Winoc." zeg ik zachtjes. "De komende drie dagen? Laat haar niet binnen en laat mij 's nachts niet naar buiten."
Ik breek mijn eigen hart, en het hare. Maar ik moet haar beschermen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen