Foto bij 021 - Emmeline

Die nacht huil ik mezelf in slaap.
Als ik ontwaak proef ik nog steeds het zout van mijn tranen op mijn lippen. Mijn lichaam is volledig verkrampt en het eerste dat ik wil doen is mijn ogen opnieuw sluiten om verder te slapen.
Dat is dan ook wat ik doe. Mijn dames komen bij me kijken, zo af en toe, maar gedurende drie hele dagen doe ik niets anders dan in mijn bed liggen. Af en toe sta ik op om een bad te nemen. Mijn eten laat ik brengen, en ik laat mijn dames aan iedereen die mijn aanwezigheid verzoekt vertellen dat ik ziek ben. Niet ernstig, maar niet in staat om mijn vertrekken te verlaten.
Het enige waar ik aan kan denken is Lucien. De wanhoop in zijn stem, het licht in zijn ogen toen hij me net gekust had.
Mijn hart voelt zwaar. Ik wil niets liever dan bij hem zijn, hoe sterk zijn argumentatie ook geweest is.
Het leven hier in het kasteel is niet zoals ik het gehoopt had. Ik ben ongelukkig in mijn toekomstige huwelijk, ik voel me niet thuis. Het enige dat me tegenhield van deze gevoelens was Lucien.
      Op de vierde dag begeef ik me voor het eerst buiten mijn vertrekken. Twee wachten lopen een aantal meter achter me terwijl ik door de tuinen van het kasteel wandel. De frisse lucht voelt aangenaam op mijn wangen, waar lichte blosjes ontstaan.
Ik hoor het geluid van vogeltjes, en zo hier en daar zie ik dieren lopen. De natuur gaat gewoon door, hoe vreselijk het menselijk leven ook moge zijn. Zij hebben geen last van onze drama, ons verdriet.
"Emma," een van mijn dames, Kenna, rent achter me aan. Ze is rood aangelopen en haar haar zit wild, het ziet er naar uit dat ze een flink stuk gerend heeft. De vrouw lijkt op me, we werden regelmatig als zusjes aangezien. "Ik riep je al een tijdje."
"Mijn excuses..," mompel ik, terwijl ik stilsta. "Wat is er?"
Ze zucht en moet overduidelijk op adem komen. "De koningin heeft net bericht gekregen van de koning. Hij en de prins zijn gisteren pas aangekomen in Calais, dus hun trip zal verlengd worden. Ze zijn misschien wel drie weken weg, als het ze lukt om zonder vertraging terug te komen."
Normaal gesproken zou dat me opgelucht hebben. Dan zou ik meer tijd hebben met Lucien, meer tijd om te lezen. Maar Lucien kan ik niet meer zien, en het lezen doet me weinig plezier meer.
"De koningin wil de bruiloft een week na terugkomst plaats laten vinden. Ze hebben eindelijk een datum, ongeveer!" Ze klinkt enthousiast, vrolijk over de gedachte dat ik ga trouwen met de kroonprins van Frankrijk.
De lucht wordt eventjes uit mijn lichaam geblazen, evenals het leven. Het voelt ineens zo echt.
Zelfs als ik over mijn toekomstige huwelijk praatte, of dacht, en als we plannen maakte, voelde het nog als iets dat pas over jaren plaats ging vinden. Maar nu blijkt alles bijna rond te zijn.
Nog een maand, en dan ben ik officieel Aleran's vrouw. De toekomstige koningin van Frankrijk. Eigendom van Aleran, en van dit koninkrijk.
"Emma, gaat het wel goed?"
Ik schud mijn hoofd en gebaar mijn wachten afstand te houden, iets dat ze argwanend doen.
Er staat, gelukkig voor mij, een beschut bankje een paar meter verderop, dat ik weet te bereiken zonder flauw te vallen. De gedachte aan trouwen met Aleran heeft me volledig uit mijn lichaam geblazen.
"Kenna....," ze gaat naast me zitten als ze ziet hoe ik er bijzit. "Ik...."
Tranen rollen over mijn wangen, ik kan ze niet tegenhouden, hoe graag ik dat ook wil. Ik hoop dat niemand me zo ziet.
"Je mag dit met niemand delen, dat moet je me beloven. Dat zou mijn dood betekenen, en waarschijnlijk ook de jouwe.. en die van iedereen die bij mij hoort."
Ze kijk verschrokken en knikt vlug. "Ik beloof het..." Denk ik kan ik haar bijna horen ademen. Maar dat zegt ze niet, en ik moet dit met iemand delen, anders word ik gek.
"Ik.." begin ik mijn zin opnieuw, zo zacht mogelijk. De wachten, die misschien vijf meter verderop staan, mogen dit niet horen. ", Aleran is niet.. ik houd niet van hem, Kenna. En hij houdt niet van mij. Ik verafschuw hem, hij is.. hij is geen goed persoon. Geen goede echtgenoot. En toen...," ik veeg de tranen uit mijn ogen. "Lucien..."
Haar adem stokt even, ik kan het horen gebeuren. "Emma... vertel me niet.."
"Ik ben verliefd op hem. En hij op mij. Het mag niet, Kenna, het is zo fout. Maar ik houd van hem, meer dan ik dacht dat mogelijk was. En..."
Ze kijkt me aan terwijl ze mijn hand pakt. "Emma, je hebt toch niet..," ze maakt haar zin niet af, zoekt naar een verwoording ergens achter in haar hoofd. "Is er een kans dat je zwanger bent?"
"Nee... nee...," ik schud mijn hoofd, zo snel en hard dat ik er duizelig van word. "Nee, we hebben enkel gekust. Een keer."
Ze geeft me een kneepje in mijn hand en glimlacht zwakjes. "Je geheim is veilig bij mij, Emma. Geen enkele goede koningin heeft geen enkel geheim."

Die nacht, vlak na zonsondergang, staat er een andere wacht voor Lucien's deur. Ik ken hem niet, en hij kijkt me twijfelachtig aan als ik verzoek binnengelaten te worden.
"Ik kom enkel een boek terugbrengen," ik haal het ding onder mijn cape vandaan. "Ik kan mezelf er niet toe zetten om het uit te lezen, en prins Lucien zal het vast graag terug willen."
De man knikt en opent de deur voor me.
Het doet pijn om naar binnen te lopen, maar ik doe het toch. Ik had ook een van mijn dames kunnen vragen om het te doen, maar ik moet dit zelf doen. Zijn gezicht zien, zeggen wat ik wil zeggen. De wacht staat nog steeds in de deuropening, argwanend.
Lucien staat voor het vuur, dat de hele kamer een oranje gloed geeft. Hij kijkt om als hij de deur open hoort gaan, en verscheidene gezichtsuitdrukkingen glijden voorbij in een fractie van een seconde. Geluk, verwarring, verdriet, wanhoop, woede, en dan.. kalmte. Of onverschilligheid, misschien.
"Ik kom je dit geven. Het verhaal staat me niet aan, zelfs al staat er nog zo'n belangrijke boodschap in." Ik maak een buiging terwijl ik hem het ding overhandig. "Fijne avond, prins Lucien."
Ik hoop, nee, ik bid, dat ik Lucien's intelligentie niet overschat heb. Hoop dat hij het boek opent, en het papier met mijn boodschap er op ontdekt, dat tussen de bladzijdes verstopt is. Geschreven in het geheimschrift dat we samen ontwikkelden als kleine kinderen, iets dat alleen wij begrijpen. Ik bid dat hij het nog niet vergeten is, en mijn onbegrijpelijke zinnen weet te vertalen naar dat wat ik hem wilde vertellen.

Lucien -

Ik verblijf in KNA's vertrekken en zij in de mijne. Ik heb al mijn afspraken voor morgen afgezegd.
Ik wil je zien. Dit kan ons geheim blijven.

MA

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen