Foto bij 022. - Lucien

Ik leef me uit op de trainingspoppen tot ik van uitputting op mijn benen sta te zwaaien. Ik begraaf mezelf in studieboeken totdat ik niet meer na kan denken. Ik struin door het bos tot al mijn pijlen zijn verschoten en mijn armen zijn verzuurd. Ik laat zelfs twee meisjes naar mijn vertrekken komen in de hoop dat ze Emma uit mijn hoofd kunnen verbannen.
Allemaal tevergeefs. Ze is er altijd. Zelfs met de meisjes, getraind in het plezier, kunnen me niet genoeg bekoren. Ik heb een fantastische avond met ze, daar niet van. Maar ik zie, hoor, wil alleen maar haar. Van God los, de Duivel heeft me in zijn klauwen en houdt me steviger vast met elke keer dat ze weer door mijn gedachten danst.
De hoop dat drie dagen genoeg zou zijn om alles op een rijtje te krijgen, is lang vervlogen. 'Alles op een rijtje' is een droom. De enige manier waarop dit ooit goed gaat komen is als ik haar nooit meer zie.
Maar over een paar maanden is ze mijn koningin.
Het besef van tijd ben ik volledig kwijt. Met het nieuws dat mijn vader en broer langer weg zullen zijn dan gedacht, komt er echter ook een welkome afleiding: een aantal mensen die meer dan belangrijk zien voor de politiek in dit land, zullen aankomen voordat de koning terug is. Aan mij de taak ze te ontvangen, ze warm te maken voor onze toekomstig koningin, om ze te bewijzen dat Frankrijk de goede kant op gaat. Het vergt nogal wat planning, en ik grijp het met beide handen aan. Door Aleran zijn er genoeg mannen die niet de behoefte voelen om te komen en het is mijn eerste taak om ervoor te zorgen dat ze toch komen en de banden te herstellen.
Ik staar in de dansende vlammen van het haardvuur terwijl ik de mogelijkheden overdenk, wanneer de deur opengaat.
Emma.
Ik hou mijn mond, probeer mezelf te houden aan de belofte om afstand te houden, maar het is ongelooflijk moeilijk. Ze geeft me een boek dat niet van mij is en vertrekt dan weer. Mijn wacht kijkt me argwanend aan en ik wuif hem weg. Winoc is een week met verlof na het overlijden van zijn moeder, en ik mis hem nu al. De jongens die er nu staan doen precies wat ze moeten, en voelen zich opgelaten en beschaamd als ik ze vraag om een spel kaart met me te spelen. Maar het maakt het makkelijker om geen nachtelijke uitstapjes te maken naar Emma, en op haar beurt wordt zij niet binnengelaten... mocht ze komen.
Met een zucht blader ik door het boek om te kijken waar het over gaat, al weet ik vrij zeker dat het uit de bibliotheek komt. Maar er knaagt iets aan me...
Er valt een pagina uit het boek. Ik kan een kleine glimlach niet onderdrukken als ik de woorden zie. Natuurlijk. Na de zinnen een paar keer zorgvuldig te hebben gelezen, gooi ik het vel in de vlammen.

Tegen beter weten in sta ik de volgende dag tegen het middaguur bij Kenna's vertrekken. Aangezien ze een kamermeisje is, staan er niet de hele dag wachten bij haar deur. Ik klop aan en overweeg even om weer te vertrekken. We kunnen dit simpelweg niet doen.
En toch sta ik er nog als ze de deur op een kiertje opent, en me vervolgens binnen laat.
"Je bent gekomen." zegt ze, voorzichtig optimistich.
"Mh-mm." Ik kijk rond, duidelijk terughoudender dan Emma. Het levert me een frons op.
"Als je weer gaat preken, mag je weer gaan."
Ik trek een wenkbrauw naar haar op, en ze zucht. "Oké, best. Dan sluit ik je hier met mij op tot je bij zinnen komt."
Een kleine lach ontsnapt me. "Ben ik degene die bij zinnen moet komen? Dit is zelfmoord, Emma."
"Waarom ben je dan hier?" Ze kijkt me aan met die grote ogen van haar, waar ik zo verloren in kan raken. Ze staan vol wanhoop. "Lucien, je broer is minstens drie weken weg. Wanneer hij terugkomt, duurt het zeven dagen voordat we trouwen." Weer die zorgenrimpel op haar voorhoofd. Ik onderdruk de neiging om hem weg te strijken; ze is te mooi om te fronsen. "Je bent het enige wat me de afgelopen maanden op de been heeft gehouden. Ik weet wat we riskeren, ik snap ook heus wel dat dit een van de domste dingen is die we kunnen doen. Maar ik accepteer geen nee, Lucien. Niet met de toekomst die voor me ligt." Ze bijt op haar lip en ik slaak een zucht. "Zelfs al moet het stoppen als Aleran terug is... Gun het mij, gun het ons om in ieder geval tot dan van ons geluk te genieten. En daarna... Daarna zien we wel verder. Jij was vroeger altijd al degene die tegen me zei me niet teveel druk te maken over de toekomst, omdat het geen zin had. Waarom is dat dan precies wat jij doet?"
Ergens tijdens haar woorden is ze naar me toe gelopen, of ik naar haar, en raakt haar borst bij een inademing bijna die van mij. "Toen stond je leven niet op het spel." Mijn stem klinkt alsof hij niet van mij is. Emma schudt haar hoofd.
"Voor nu is het nog steeds mijn leven. Als ik het wil riskeren, dan is dat mijn keuze." Weer die frons. Ze legt haar handen op mijn borstkas en ik vraag me af of ze mijn hartslag kan voelen. Het voelt alsof het hele paleis het kan horen.
Was ze vroeger ook al zo overtuigend? "Mijn God, Emma." Ik schud mijn hoofd en leg een hand tegen haar gezegd. "Je wordt nog een hele gevaarlijke koningin. Aleran moet uitkijken."
Haar ogen sprankelen. Ja, vroeger was ze ook al zo overtuigend. Als ze iets van me wilde, kreeg ze het voor elkaar. En dit keer is het niet anders.
Dit keer is de kus voorzichtiger, niet geleid door woede en andere emoties. Ze heeft gelijk. Voor nu heb ik haar, en heeft zij mij. Waarom zouden we er niet van genieten?
Ik vouw een arm om haar middel en trek haar tegen me aan, duw haar lippen van elkaar met die van mij, laat haar warmte en haar smaak me overvallen tot het punt dat mijn knieën het bijna begeven.
Voor zolang het duurt is zij van mij en ben ik van haar.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen