Vastberaden liep Alexander naar het altaar dat al eerder aan de rand van het kamp opgezet was. Door zijn gesprek met Hephaistion wist hij nu precies wat hij wilde. Hij had er vertrouwen in dat hij de aloude zou kunnen overtuigen hem antwoorden te geven op zijn vragen.
Bij het altaar zag hij echter al iemand anders staan. Alexander trok verbaasd zijn wenkbrauwen op en liep verder om te zien wie het was. Slechts weinigen maakten er gebruik van en dit tijdstip van de dag was ook geen gebruikelijk moment om te bidden tot de god. Eenmaal dichtbij genoeg om personen te kunnen onderscheiden, zag Alexander dat het niet één van zijn generaals of soldaten was. Het was de aloude zelf die blijkbaar op één of andere manier al opgevangen had dat Alexander hem wilde spreken.
‘Ik heb vragen waar ik antwoorden op wil,’ zei Alexander rechtuit. Misschien had hij de aloude op een gepaste wijze moeten begroeten, maar zijn frustratie begon weer op te spelen. Hij had nu geen geduld voor formaliteiten.
‘Dat vermoeden had ik al.’ De aloude sprak rustig. ‘Dan zal ik je maar nog wat dingen vertellen.’
‘Graag,’ zei Alexander en hij strekte zijn rug, klaar voor alles wat nu op hem af zou komen. Waarschijnlijk zou Zeus weer een hoop vertellen wat Alexanders voorstellingsvermogen te boven ging.
‘Maar eerst wil ik je waarschuwen je toon te matigen. Ik ben nu in een redelijk goede bui en ik snap je frustratie, maar de meeste alouden hadden dit niet getolereerd. Onthoud dat wij veel machtiger zijn dan jullie en dat ik je zo zou kunnen wegvagen als ik dat wil.’ Alexander slikte zichtbaar. Hij had nog nauwelijks een idee van wat alouden nu precies waren, maar als hij dacht aan alle verhalen over goden, met wie ze vast te vergelijken waren, wist hij dat hij deze aloude maar beter goed gezind kon houden.
Hij neeg zijn hoofd in verontschuldiging en de aloude knikte tevreden.
‘Zoals je misschien al vermoed had, zul je je krachten moeten trainen. Je zult moeten leren je aura te beheersen en zo te kunnen gebruiken. Ik heb vernomen dat je op het slagveld Hephaistion hebt kunnen genezen met je aura. Weet dat dit puur geluk was en voortgedreven door je wanhoop. Ongetraind hoorde je dat niet te kunnen.’
‘Dat verklaart die vermoeidheid die ik voelde tegen het einde,’ stamelde Alexander, die de situatie beetje bij beetje meer begon te begrijpen.
‘Klopt, je gebruikte je aura om hem te genezen, maar het gebruik daarvan heeft een prijs, vooral als je nog ongetraind bent. Maar daarop terug komend, je kunt beter pas beginnen met trainen nadat je je oude leven achter je gelaten hebt. Je leidt een leger, en als je weer eenmaal thuis bent, heb je een gigantisch rijk om te onderhouden. Dan is er geen tijd en ruimte om jou onopvallend te trainen. Ik ga je binnenkort onsterfelijk maken en er zal vanzelf een moment komen, waarbij je onder normale omstandigheden een groot risico loopt om te sterven. Dat is het moment voor jou om je terug te trekken uit dit leven en het door te geven aan de volgende generatie. Zorg dat alles gereed is tegen de tijd dat dit gebeurd. Ik neem aan dat je niet wilt dat je rijk in verval raakt bij jouw overlijden.’
Alexander schudde heftig van nee. Hij had zo hard gewerkt om dit voor elkaar te krijgen, het mocht niet direct uiteenvallen na zijn “dood”.
‘Ik zal op tijd maatregelen nemen,’ zei hij vastberaden, maar ondertussen sloeg de twijfel wel toe. Wie kon hij vertrouwen met de macht over zijn rijk? Het moest ondertussen ook nog eens iemand zijn die werd gerespecteerd door de rest van zijn generaals. Hij zou bijna onmiddellijk Hephaistion willen aanstellen, maar hoewel hij vast wel geschikt hiervoor zou zijn, had hij het vermoeden dat zijn generaals het hier niet mee eens zouden zijn. Het woord “schoothondje” had hij wel eens horen vallen en zonder twijfel werd Hephaistion hiermee bedoeld. Er was er maar één die zo loyaal aan Alexander was en dit zo duidelijk liet merken. Maar wie dan? Hij vertrouwde zijn generaals, maar niemand genoeg voor een dergelijke taak. Wie hij ook zou kiezen, waarschijnlijk zou er alsnog ruzie tussen de generaals onderling uitbreken, al helemaal als hij er zelf niet meer zou zijn. Waarom was politiek nou zou verdomde moeilijk en was iedereen te trots en te hebzuchtig om een andere generaal de heerschappij te gunnen. De enige duidelijke oplossing was het hebben van een zoon. Die zou iedereen moeten accepteren. Het enige probleem: hij had geen zoon en zijn vrouw Roxane zou hij pas over een lange tijd weer zien, wanneer ze weer terug zouden zijn in Babylon.
‘Ik zie dat je al hard aan het nadenken bent over die maatregelen,’ merkte Zeus op een gegeven moment, waarmee hij ook Alexander uit zijn gedachten trok.
‘Het aanstellen van een opvolger zal niet gemakkelijk zijn. Ik heb geen zoon en ik ben bang dat de generaals onderling gaan vechten als ik slechts één van hen aanstel.’
‘Het is maar goed dat je hebt gekozen om weer terug te gaan. Des te sneller zal je Roxane zien. Of je kan je rijk gaan onderverdelen. Ik weet het, geen gemakkelijke gedachte, maar bijna niemand kan zo’n groot rijk onderhouden.’
‘Met genoeg hulp kan ik het.’ Alexander was overtuigd van zijn eigen kunnen. ‘Maar mijn generaals zijn inderdaad niet zo geniaal als ikzelf en zouden daar waarschijnlijk niet toe in staat zijn.’ De aloude grinnikte kort. Alexander hoorde dit en staarde hem vernietigend aan, maar zei verder niets.
‘Ik zal er later nog eens goed over na gaan denken. Maar, wanneer wil je mij onsterfelijk gaan maken?’
‘Het lijkt me een goed idee om dit te doen, wanneer jullie weer terug in Babylon zijn. Dan kun je daar ook treffende maatregelen nemen. En is er eventueel genoeg tijd voor jou om een zoon te krijgen. Al zal ik je moeten teleurstellen, je zult hem niet zien opgroeien, daar hebben we te weinig tijd voor.’
‘Moet ik echt sterven voor mijn zoon volwassen is?’ Hij voelde zijn hart ineenkrimpen bij deze gedachte. Maar had Zeus niet eerder gezegd dat hij voor deze onsterfelijkheid wel een hoop zou moeten opgeven? Hoe veel pijn het hem ook deed, dit zou waarschijnlijk ook tot één van die dingen gaan behoren.
‘Ja, we hebben geen idee wat er allemaal in jouw leven kan gaan gebeuren en ik wil niet dat je daadwerkelijk sterft voordat ik je onsterfelijk kan maken. En eenmaal onsterfelijk, zal het niet lang duren voordat het opvalt dat je niet meer veroudert. Je kan het beste binnen nu en vijf jaar sterven, dan weten we zeker dat alles goed gaat. Het feit dat je deze campagne nu beëindigt hebt, helpt ook mee. Je loopt minder gevaar nu. Geloof me, het is het beste.’
Alexander knikte. ‘Dan zal ik u maar moeten geloven.’
‘Maar ga vooral door. Leidt je mannen veilig naar huis, maak een zoon bij Roxane en stel je opvolging zeker. En probeer wel vast in het geheim met je aura te oefenen. Laat m opleven, vorm er dingen mee. Leviteren zal ook niet al te moeilijk moeten zijn. Doe in ieder geval kleine oefeningen, zodat je je aura leert beheersen. Dan weet je in ieder geval al wat voor de echte trainingen zullen beginnen.’
‘Hoe doe ik dat dan?’
‘Concentratie. Heel veel concentratie en blijven proberen.’ Met de woorden liep de aloude weg en het zou een lange tijd duren voor Alexander hem weer zou zien.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Nou, met mijn kennis van geschiedenis weet ik zeker dat het helemaal goed komt met die zoon!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen