Hij is gekomen. Natuurlijk had ik daar op gehoopt, maar ik ging uit van het ergste.
Ik ging uit van zijn verstand, dat zijn hart zou overstemmen. Lucien is een wijze man, stukken wijzer dan zijn broer, en het had me niet verbaasd als hij de risico's te groot had gevonden.
Maar hij is hier. Bij mij, voor nu. Als ik nu in het moment kan leven, en niet vooruit hoef te denken, is dat eventjes genoeg.
En hij kust me. Hij durft alle gevaren te negeren en me te kussen. Mijn hart voelt alsof het ontploft, mijn handen trillen.
Hij houdt me in zijn armen en ik hoop dat hij me nooit meer laat gaan. Dat hij me nooit meer hoeft te laten gaan.
Die hoop is natuurlijk niet gegrond, maar heel eventjes is de gedachte er wel. Ik zou zo veel gelukkiger kunnen worden met deze man dan met zijn arrogante, agressieve en manipulatieve broer.
Het duurt lang, maar niet lang genoeg, voordat onze kus verbroken wordt. Ik zie zijn ogen glinsteren, en ik wil wedden dat die van mij dat ook doen.
"Ik...," er komen geen woorden uit mijn mond. Ik sta versteld van alle gevoelens die ik heb. "Oh, Lucien..."
De man grijnst alleen maar. Hij moet hetzelfde voelen als ik, dat kan bijna niet anders.
Het liefst zou ik me nu laten gaan. Hem opnieuw kussen, de stof van zijn blouse over zijn schouders laten glijden, zijn handen me uit laten kleden. Maar dat is het allerslechtste idee dat ik ooit heb gehad, en ik moet het negeren. Dat is het enige dat je niet kunt doen, Emma.
Ik weet dat er verscheidene.. andere opties zijn die niet tot kinderen leiden, dingen waar ik in de wandelgangen over hoorde, maar niets dat ik zou durven.
Om mijn gedachten op een ander spoor te krijgen zet ik een stap naar achter en loop ik naar de tafel in Kenna's vertrekken, waarop ik twee karaffen met wijn en twee prachtige kristallen glazen liet zetten. Of, ik liet Kenna ze bestellen.
Mijn dames zijn allemaal net zo bezig met trouwen als ik, enkel op een andere manier. Voor hen is het aan de haak slaan van een rijke nobelman of iemand van adel het uiterste doel van hun verblijf in Frankrijk, anders kunnen ze net zo goed teruggaan naar Schotland.
Kenna heeft verschillende belangstellenden, die allemaal dol zijn op haar schoonheid en ferme boezem. Ze is extreem kieskeurig, maar dat zorgt er niet voor dat de mannen minder dol op haar worden.
Ik schenk de glazen vol en overhandig er een aan Lucien. "Op drie weken zonder de kroonprins. Op drie weken... geluk."
      Zo'n twee glazen verder lig ik op de sofa in de kamer, mijn hoofd op Lucien's borstkas. Wachten zijn er niet, en deze deur kan op slot. Dat kan in mijn vertrekken niet - mensen moeten ten aller tijde binnen kunnen vallen, lijkt het wel.
"Ik ben zo blij dat je mijn boodschap begreep. Ik was even bang dat ik je intelligentie en je geheugen overschat had."
Ik kan hem voelen lachen. "We verzonnen dat taaltje toen we zeven waren. Ik moest even graven, maar zo'n leeghoofd ben ik niet, Emma."
Voorzichtig til ik zijn hand op en breng ik die naar mijn lippen. "Gelukkig maar. Ik werd gek zonder je, Lucien.."
Een zucht klinkt, ik voel zijn borstkas bewegen. "Ik dacht te doen wat het beste was voor ons beiden.. maar ik onderschatte je vastberadenheid."
"Ik ben enkel vastberaden over dingen die ik zeker weet," ik steun op mijn ellebogen en kijk hem aan. "Dingen zoals dit."
Mijn lippen raken de zijne, zacht en teder. Hij vouwt een hand om mijn gezicht en beantwoordt mijn kus. Een van mijn handen vindt zijn nek, waar die zich in het kuiltje onder zijn haar nestelt.

Ik sta achter het kamerscherm om me om te kleden. De zware stof van mijn jurk mag eindelijk verruild worden voor een lichtere versie, de crèmekleurige japon valt losjes om mijn lichaam.
Normaal gesproken zijn er mensen die me hierbij helpen, of in ieder geval willen helpen, maar het is heerlijk rustgevend om het weer zelf te doen.
Ik hoor Lucien aan de andere kant van het scherm heen en weer lopen. Hij port het vuur op en ik hoor het schenken van wijn. Ik voel me al een beetje licht in mijn hoofd van de glazen die ik eerder deze dag dronk, maar het is een aangenaam gevoel. Een beetje dronken van de wijn en van de verliefdheid.
Als ik mijn hoofd om de hoek van het kamerscherm steek zie ik eten op tafel staan. Lucien glimlacht als hij me opmerkt. "Kenna kwam dit brengen. Het gaat allemaal goed, niemand heeft je afwezigheid opgemerkt."
Ik loop naar hem toe en vouw mijn armen om zijn nek, waarna ik heel voorzichtig een kus op zijn lippen druk. "Het universum gunt ons ons geluk." Antwoord ik daarna, glimlachend.
      Na het eten, en nog meer glazen wijn, ben ik moe. Ik lig opnieuw tegen Lucien aan terwijl ik gaap. Het vuur knispert en verwarmt de ruimte. De zon is al onder, maar erg donker is het nog niet.
"Lucien..," ik schuif me nog wat dichter tegen hem aan. "Blijf je, vannacht?"
Hij zucht. Daar is hij goed in, zuchten, voordat hij een zware vraag moet beantwoorden. "Emma... je weet dat dat geen goed idee is."
"Niemand heeft gemerkt dat je niet in je vertrekken bent. Ze denken misschien wel dat je uit jagen bent, of ergens zit te kaarten." Of bij de vrouwen bent die je betaalt om je lief te hebben. Maar dat zeg ik maar niet hardop, want dat voelt.. pijnlijk. Voor mij.
"Dat het ze nog niet opgevallen is betekent niet dat het ze niet op zal vallen, Emma. Dat kunnen we niet riskeren. Het is niet wijs."
Ik pruil terwijl ik hem aankijk. "Alsjeblieft, Lucien? Ik wil gebruik maken van elke minuut dat we samen kunnen zijn voordat hij terugkomt."
"Dat wil ik ook, Emma, maar..."
"Blijf dan, Lucien."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen