Foto bij Chapter fourty-nine

Na een lange nacht doorgebracht te hebben in de trainingsfaciliteit van Epsilon, kan ik merken dat mijn lichaam een behoorlijk klap heeft gehad na de wedstrijd tegen Shin Teikoku. Nadat ik eenmaal terug was gekeerd bij de bus en ik ben gaan slapen, was het 4 uur in de ochtend. Door de inspanning die ik verricht heb in de faciliteit, kon ik gemakkelijker in slaap komen, maar helaas werd dat om 8 uur alweer verstoord. Endou waagde een poging om zo stilletjes mogelijk de bus te verlaten, maar heeft er niet bij stilgestaan dat hij over meerdere slapende mensen heen moest stappen. Hierdoor heeft hij het voor elkaar gekregen te struikelen, bovenop mij te landen en heb ik vervolgens de rest van de ploeg gewekt door mijn geschreeuw.
Een luide gaap verlaat mijn mond als ik mezelf even goed uitrek en pak mijn krukken op. Net alsof ik deze dingen nog nodig heb, sta ik ermee op en stap ik naar buiten toe. Op dit moment ben ik blij dat ik nog mag doen alsof ik ze nodig heb. Gezien de enorme spierpijn die ik op dit moment in mijn benen voel, ben ik heel blij met de extra steun die het mij bied. Een blik op de grote klok die zich vlakbij de bus bevindt, vertelt me dat het al bijna middag is. Ondanks dat ik zo vroeg wakker ben geworden, ben ik blijven liggen door de enorme pijn. Eerlijk gezegd kon ik niet eens op staan, al had ik dat op hetzelfde moment als de andere wel willen doen. ‘Milou, ga je mee?’ Ik kijk vragend opzij en kijk met stralende ogen naar Shiro die aan komt lopen. ‘Ijsje!’ roep ik vrolijk en stap hem glimlachend tegemoet. Shiro kijkt me verrast aan en laat zijn blik over mij heen glijden. ‘Je knapt op. Hoe voel je je?’ vraagt hij me glimlachend. Ik kijk hem met een lieve glimlach aan en knik naar hem. ‘Ik voel me al een stuk beter. Lopen gaat ook beter. Met een beetje geluk kan ik over een week weer alles doen,’ zeg ik hem glimlachend. Shiro aait even door mijn haren en glimlacht warm. ‘Dat is goed om te horen,’ beantwoordt hij me.
We lopen samen door het pretpark heen en stoppen zodra we bij de ijskraam zijn. Terwijl Shiro de ijsjes haalt, plof ik neer op een bankje in de buurt en wrijf ik even brommend over mijn benen. De spierpijn is een beetje gezakt, maar als het niet wegtrekt, denk ik niet dat ik komende nacht weer kan trainen. Een diepe zucht verlaat mijn mond en kijk verrast op als er plots een ijsje tegen mijn neus gedrukt wordt. Ik kijk verrast op naar Shiro en pak lachend het ijsje aan. Het beetje softijs dat op mijn neus gekomen is, veeg ik weg en zodra hij een hap wilt nemen van zijn ijsje, geef ik een zacht setje tegen de onderkant van zijn hand. ‘Hey!’ roept Shiro verontwaardigd en veegt dan lachend zijn gezicht schoon. Ik steek plagend mijn tong naar hem uit en begin dan gniffelend van mijn ijsje te eten. Zodra ik mijn ijsje op heb, duw ik mezelf overeind en keer me naar Shiro. ‘Zullen we maar teruggaan? Je zult waarschijnlijk weer moeten trainen met de rest,’ glimlach ik naar hem. Shiro slaakt even een zucht en duwt zichzelf ook overeind. ‘Weet ik. Maar Kidou zet zo enorm veel druk op de training, ik had even pauze nodig,’ zucht Shiro. ‘Hoe heb je ooit zijn trainingen vol kunnen houden?’ Een zwakke glimlach vormt zich op mijn gezicht als ik aan de trainingen denk die ik op Teikoku gehad heb. Een zucht verlaat mijn mond en kijk Shiro aan. ‘Dit is nog niks. Je moest eens weten wat ik heb moeten doorstaan.’

De weg naar de trainingsfaciliteit heeft Shiro naar de gebeurtenissen op Teikoku geluisterd. Hij heeft me een aantal keer onderbroken om zijn medeleven en frustratie te uiten wat Kageyama en Kidou betreft. Maar hij verontschuldigde zich daar ook weer meteen voor. Niet alleen omdat hij me onderbrak, maar ook omdat Kidou nu anders is en hij het recht nu niet heeft om iets slechts over hem te zeggen. Zolang hij hem niet heeft meegemaakt op die manier, kan hij niet oordelen. Dat weet hij zelf ook. Daarom heeft hij er niets over gezegd. Eenmaal binnen in de trainingszaal, luidden er weer een paar harde knallen door de gangen. Shiro en ik kijken elkaar even moeizaam aan. We weten beide wie dat veroorzaakt en stappen op het geluid af. Ik heb hem niet verteld wat er gister is gebeurd met Atsuya. Ik weet zeker dat hij me dan nu niet mee zou laten lopen. Buiten dat, zou hij Atsuya een enorme uitbrander hebben gegeven, terwijl hij me nooit bewust heeft willen verwonden. Zodra we een deur passeren, schrik ik op door de luide knal die er achter de deur vandaan komt en kijk naar Shiro. Hij kijkt even moeizaam naar de deuren, voordat hij dichterbij stapt zodat ze openen. Eenmaal open, blaast er een ijzige wind aan ons voorbij en is er opnieuw een harde knal te horen. Als de koude wind is gaan liggen en ik naar binnen kan kijken, ligt de trainingsrobot uit elkaar gesplinterd op de grond en staat Atsuya hijgend in de zaal. ‘Atsuya, zo is het wel genoeg,’ mompelt Shiro terwijl hij de zaal rondkijkt. Het goal waar de robot in gestaan heeft, heeft verschillende deuken en beschadigingen. In de muren zitten ook de nodige deuken en hier en daar zit er een voetbal vast in de muur. Mijn blik dwaalt terug naar de twee jongens. Atsuya lijkt niet de reageren op Shiro en stapt naar een afgetrapte voetbal. De versplinterde robot is vervangen voor een gloednieuwe en een luide knal raast door de zaal als Atsuya de bal op de robot afschiet. Door de impact, knalt de bal uiteen. ‘Atsuya! Het is genoeg!’ schreeuwt Shiro nu. ‘Dat is het niet!’ schreeuwt Atsuya woedend terug. ‘Ik ben nog niet sterk genoeg.’ Met grote ogen kijk ik naar de twee jongens voor me. Shiro stapt op een kalm tempo naar zijn broer, maar zodra hij zijn hand op zijn schouder legt, slaat Atsuya deze hard van zich af. De woedende blik die in zijn ogen staat als hij omkijkt, doet zelfs Shiro opschrikken en ik kan de pijn in zijn ogen zien staan als hij Atsuya aankijkt. ‘Neem een pauze. Nu,’ sist Shiro hem fel toe. Er hangt een gespannen sfeer tussen de twee die ik nooit eerder gevoeld heb. Nooit eerder heb ik ze zo tegen elkaar uit zien vallen. Wat is er aan de hand?
Zonder iets te zeggen, stapt Atsuya kwaad bij Shiro vandaan. Zonder mij een blik te gunnen, stapt hij me woest voorbij en verdwijnt de gang in. Wanneer mijn blik met die van Shiro kruist, glimlacht hij me zwak toe en keert zich naar de robot in het goal. De machine zet hij uit en laat zich dan zuchtend op de grond zakken. ‘Die gaat voorlopig niet meer aan als het aan mij ligt,’ bromt hij even. Nog steeds staar ik met grote ogen de zaal in en kijk ik op Shiro neer. ‘Wat is er aan de hand? Zo heb ik Atsuya nog nooit gezien. Niet meer sinds die ene keer,’ zeg ik zachtjes. Ik bal zacht mijn handen tot vuisten als ik eraan terugdenk en kijk op naar Shiro. ‘Ik weet het niet. Ik heb een vermoeden, maar dat zal over drie dagen wel bevestigd worden,’ zucht Shiro. Niet begrijpend stap ik naar de jongen toe en zak voor hem neer. ‘Wat bedoel je?’ vraag ik hem zachtjes. Shiro slaakt een diepe zucht en woelt door zijn haren heen. ‘De wedstrijd op Manyuuji. Daar werd Atsuya’s Eternal Blizzard met éen hand tegengehouden door Desarm. Op het moment dat, dat gebeurde, was hij al enorm gefrustreerd. Vooral omdat hij steeds meer uitgedaagd werd en ieder schot, keer op keer werd tegengehouden zonder dat Desarm er ook maar moeite voor moest doen,’ legt hij uit. Met een verontrustende blik kijkt hij me aan. ‘Ik denk dat er iets geknapt is nadat Desarm zei dat je, je bij hen aan moest sluiten. Hij heeft Atsuya compleet opgefokt. Ik denk niet dat hij zal rusten totdat hij bereikt heeft wat hij in zijn hoofd heeft. Je bent zijn Ice Queen, Milou. Hij zal er alles aandoen om je te beschermen.’

Reacties (1)

  • Luckey

    Oh boy
    Als dat maar goed blijft gaan

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen